Nederland? Zimbabwe is (even) sterker

Gezien de verlangde plek in de top-10 is de tussenbalans voor Nederland na een week ‘Peking’ teleurstellend.

Nieuwe boegbeelden zijn bij de Spelen nog niet opgestaan.

Bij de Olympische Spelen lopen de pretenties van Nederland vooralsnog niet parallel aan de prestaties. Voor een positie in de top-10 van het medailleklassement zijn hogere inspanningen vereist.

Zelfs Zimbabwe stond tot gisteren boven Nederland in het medailleklassement van de Olympische Spelen. Dankzij twee roeimedailles (een goud, een zilver) en één bij het zeilen (zilver) bleef die schande beperkt tot één dag, maar de tijdelijke rangorde is indicatief voor de matige prestaties van de meeste Nederlandse olympiërs. Afgezet tegen de door het kabinet en sportkoepel NOC*NSF verlangde klassering in de top-10 is de tussenbalans na ruim een week ‘Peking’ teleurstellend.

De pijn voor Nederland zit ’m vooral in het geringe aantal gouden medailles. Na het afscheid van zwemster Inge de Bruijn en wielrenster Leontien van Moorsel en de terugval van zwemmer Pieter van den Hoogenband en judoka Mark Huizinga hebben zich geen nieuwe boegbeelden van de Nederlandse sport aangediend. De wielrenners Marianne Vos en Theo Bos en de zwemster Marleen Veldhuis was die rol toebedacht. Maar uitgerekend dat drietal faalde tot nu toe opzichtig, zij het dat Veldhuis nog wel goud won met de estafetteploeg.

Het ontbreken van het nodige goud impliceert dat Nederlandse sporters als subtoppers presteren en op olympisch niveau de laatste stap (nog) niet kunnen maken. Het lijkt vooral te schorten aan mentale hardheid in combinatie met de extreme wil om te winnen. Die gebreken openbaarden zich bij de zwemmers, enkele judoka’s, de honkballers en softbalsters, de voetballers, twee beachvolleybalteams, de wielrenners, de tafeltennissters, turnster Suzanne Harmes, Rutger Smith bij het kogelstoten, schermster Indra Angad-Gaur en de roeiers van de Holland Vier. Een treurig stemmende lijst in de wetenschap dat zich daaronder vier van de acht sporten – wielrennen, judo, zwemmen en roeien – bevinden die door NOC*NSF als speerpunt zijn aangemerkt en financieel extra ondersteund werden.

De ironie wil dat met de budgettaire groei de prestaties afnemen. Voor de succesvolle Spelen van Sydney (2000) was in de voorbereiding zo’n 20 miljoen euro beschikbaar. Het resultaat: twaalf goud, negen zilver en vier brons en een achtste plaats in het klassement, de hoogste klassering ooit. De investering van 40 miljoen euro voor ‘Athene’ vier jaar later leidde tot vier goud, negen zilver en negen brons en de zeventiende plaats in de eindrangschikking. Voor ‘Peking’ was in de aanloop bijna 60 miljoen euro beschikbaar, met als voorlopig resultaat: twee goud, vier zilver, vier brons en een troebel uitzicht op een positie in de top-10.

In hoeverre kan chef de mission Charles van Commenée verantwoordelijk worden gesteld voor een sof bij de Spelen? In aanzienlijke mate, omdat in samenspraak met hem programma’s worden opgesteld en hij aan de subsidiekraan van NOC*NSF draait. Zo lang de top-10 van het medailleklassement als uitgangspunt wordt genomen, doet Van Commenée er verstandig aan om, na een grondige evaluatie van ‘Peking’, op gebieden als trainingsleer en wetenschappelijke en mentale begeleiding de aanpak van toonaangevende sportlanden als uitgangspunt te nemen. Landen als China en de Verenigde Staten zijn onbereikbaar. Maar wil Nederland zich kunnen meten met de Duitsers, de Engelsen, de Australiërs, de Italianen, de Spanjaarden, de Russen, de Japanners, de Fransen of de Zuid-Koreanen, dan moet van de sporters onbegrensd denken en handelen geëist worden. Daarvoor moet dan alle ruimte geboden worden, te beginnen bij de ontwikkeling van talenten.

Van Commenée weet hoe dat moet. Als atletiekcoach was hij compromisloos tegenover zijn atleten en verlangde hij volledige toewijding. Om dat over te brengen op de olympische sporters zal hij meer coach en minder bureaucraat moeten worden, een rol die de chef de mission ook beter ligt.

Vooralsnog blijft ongewis of Van Commenée de eisen voor de nieuwe olympiade wil aanscherpen. Op een persconferentie in Peking wilde hij daarop niet vooruitlopen en nam hij veel falende sporters in bescherming. De chef de mission uitte zich vooralsnog kritisch over de zwemmers, de baanwielrenners en de roeiers van de Holland Vier. Wat de overige mislukkingen betreft, bleef Van Commenée mild en schortte hij zijn eindoordeel op tot 24 augustus, de laatste dag van de Spelen. Hij liet wel doorschemeren weinig te zien in verbetering van de mentale begeleiding. „Bij onwetendheid over de oorzaak van falen, schuiven mensen het vaak op mentale zwakheden. Maar door de beperkingen op de Spelen moet je keuzes maken in begeleiders. In dat opzicht is mijn mening hier in Peking niet veranderd.”

    • Henk Stouwdam