Zwemploeg gaat in Peking ten onder, coach vervloekt zichzelf

Nederland stelde ernstig teleur in het olympisch zwembad van Peking. „We hebben verkeerd gepiekt”, zegt de schuldbewuste coach Jacco Verhaeren.

Het olympische zwemtoernooi van Peking markeerde afgelopen week niet alleen het einde van het gouden tijdperk van Pieter van den Hoogenband. Het Nederlandse topzwemmen kreeg in de Waterkubus een flinke dreun te verwerken.

Na haar zeperd op de 100 meter vrije slag van vrijdag zwom kopvrouw Marleen Veldhuis gisteren naar opnieuw een teleurstellende vijfde plaats in de finale van de 50 vrij, die net als de race van vrijdag werd gewonnen door de Duitse sprintster Britta Steffen, vlak voor de Amerikaanse Dara Torres. Hinkelien Schreuder haalde de finale, maar eindigde als zevende.

De medailleoogst voor de Nederlandse zwemploeg in Peking – eenmaal goud voor de estafettevrouwen – was het zwakste resultaat sinds de Spelen van Atlanta (1996), toen Kirsten Vlieghuis twee keer brons won.

Opmerkelijk was dat, behalve Van den Hoogenband en Schreuder, niemand er in Peking in slaagde een persoonlijk record te zwemmen. Vooral tegenvallend was dat de twee internationale topzwemsters in de ploeg, Marleen Veldhuis en Inge Dekker, de verwachtingen niet konden waarmaken.

Jacco Verhaeren noemde de prestaties van zijn ploeg gisteren „teleurstellend”. Met de kwaliteiten van zijn zwemmers had de ploeg meer medailles moeten halen, vond hij. „De individuele prestaties zijn onder de maat.” De technisch directeur van de zwembond (KNZB) gaf zichzelf zonder aarzelen de schuld. „Je moet niet-presteren altijd op jezelf betrekken, als trainer.” Volgens hem lag de ‘piek’ voor een aantal zwemmers vlak voor het toernooi in Peking, tijdens het trainingskamp in Hongkong.

Dat rekende Verhaeren zichzelf aan. „Ik heb een aantal mensen tijdens het trainingskamp sneller zien zwemmen dan bij de wedstrijden in Peking. Dan kan ik maar één conclusie trekken: we hebben verkeerd gepiekt. En daar ben ik verantwoordelijk voor.”

Verhaeren doelde vooral op Veldhuis en Dekker. Van den Hoogenband, met wie Verhaeren al vijftien jaar samenwerkt, verbeterde zich wel in Peking. Hij zwom in de voorlaatste race van zijn loopbaan, de halve finale van de 100 vrij, nog een nationaal record. „Van Pieter weet ik hoe hij reageert en hoe hij naar de wedstrijd toe nog beter kan worden. Inge is duidelijk niet in vorm. Verkeerd gepiekt. Marleen vind ik nog een twijfelgeval. Zij zwom vandaag op de 50 vrij goed, alleen haar tijd was niet goed genoeg.”

Verhaeren werkte de laatste weken voor ‘Peking’ het voorbereidingsritueel af dat Van den Hoogenband in Sydney en Athene olympische roem bracht. „Met Pieter ben ik al jaren gewend aan een bepaalde wedstrijdspecifieke voorbereiding die hem nog een stukje beter maakt tijdens het toernooi. Maar Pieter is Inge niet, en Pieter is Marleen niet. In plaats van dat het hen het laatste stukje voorwaarts bracht, ging het een stukje achterwaarts na Hongkong. Het is het verschil van een week, misschien anderhalve week. Ik had beter moeten weten. Ik heb een inschattingsfout gemaakt en een verkeerde beslissing genomen.”

Verhaeren denkt niet dat de zwemsters in Peking bezweken onder de grote druk die Olympische Spelen met zich meebrengen. „Nee, ik heb geen mentale problemen gezien, of concentratieproblemen. Daar ligt het niet aan.”

Verhaeren gaat na de Spelen met de andere zwemcoaches evalueren waarom de prestaties van de zwemmers tegenvielen. „Ik vind dat wij nog steeds een goede groep hebben. Ik heb geen overspannen mensen gezien. Maar als het resultaat niet goed is, moet ik als trainer naar de trainingen gaan kijken. Het randgebeuren was perfect. Het is echt niet zo dat het roer nu helemaal om moet. Dat is paniekvoetbal en daar is geen enkele reden toe. Het zit ’m in de details.”

Veldhuis baalde na haar laatste race van haar vijfde plaats. Zij hield aan het individuele toernooi twee olympische diploma’s over, maar voor een zwemdiploma was ze niet naar Peking gekomen. Met een tijd van 24,26 bleef ze 0,2 seconde boven de tijd van winnares Steffen. Ook de 41-jarige Dara Torres, de pas zestienjarige Australische Cate Campbell en haar landgenote Libby Trickett eindigden nog voor haar. „Ik zwom mijn beste race van het toernooi”, zei Veldhuis. „Dan is een vijfde plaats heel erg teleurstellend. Dan is er toch iets niet goed gegaan. Blijkbaar heb ik niet de absolute topvorm.”

Maar Veldhuis nam haar coach na afloop in bescherming. „Het siert Jacco dat hij bij zichzelf te rade gaat”, zei de oud-waterpoloster. „Ik ga ook bij mezelf te rade. Uiteindelijk worden we daar beter van.”

    • Rob Schoof