Vier jaar naar chloor stinken, en dan naar China en verliezen

Het olympisch record ‘Aaf van ontroering aan het huilen krijgen’ is dit weekeinde gebroken. Het staat op 9,69 seconden. Het werd verbroken door iemand die toevallig ook erg hard kan rennen: Usain Bolt, de nieuwe wereldkampioen op de honderd meter sprint.

Zoals Bolt daar ging – wist je dat bolt in het Engels schicht betekent, als in bliksemschicht? –, en vlak voor de finish om zich heen begon te kijken, en ineens zag dat hij helemaal alleen was, dat zijn concurrenten ergens ver achter hem sjokten, en zoals hij toen begon te lachen en op zijn borst klopte (wat hem, heb ik berekend, een verlies van een paar milliseconden opleverde, maar dat maakte niet uit, want door dat oermensachtige borstkloppen zal ik Bolt nooit vergeten): toen begreep ik, olympische bankhanger, ineens waarom mensen jarenlang trainen voor zoiets belachelijks als sport.

Al dagen had ik me geërgerd aan gefnuikte zwemsters en judoka’s die na hun verlies zeurden: ‘Vier jaar voor niets getraind...’ ‘Vier jaar!’ schreeuwde ik dan boos vanaf de bank. ‘Dan ben je toch ook gék! Je gaat toch niet vier jaar trainen om één keer, in China, met als concurrenten de besten van de wereld, in de hitte en de smog, met een jetlag, heel, héél misschien een rondje van goud te winnen?’ Ik kon het niet meer aanhoren, dat ‘vier jaar voor niets’, want ik werd naar van de visioenen die ik daarbij kreeg. Vier jaar elke dag in dat zwembad, die saaie baantjes trekken, met die hermetische muts over je kop, en dat knellende brilletje, met die vervelende coach die altijd ‘Nog tien keer!’ riep, en dan ’s avonds een pan spaghetti met niks leegeten omdat je koolhydraten binnen moest krijgen, vroeg naar bed: vier jaar naar chloor stinken, en dan naar China en verliezen en balen.

Wat een leven. Ik begreep het niet.

Maar toen zag ik Usain Bolt en zijn borstklop, en zijn huppeltje, en zijn dansje, en zijn massa-omhelzing met een stel Jamaicaanse fans en een Chinese toeschouwer die per ongeluk maar gelukzalig in deze omhelzing bekneld geraakt was, en toen begreep ik het. Dat je zo buitenaards goed in een sport wilt zijn.

Dus richtte ik mij na uren zitten op van de bank, liep heel snel de afstand naar mijn bureau, ging daar weer zitten en bekeek op internet nog tien keer de sprint van Bolt.

Lees eerdere columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius