Oorlog en kapitaal

Heeft de handtekening van president Medvedev enige waarde of is het een verpakte leugen? Dinsdag kondigde het Russische staatshoofd het einde aan van de „militaire operaties” waarmee Georgië was „gedwongen tot vrede”, zoals zijn tekst luidde. Zaterdag signeerde hij een akkoord. Tezelfdertijd rukten de Russische troepen verder op.

Rusland laadt daarmee de verdenking op zich dat het de voormalige tsaristische en communistische vazalstaat Georgië, waar president Saakasjvili een eigengereid en gevaarlijk va-banque speelde, met geweld in het gelid wil zetten. Pas toen de Franse president Sarkozy, dit halfjaar EU-voorzitter, dreigde met „serieuze consequenties”, beloofde Medvedev dat Rusland vandaag zou beginnen aan de terugtocht. Gelet op de afgelopen week geldt toch: eerst zien, dan geloven.

Het Westen staat intussen wel betrekkelijk machteloos. De NAVO is amper in staat met één mond te spreken. Dat kanselier Merkel gisteren in Tbilisi verklaarde dat Georgië lid zal worden – een formulering in lijn met het compromis van de recente top in Boekarest – kan niet verhullen dat het bondgenootschap onder druk staat. Sinds donderdag zijn er, in statu nascendi, zelfs twee allianties. De op multilaterale solidariteit gebaseerde NAVO, die volgend jaar 60 jaar wordt. En een bilaterale NAVO, waarin Polen extra garanties van de VS heeft bovenop artikel 5 over wederzijdse hulp. De Russische generale staf was er vrijdag als de kippen bij om deze vroegere satelliet te dreigen: Polen ligt nu ook in het schootsveld.

Deze escalatie heeft iets weg van de Koude Oorlog, zij het dichterbij Rusland dan die tussen 1945 en 1991. Toch is deze term ongeschikt. Anders dan toen, draagt Rusland nu niet een alternatief politiek systeem uit en is het evenmin het centrum van een offensieve wereldbeweging. De Russische ambities zijn, ideologisch gezien, eerder regressief. Het Kremlin weigert, na het fiasco van de jaren negentig, de superioriteit van het westerse liberaal-democratische model te erkennen, maar blijft intussen wel in westerse auto’s rijden. De Russische houding in de Kaukasus is eerder een uiting van nationaal revanchisme dan van universele ideologie. Rusland beschouwt de negentiende-eeuwse invloedssferen als de enige rechtmatige. Dit neokolonialisme heeft geen naam zoals de Monroe-doctrine van de VS, al lijkt ‘Poetin-doctrine’ een optie.

Juist het gebrek aan analogie met de Koude Oorlog maakt de geopolitieke strijd gevaarlijk. Omdat er geen ideologische fronten zijn en de machtsverhoudingen in oostelijke richting verschuiven, is het Westen het initiatief kwijtgeraakt.

Maar het hoeft niet met lege handen te blijven staan. Al het militaire vertoon ten spijt, zit Rusland te springen om hoogwaardige technologie en investeringen. De oorlog in de Kaukasus pakt daarbij tot nu toe averechts uit. Een week geweld heeft volgens minister van Financiën Koedrin afgelopen week geleid tot een kapitaalvlucht van 7 miljard dollar.

Als het kapitaal zijn loop blijft nemen, wordt de prijs voor het Kremlin binnen afzienbare tijd hoog. Te hoog.