Liechtenstein probeert aanvaring af te wenden

Nieuwsanalyse

Liechtenstein geeft met een bankhervorming gehoor aan druk van EU-landen. Maar het is de vraag of die nu tevreden zijn.

Zelden had een klokkenluider zoveel succes. IT’er Heinrich Kieber, die van 2000 tot 2002 bij de Liechtensteinse LGT Bank werkte, verkocht in februari dit jaar voor bijna 5 miljoen euro een cd-rom met daarop 1.400 vertrouwelijke rekeninggegevens van voornamelijk Duitse spaarders aan de Duitse fiscus. Ook negentien Nederlanders staan op de cd-rom.

Afgelopen vrijdag kondigde prins Alois von und zu Liechtenstein aan dat zijn land op korte termijn de bankwetgeving zal hervormen. Dat betekent: meer in lijn brengen met EU-wetgeving en misbruik, zoals belastingontduiking, voorkomen.

Dat klinkt opmerkelijk voor een land dat nagenoeg volledig afhankelijk is van de private bancaire sector. Liechtenstein zet deze stap omdat de internationale druk op het land door belastingschandalen sterk is gegroeid.

Vorige maand deed Kieber tijdens een hoorzitting een boekje open over het gemak waarmee LGT geld van klanten wegsluisde via netwerken van brievenbusfirma’s op de Britse Maagdeneilanden, in Panama of Nigeria. De LGT Bank is eigendom van vorst Hans-Adam II van Liechtenstein.

De Duitse regering heeft Liechtenstein de fiscale oorlog verklaard als het land niet beter meewerkt aan het voorkomen van belastingontduiking. In Duitsland zijn op basis van de cd-rom al tientallen arrestaties verricht, met als grootste klapper die van Deutsche Post-topman Klaus Zumwinkel.

Dankzij de LGT-zaak is in Brussel de discussie over de zogenoemde spaartegoedenrichtlijn weer opgelaaid. Die richtlijn bepaalt dat landen ofwel informatie geven over spaartegoeden aan de belastingdienst van het land waar de spaarder vandaan komt, ofwel zelf (bron)belasting heffen voor dat land. De richtlijn geldt in EU-landen, voormalige Britse en Nederlandse koloniën en – via aparte overeenkomsten – voor een aantal Europese landen waarmee afspraken zijn gemaakt zoals Zwitserland, Monaco, Liechtenstein.

Liechtenstein ging pas laat akkoord met deelname aan de richtlijn, waar jaren over onderhandeld is. De richtlijn werkt maar ten dele: Liechtenstein maakte in 2006 slechts 75.000 euro over aan Nederland aan bronbelasting.

Het voorstel van prins Alois gaat verder dan de huidige spaartegoedenovereenkomst, maar behelst nog steeds een betrekkelijk softe aanpak van belastingontduikers. Alois zei dat hij „eventueel” bereid was informatie te verstrekken over verdachte rekeningen, mits betrokken landen bereid zijn „verstandige oplossingen” te vinden voor „de relatie die Liechtenstein heeft met bestaande klanten”.

Dat suggereert dat hij overtredingen niet al te hard wil aanpakken. Begrijpelijk, gezien de afhankelijkheid van de bancaire sector in Liechtenstein, maar het is de vraag of de EU-lidstaten die serieus werk willen maken van belastingontduiking hier tevreden mee zijn.

Landen als Nederland en Duitsland hebben zich ingezet om belastingparadijzen als Liechtenstein bij de richtlijn te betrekken. Naar aanleiding van het Duitse schandaal hebben de Europese ministers van Financiën in maart besloten de Europese Commissie te vragen de spaartegoedenrichtlijn snel te evalueren zodat die mogelijk kan worden aangescherpt.

Het ministerie van Financiën is blij dat Liechtenstein „door de internationale druk aan het schuiven is”, zegt een woordvoerder. Nederland wil samen met onder meer Duitsland, Frankrijk en Italië een zo goed mogelijke informatie-uitwisseling over spaartegoeden in alle Europese landen, dus ook in Liechtenstein.

Maar een opmerking van prins Alois betekent nog niet dat de bankenwetten in Liechtenstein daadwerkelijk hervormd zijn, dat kost tijd. De Liechtensteinse bankenlobby zal er alles aan doen de voorstellen af te zwakken. En daarbij kan de sector op steun rekenen van landen als Zwitserland, Luxemburg en Oostenrijk, die bang zijn voor precedentwerking.