Met Usain Bolt heeft de sprint weer ‘een baasje’

Usain Bolt heeft in Peking de 100 meter voorzien van een nieuwe dimensie. De 21-jarige Jamaicaan liep een wereldrecord zonder zich maximaal in te spannen.

Shelly-Ann Fraser (rechts) schreeuwt het uit van vreugde bij het passeren van de finish. Haar landgenotes Sherone Simpson (tweede van rechts) en Kerron Stewart (derde van links) eindigden op de gedeelde tweede plaats, waardoor het podium een volledig Jamaicaanse bezetting had. Foto AFP Jamaica's Shelly-Ann Frazer (R) crosses the finish line to win the women's 100m final at the National Stadium as part of the 2008 Beijing Olympic Games on August 17, 2008. Jamaica's Shelly-Ann Frazer won ahead of Jamaica's Sherone Simpson (2nR) and Jamaica's Kerron Stewart. AFP PHOTO / GABRIEL BOUYS AFP

Niet de naam van de winnaar wekte verbazing, maar de manier waarop Usain Bolt olympisch kampioen op de 100 meter werd. De Jamaicaanse sprinter baarde zaterdag opzien met zijn dominantie en zijn tijd: 9,69 seconden – een nieuw wereldrecord, terwijl hij kort voor de finish zichtbaar inhield. Ook uitzonderlijk na een olympische sprintfinale: vrijwel niemand stelde Bolts prestatie openlijk onder verdenking van doping.

Op de discipline met een bedenkelijke reputatie draagt Bolt de aura van een schone sporter. Die uitstraling dankt hij aan zijn lichaamsbouw en zijn achtergrond. Door zijn lengte oogt hij niet als een gedrogeerde sprinter. Zijn voorgeschiedenis geeft Bolt bovendien het voordeel van de twijfel. Hij was op jonge leeftijd al zo goed dat hem een grote sportieve toekomst werd voorspeld.

Herb Elliott, de teamdokter van de Jamaicaanse ploeg en in zijn land verantwoordelijk voor het antidopingprogramma, daagde na Bolts krachtsexplosie iedere twijfelaar uit het testprogramma te komen toetsen. Verdachte Jamaicanen hebben volgens hem altijd een link met de Verengde Staten. „Alleen atleten die in dat land trainen, komen terug met problemen. Omdat zij de moed missen go to hell te zeggen.”

De Jamaicanen weerleggen verdenkingen van doping met de grote hoeveelheid testen die hun atleten in Peking hebben ondergaan. Met inbegrip van de verplichte test na de finale heeft Bolt in één week zeven dopingcontroles ondergaan.

Dat sprinter Julien Dunkley kort voor de Spelen wegens dopegebruik uit de olympische selectie is gezet, doen de Jamaicanen af als een weeffoutje. Grootschalig gebruik zou uitgesloten zijn, uit angst voor de publieke opinie. Glen Mills, de coach van Bolt, zei tegen de krant New York Times: „De atleten beseffen maar al te goed, dat ze met een dopingsmet geen leven op Jamaica hebben.” Waaraan Michael Frater, de nummer zes van de 100 meter in Peking, toevoegde: „In tegenstelling tot de Verenigde Staten is verschuilen op Jamaica onmogelijk.”

Bolt heet een product te zijn van de Jamaicaanse sprintcultuur, waarbij kinderen rond hun twaalfde worden gescout bij de nationale schoolkampioenschappen. De grootste talenten worden vervolgens ondergebracht in het opleidingsprogramma van de atletiekbond. Dat traject heeft Bolt doorlopen. Aanvankelijk alleen als specialist op de 200 meter, maar sinds dit jaar ook op de 100 meter. Min of meer tot verbazing van trainer Mills, die voor zijn pupil meer kansen zag op de 400 meter. Bolts gemakzucht voorkwam die stap. Hij prefereerde de 100 meter, waarvoor Mills pas toestemming gaf nadat Bolt vorig jaar het 36 jaar oude Jamaicaanse record op de 200 meter had verbeterd.

De entree van Bolt op de 100 meter was spectaculair. Al in zijn vijfde race, in mei van dit jaar, verbeterde hij het wereldrecord van zijn landgenoot Asafa Powell. Bolt liep met 9,72 tweehonderdste van een seconde sneller. Maar zekerheid over deelname aan de olympische 100 meter kreeg hij pas drie weken geleden, nadat Mills’ twijfels over zijn kansen op de 200 meter waren verdwenen. De coach was er toen pas van overtuigd dat Bolt beide afstanden aankan.

In Bolt heeft de 100 meter ook weer een ‘baasje’ als winnaar. In tegenstelling tot Powell en wereldkampioen Tyson Gay, de Amerikaan die verrassend werd uitgeschakeld in de halve finales, is Bolt niet bescheiden. Hij presenteerde zich na de imponerende race in het Vogelnest als een onderkoelde, zelfbewuste kampioen. Met een voorsprong van tweetiende seconde – het grootste verschil sinds de zege van Carl Lewis in 1984 – veroorloofde Bolt zich ruim voor de finish tot kloppen op zijn borst. Waarmee hij aangaf: alleen ik heb recht op de gouden medaille.

Hij liet bovendien zien een berekenende winnaar te zijn. Niet de tijd maar de eindklassering telde. Met een al te scherpe verbetering van het wereldrecord zou Bolt een dief van zijn eigen portemonnee zijn geweest. Bolt liet voldoende ruimte over voor lucratieve verbetering(en) van zijn eigen record bij de internationale atletiekgala’s.

Na een showy ereronde, waarbij hij zijn gouden schoenen bleef zoenen, presenteerde Bolt zich tegenover de massaal uitgerukte media als een persoonlijkheid, die de 100 meter een gezicht gaat geven. Bolt is een vrolijke, ontspannen vent met het nodige gevoel voor humor. Op de vraag wat hij op de finaledag zoal had gedaan, antwoordde hij: „Slapen, televisie kijken, nuggets eten en een wereldrecord lopen.”

Die spectaculaire tijd was overigens pas tijdens de ereronde tot hem doorgedrongen. „Omdat ik niet geïnteresseerd was in de tijd; ik wilde alleen winnen.” Een uitspraak die niet eens arrogant klonk. En een houding die aangeeft dat de grens nog niet bereikt is. Een olympische kampioen die ‘uitholt’ naar een tijd van 9,69 zal de wereld nog vaker verbazen.

    • Henk Stouwdam