Spelen van 2028 hier? Lijkt me beter van niet

Burgemeester Job Cohen hoopt dat Nederland de Spelen van 2028 organiseert.

Willen de tienduizenden vrijwilligers alvast opstaan?

Spelen goed voor sport, werk en moraal Illustraties Milo Milo

Vrijdag 8 augustus was burgemeester van Amsterdam Job Cohen in Peking om de openingsceremonie van de Olympische Spelen bij te wonen. Zijn aanwezigheid zal niet geheel toevallig zijn geweest. Cohen wil de Olympische Zomerspelen van 2028 naar Nederland halen. Zo hoopt Cohen de maatschappelijke samenhang in Nederland te verstevigen en een aantal grote infrastructurele projecten te voltooien. Het is een sympathiek plan. Maar is de wens de Spelen te organiseren nu wel zo verstandig?

Acht jaar geleden alweer was ik werkzaam bij de Olympische Spelen van Sydney. Nog geen week achttien en met een vers vwo-diploma op zak, ging ik naar het land Down Under om een jaar te werken en te reizen. In het mediadorp in Sydney kon ik aan de slag als afwasser in de nachtdienst. Geen glitter en glamour, maar ik verdiende wat en was dik tevreden. In mijn vrije uurtjes probeerde ik zoveel mogelijk de sfeer te proeven en de evenementen bij te wonen.

Aan die ervaringen dacht ik terug toen ik vorige week maandag luisterde naar Job Cohen, die bij Knevel & Van Den Brink vertelde over zijn Olympische ambities.

De organisatie van de Spelen vereist een gigantische inspanning. Dat kan niet alleen worden gedragen door een welwillende overheid. Ook van de samenleving wordt het nodige gevraagd. Ik herinner me nog hoe ik in 2000 in een bus aan de praat raakte met twee Australische duikinstructeurs. De een sprak redelijk Koreaans en de ander werkte veel met Spaanstalige toeristen. Toen het organiserend comité van ‘Sydney 2000’ een oproep deed aan mensen met onderscheidende talenkennis, aarzelden zij niet om zich aan te melden. Voor de twee weken die de Olympische Spelen duurden, namen ze vrijaf om zich vrijwillig in te zetten bij de begeleiding van sporters, journalisten en toeschouwers. Op mijn vraag hoe het zat met een onkostenvergoeding, reageerden zij met een daverende lach. „Het is toch prachtig je zo te kunnen inzetten voor je land? Ik wil er niet eens voor betaald worden!” Ik zou nog veel vrijwilligers uit alle hoeken van Australië tegenkomen die allerlei hand- en spandiensten verleenden en absoluut onmisbaar waren voor de algehele organisatie.

Is eenzelfde bezieling en commitment van Nederlanders te verwachten? Ik heb zo mijn twijfels.

Maar niet alleen aan de samenleving stelt de organisatie van de Spelen hoge eisen, ook een daadkrachtig bestuur is van groot belang. Zowel in Australië als in Groot-Brittannië (Londen, 2012) zijn daarom speciale ministers van Olympische Zaken aangesteld. In relatief korte tijd moet immers een groot aantal infrastructurele projecten worden gerealiseerd. Wegen moeten worden aangelegd, stadions moeten worden gebouwd.

Cohen ziet de organisatie van de Spelen als een ideale manier om eindelijk de bereikbaarheid van de Randstad te verbeteren, zo zegt hij. In China levert dat geen problemen op: inspraak- en bezwaarprocedures zijn daar van ondergeschikt belang. Maar in Australië kwam er kritiek van juristen op de buitengewone bevoegdheden die het organiserend comité kreeg toegewezen om projecten tijdig af te krijgen. In Nederland, waar veel grote ruimtelijke projecten te maken krijgen met tijdrovende aanvraag- en bezwaarprocedures, zou een lichaam met uitgebreide bevoegdheden snel een politiek-bestuurlijk anachronisme worden. Bovendien valt te bezien of rechters en publiek jarenlang een institutie met verregaande bevoegdheden accepteren.

De Olympische Spelen zijn een prachtig evenement, ik ben blij dat ik ze ooit van nabij heb meegemaakt. Maar zijn Nederlanders wel bereid om in groten getale vrijwillig de schouders te zetten onder zo’n reusachtige onderneming? Als de Spelen van 2028 hierheen komen, hoop ik dat Cohen gelijk krijgt en men zich massaal achter de organisatie schaart. Niettemin lijkt het me een te zwaarwegende kwestie om een gokje te wagen in de hoop dat onze samenleving zich en masse voor de Spelen inzet.

Wouter van Cleef is afgestudeerd als politicoloog aan de Universiteit Leiden. Hij was actief tijdens de Olympische Spelen en Paralympics van Sydney 2000, als afwasser.

    • Wouter van Cleef