Psychedelisch knallend op bonte avond

Steeds meer musici krijgen op Lowlands door hoe ze het publiek moeten bespelen. Ze ruien de massa op of overrompelen met flamboyante kleding.

Sex Pistols: mat Foto Isabel Nabuurs Lowlands 2008 Sex Pistols. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

’s Avonds, als de maan de tenten beschijnt, lijkt het Lowlandsterrein op een kermis: de sprookjesachtige bouwsels, de lichtjes, een autootje met gekleurde vleugels waarin een vrouwelijke dj plaatjes draait op het dashboard, bezoekers verkleed als kaasmeisje of als Oempa Loempa. Maar in de concerttenten maakt gemoedelijkheid plaats voor gedrevenheid: daar staan muzikanten die stuk voor stuk het publiek tot vervoering willen brengen: met knallende beats, verpletterend volume, met een ruige gitaar of juist een fluisterstil akoestisch instrument.

Als deze prachtige editie van Lowlands iets duidelijk maakte, dan was het wel de emotionele kracht van muziek. Heen en weer lopen tussen de verschillende optredens betekende ook heen en weer geslingerd worden tussen uiteenlopende gevoelens: van ontroering (bij de broze Laura Marling), geluk (bij hoogtepunt

Anouk), danslust (de fantastische Santogold), of rebelsheid (electro-duo Fuck Buttons).

Taal of herkomst van de muzikanten maakt niet uit: de Japanse straatmuzikanten van Asakusa Jinta met hun toeters en teksten maken net zo goed iets los als het leipe taaltje van de Jeugd van Tegenwoordig.

Opvallend was dat muzikanten steeds meer doorkrijgen hoe ze het publiek moeten bespelen. De muzikanten van N.E.R.D. spelen weinig opmerkelijke raprock, maar zijn meesters in het opruien van de massa. Tot ver op het omringende gras loeiden de bezoekers als monsters, of sprongen zo hoog mogelijk, alleen omdat Pharrell Williams het ze opdroeg. Zo gaf N.E.R.D. op dit Lowlands niet het verrassendste, maar wel inspannendste concert.

Bij het overrompelen van het publiek hoort ook podiumkleding: de ‘skelettenpakjes’ van de blazers bij de Hoosiers bijvoorbeeld, of de leeuwenkostuums van de dansers bij de Infadels, die hun optreden afsloten met een versie van Can’t Get Enough, die zo stampte en prikkelde, dat het publiek nog stond te springen toen de band al van het podium was.

Andere muzikanten hebben geen franje nodig. Integendeel. De Schotse band Franz Ferdinand had als enige gekozen voor een sobere zwartwit-weergave op de videoschermen naast het toneel, zodat de zwoel kijkende en zingende zanger Alex Kapranos veranderde in een film noir-versie van zichzelf. Franz Ferdinand had een tweedeling in het repertoire: het publiek hoefde maar het intro te horen van beproefde liedjes zoals Take Me Out of Walk Away om in bijval uit te barsten, en het bleef afwachtend stil bij de nog onbekende disco-nummers in Donna Summer-stijl van de volgend jaar te verschijnen cd.

In dezelfde tent had Anouk vrijdagavond laten horen hoe fantastisch haar stem tegenwoordig klinkt. Aan haar sprong voorwaarts lijkt nog altijd geen einde gekomen: inhoudelijk, vocaal en muzikaal was ze hier imposant. Haar nieuwe band speelde de rocknummers en de meer bluesachtige songs op ingetogen manier, zodat zijzelf kon schitteren in loeiharde uithalen en mooi afgeronde frasen. Smekende ballades, swingende soul of opstandige rock: Anouk bracht het als een koningin.

In kleinere tenten waren veelbelovende nieuwkomers te zien, zoals het psychedelisch knallende MGMT; pastorale klanken van het Duitse Get Well Soon; de flamboyante stijl van de Nederlandse discorockgroep Hit Me TV; de betoverende knutselliedjes van de Zweedse zangeres Lykki Li; en singer/songwriter Lucky Fonz III die zijn enthousiaste publiek met witte bloemen bedankte – zij zijn ongetwijfeld de ‘grote namen’ van komende festivalseizoens.

Tegenvaller was Hercules & Love Affair, dat verwachtingen hadden gewekt met hun debuut-cd. In Bravo, waar Nederlandse dance-acts als Junkie XL en Kraak&Smaak met succes de tent hadden vol gespeeld, bracht Hercules&LA een gladde en pompeuze discoshow.

Een prominent deel van het programma was gevuld met oudgedienden en andere overlevers. Er was een eerbetoon aan ‘50 jaar Nederpop’, waar bekende liedjes werden uitgevoerd door hedendaagse zangers. Maurits Westerik van Gem zong Saturday Night, en Aux Raus deed Venus. Het geheel was in bonte avondstijl, zonder veel muzikale inventiviteit.

Dat de Sex Pistols nu te zien waren – dertig jaar na hun laatste Nederlandse concert – was toepasselijk, al was het maar omdat het gros van de optredende muzikanten zich door deze band heeft laten inspireren. Al was hun concert mat. Het publiek keek bewegingloos naar de grimassen van zanger John Lydon, en zijn muzikanten speelden net iets langzamer dan vroeger de oerhits van de punk.

Claw Boys Claw – 25 jaar geleden gedebuteerd – begon stroef. Maar halverwege kwam de omslag en bleek de band nog altijd een zaal te kunnen opzwepen met liedjes als I am sea en Indian wallpaper. Zeker als Peter Te Bos zich tussen het publiek kletsnat laat spuiten met waterpistolen.

De volgende dag deed Triphop-veteraan Tricky niet zijn best het publiek te behagen. Vanaf een donker podium klonk hij duister en gedreven, met hier en daar een verzachtende triphop-klank.

Tijdens al deze optredens was er grote toeloop – als het aan het Lowlandspubliek ligt komt het wel goed met wat de zanger van rockgroep White Lies vroeg: ‘Let’s grow old together’.

Bekijk sfeerverslagen op nrcnext.nl/lowlands2008