Met een zoen voor de gouden schoen uit Jamaica

De 21-jarige Jamaicaan Usain Bolt heeft de sprint een nieuwe dimensie gegeven.

Hij liep een wereldrecord op de 100 meter zonder zich maximaal in te spannen.

Usain Bolt spreidt de armen, ruim voordat hij de finish heeft bereikt. Rechts van hem de nummers twee en drie, respectievelijk Richard Thompson (3025) uit Trinidad en Walter Dix uit de Verenigde Staten. Geheel links de Antilliaanse sprinter Churandy Martina. Foto Bas Czerwinski Usain Bolt spreidt de armen al enkele meters voor de finish: hij is olympisch kampioen. Foto Bas Czerwinski 16-08-08, Beijing, China. Finale 100m sprint met als winnaar Usain Bolt, derde van rechts. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Niet de naam van de winnaar wekte verbazing, maar de manier waarop Usain Bolt olympisch kampioen op de 100 meter werd. De Jamaicaanse sprinter baarde zaterdag opzien met zijn dominantie en zijn tijd: 9,69 seconden, een nieuw wereldrecord, terwijl hij kort voor de finish zichtbaar inhield. Ook uitzonderlijk na een olympische sprintfinale: vrijwel niemand stelde Bolts prestatie openlijk onder verdenking van doping.

Op de discipline met een in dat opzicht bedenkelijke reputatie, heeft Bolt de aura van een schone sporter. Die uitstraling dankt hij aan zijn lichaamsbouw en zijn achtergrond. Door zijn lengte oogt hij niet als een gedrogeerde sprinter en zijn voorgeschiedenis geeft Bolt het voordeel van de twijfel. Hij was op jonge leeftijd al zo goed, dat hem een grote sportieve toekomst werd voorspeld.

Herb Elliott, de teamdokter van de Jamaicaanse ploeg en in zijn land verantwoordelijk voor het antidopingprogramma, daagde na Bolts explosie iedere twijfelaar uit het testprogramma te komen toetsen. Verdachte Jamaicanen hebben volgens hem altijd een link met de Verenigde Staten. „Alleen atleten die in dat land trainen, komen terug met problemen. Omdat zij de moed missen go to hell te zeggen.”

De Jamaicanen weerleggen verdenkingen over doping met de grote hoeveelheid testen die hun atleten gedurende het verblijf in Peking hebben ondergaan. Het was zo intensief dat de delegatieleider zich er vorige week in de pers over beklaagde. Met inbegrip van de verplichte test na de finale heeft Bolt in een tijdsbestek van één week zeven dopingcontroles ondergaan.

Dat sprinter Julien Dunkley kort voor de Spelen wegens dopegebruik uit de olympische selectie is gezet, doen de Jamaicanen af als een weeffoutje. Grootschalig gebruik zou uitgesloten zijn uit angst voor de publieke opinie. Glen Mills, de coach van Bolt, zei tegen de krant New York Times: „De atleten beseffen maar al te goed dat ze met een dopingsmet geen leven op Jamaica hebben.” Waaraan Michael Frater, de nummer zes van de 100 meter in Peking, in hetzelfde artikel toevoegde: „In tegenstelling tot de Verenigde Staten is verschuilen op Jamaica onmogelijk.”

Bolt heet een product te zijn van de Jamaicaanse sprintcultuur, waarin kinderen rond hun twaalfde worden gescout bij de nationale Highschoolkampioenschappen, waarnaar jaarlijks zo’n 30.000 mensen komen kijken. De grootste talenten worden vervolgens ondergebracht in het opleidingsprogramma van de atletiekbond. Dat traject heeft Bolt doorlopen. Aanvankelijk alleen als specialist op de 200 meter, maar sinds dit jaar ook op de 100 meter. Min of meer tot verbazing van trainer Mills, die meer kansen zag op de 400 meter. Bolts gemakzucht voorkwam die stap. Hij prefereerde de 100 meter, waarvoor Mills pas toestemming gaf nadat Bolt vorig jaar het 36 jaar oude Jamaicaanse record op de 200 meter had verbeterd.

De entree van Bolt op de 100 meter was spectaculair. Al in zijn vijfde race, in mei van dit jaar, verbeterde hij het wereldrecord van zijn landgenoot Asafa Powell. Bolt liep met een tijd van 9,72 tweetiende van een seconde sneller. Maar zekerheid over deelname aan de olympische 100 meter kreeg hij pas drie weken geleden, nadat Mills’ twijfels over zijn kansen op de 200 meter waren verdwenen. De coach was er toen pas van overtuigd dat Bolt beide afstanden aankan.

In Bolt heeft de 100 meter ook weer een ‘baasje’ als winnaar. In tegenstelling tot Powell en wereldkampioen Tyson Gay, de Amerikaan die verrassend werd uitgeschakeld in de halve finales, is Bolt niet bescheiden. Hij presenteerde zich na de imponerende race in het Vogelnest als een onderkoelde, zelfbewuste kampioen. Met een voorsprong van tweetiende seconde – het grootste verschil sinds de zege van Carl Lewis in 1984 (Los Angeles) – veroorloofde Bolt zich al voor de finishlijn op zijn borst te kloppen, waarmee hij aangaf: alleen ik heb recht op de gouden medaille.

Na een showy ereronde, waarbij hij zijn gouden schoenen bleef zoenen, presenteerde Bolt zich tegenover de massaal uitgerukte media als een persoonlijkheid die de 100 meter een gezicht gaat geven. Bolt is een vrolijke, relaxte vent met het nodige gevoel voor humor. Op de vraag wat hij op de finaledag zoal had gedaan, antwoordde hij: „Slapen, televisie kijken, nuggets eten en een wereldrecord lopen.”

Die spectaculaire tijd was overigens pas tijdens de ereronde tot hem doorgedrongen. „Omdat ik niet geïnteresseerd was in de tijd; ik wilde alleen winnen.” Een uitspraak die niet eens arrogant klonk. En een houding die aangeeft dat de grens nog niet bereikt is. Een olympische kampioen die uitbolt naar een tijd van 9,69 zal de wereld nog vaker verbazen.

    • Henk Stouwdam