President Bush heeft een bondgenoot minder

Generaal Musharraf voelde zich negen jaar geleden geroepen om Pakistan te redden. Maar zijn falen de democratische partijen te rehabiliteren heeft hem de das omgedaan.

De Pakistaanse president Pervez Musharraf kondigt zijn aftreden aan tijdens een toespraak tot de natie. Foto AFP This hand out picture released by Pakistan's Press Information Department shows Pakistani President Pervez Musharraf addressing to the nation in Islamabad on August 18, 2008. Musharraf announced his resignation on August 18 in the face of looming impeachment charges, ending a turbulent nine years in power for the key US ally. The former army chief, who seized power in a bloodless coup in 1999, had been under huge pressure to quit before the coalition government launched the first impeachment proceedings in Pakistan's 61-year history. AFP PHOTO/HO/ PRESS INFORMATION DEPARTMENT----RESTRICTED TO EDITORIAL USE------GETTY OUT AFP

Bijna negen jaar na zijn staatsgreep („in het belang van de natie”) heeft de Pakistaanse president Pervez Musharraf de handdoek in de ring gegooid. En net als toen verwees hij vanochtend naar „het belang van het land” om zijn aftreden te rechtvaardigen – ondanks het feit dat alle tegen hem ingebrachte beschuldigingen ongegrond zijn, volgens hem. Niet het persoonlijk belang maar het landsbelang prevaleert, was de afgelopen jaren het adagium van de legerleider die zich geroepen voelde Pakistan van de ondergang te redden. Maar echt overtuigd heeft hij uiteindelijk niemand.

Een van zijn belangrijkste toespraken hield Musharraf op zaterdag 12 januari 2002. Pakistan balanceerde op rand van oorlog met aartsrivaal India. En het land werd intern geconfronteerd met moslimfundamentalistische en extremistische oppositie tegen de steun aan de Amerikaanse verdrijving van de Talibaan uit Afghanistan. „De dag des oordeels” is aangebroken, sprak Musharraf. „Willen we dat Pakistan een theocratische staat wordt? Of willen we een progressieve en dynamische islamitische welvaartsstaat?”

Voor het Westen klonken die uitspraken als muziek in de oren. Enkele maanden eerder, na de aanslagen van 9/11 in de Verenigde Staten, was Pakistan verwelkomd als cruciale partner in de strijd tegen het internationale terrorisme. Nu kondigde de legerleider aan dat hij zijn land ging hervormen, madrassa’s (koranscholen) onder toezicht stellen, en in Kashmir operende terreurgroepen in de ban deed. Achteraf moet worden vastgesteld dat die beloftes grotendeels vals zijn geweest.

Pervez Musharraf, die vorige week 65 werd, is geboren in New Delhi. Ten tijde van de bloedige deling van het Indiase subcontinent kwam hij met zijn ouders naar Pakistan . Tussen 1949 en 1956 woonde hij in Ankara waar zijn vader als diplomaat was gestationeerd. Hij was geen studiehoofd, meer een sportief ingestelde levensgenieter, heeft zijn moeder wel eens verteld. Een carrière in het leger lag daarom voor de hand. Als jonge officier vocht hij in twee (verloren) oorlogen met India: in 1965 om Kashmir en in 1971 om Oost-Pakistan dat zich afscheidde als Bangladesh.

Als legerleider ontlokte Musharraf bijna een derde oorlog. In het voorjaar van 1999 regisseerde hij bij Kargil, hoog in de bergen, de infiltratie van Pakistaanse troepen en ‘vrijwilligers’ diep op Indiaas grondgebied. Toen de aanwezigheid van troepen werd ontdekt, brak de hel los en moesten de Pakistanen zich onder grote internationale druk ijlings terugtrekken. De toenmalige premier Nawaz Sharif legde de schuld bij zijn legerleider.

Die episode verklaart mede de diepe haat tussen Musharraf en Nawaz Sharif. In oktober 1999, enkele maanden na Kargil, pleegde Musharraf zijn staatsgreep, nadat hij had gehoord dat Sharif hem wilde ontslaan. Musharraf was toen in Sri Lanka, en keerde halsoverkop terug. Zijn vliegtuig had nog maar voor enkele minuten brandstof aan boord toen het na omzwervingen landde in Karachi.

Tot de aanslagen in de VS in september 2001 werd Musharraf internationaal als een paria behandeld. Na kernproeven in 1998 was Pakistan al geconfronteerd met embargo’s. Bovendien werd het land met argwaan bekeken wegens zijn steun aan de Talibaan in Afghanistan en zijn steun aan terreurgroepen in Kashmir.

Na 9/11 veranderde de houding drastisch. Musharraf werd door de Amerikaanse president Bush omarmd als zijn belangrijkste strategische bondgenoot. Ondanks sterke vermoedens over aanhoudende steun aan de Talibaan in Afghanistan en grote twijfels over de inzet bij de jacht op leden van Al-Qaeda, is de Amerikaanse steun aan Musharraf steeds in stand gebleven.

Volgens de Pakistaanse schrijver Ahmed Rashid had Musharraf in het voorjaar 2002 de kans om Pakistan het pad op te leiden naar een progressieve welvaartsstaat. Hij was toen nog populair, en de fundamentalistische krachten waren in het defensief. Maar in plaats van zich in te zetten voor herstel van democratie, begon Musharraf te bouwen aan consolidering van zijn macht en die van de strijdkrachten. Hij liet zich in een referendum zonder tegenkandidaten voor vijf jaar herkiezen als president (april 2002) en hield vervalste parlementsverkiezingen in oktober van dat jaar.

Musharraf is erin geslaagd de economie te revitaliseren en hervormingen door te voeren. Mede door Amerikaanse miljardensteun heeft de aandelenbeurs van Karachi gouden tijden beleefd. Maar die successen zijn volledig overschaduwd door zijn falen de democratische partijen te rehabiliteren. Net als dictators voor hem vond Musharraf zichzelf onmisbaar als gids van de natie, en koesterde hij diep wantrouwen tegen gekozen politici. Nawaz Sharif en de eind december vermoorde Benazir Bhutto mochten vorig jaar pas uit ballingschap terugkomen toen Musharraf geen andere uitweg zag om president te blijven dan met een van hen samen te werken.

Het eindspel in de strijd om de macht van Musharraf werd vorig jaar maart ingezet met de schorsing van opperrechter Chaudhry. Musharraf hoopte met het vertrek van de kritische Chaudhry de weg te hebben vrijgemaakt voor zijn herverkiezing als president. Maar dat pakte uit als een fatale misrekening. De schorsing lokte breed maatschappelijk verzet uit, geleid door rechters en advocaten in het land. In november deed Musharraf een ultieme poging de regie weer in handen te krijgen door de noodtoestand uit te roepen, af te treden als legerleider en vrije verkiezingen aan te kondigen.

Die (door de moord op Benazir Bhutto uitgestelde) parlementsverkiezingen hadden op 18 februari plaats – met desastreus resultaat voor Musharraf-getrouwe kandidaten. Zijn oude vijand Nawaz Sharif en Asif Ali Zardari, de weduwnaar van Benazir Bhutto, kregen het heft in handen. En nu is Musharraf plotseling weg en heeft de Amerikaanse president Bush alweer een vriend minder.