Jongeren vertrouwen politici niet. En dat begrijpt Obama

Jonge kiezers in de VS zijn betrokken bij de samenleving, maar zonder zich te associëren met idealen.

Obama’s retoriek van verandering spreekt hen aan.

Democratic presidential candidate Sen. Barack Obama (D-IL) greets supporters after former U.S. vice president Al Gore endorsed him at a rally at Joe Louis Arena June 16, 2008 in Detroit, Michigan. Obama, who is on a two-day campaign swing through Michigan, gave a speech earlier today about competitiveness. Bill Pugliano/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Dat Barack Obama onder jonge Amerikanen populairder is dan John McCain, bewijzen niet alleen de opiniepeilingen. Zou McCain op internet actief zijn, dan zou de Republikeinse kandidaat kunnen zien dat zijn Facebook-pagina ruim 193.000 ‘fans’ heeft. Ter vergelijking: popzangeres Britney Spears, met wie McCain Obama in een campagnefilmpje spottend vergelijkt, heeft ‘slechts’ 168.000 aanhangers. Maar de Democraat Obama heeft op de sociale netwerksite meer dan 1,3 miljoen vrienden.

Sommige analisten stellen in dit verkiezingsjaar dat de jongeren die Obama op internet steunen, in november net zo massaal op hem zullen stemmen. Dat het de ‘jonge stem’ zal zijn, die deze verkiezingen in Obama’s voordeel kan beslissen. Anderen zijn veel sceptischer en zeggen: jongeren sluiten zich bij hem aan op Facebook, ze worden lid op zijn campagnesite via My.BarackObama.com, abonneren zich op zijn sms’jes en kijken op YouTube met miljoenen naar zijn toespraken, maar 18- tot 29-jarigen zijn onbetrouwbaar op de verkiezingsdag zelf.

Deze krant sprak de afgelopen weken met tientallen jongeren in twee zuidelijke en etnisch relatief diverse Amerikaanse staten, Florida en Georgia. Jongeren van verschillende komaf. Republikeinse, Democratische, maar ook libertaire of onbesliste kiezers. Ondanks grote onderlinge meningsverschillen hadden bijna allen één ding gemeen: ze zijn niet tevreden over de koers van het land. Velen noemden de politiek corrupt en verlamd door polarisatie, waardoor grote problemen zoals de oorlog, gezondheidszorg, immigratie, klimaat en economische crisis niet worden aangepakt.

De meeste geïnterviewden stelden dat de polarisatie in de media, op school en in andere delen van de samenleving hun zorgen baart. Ze noemden „praten over politiek nu net zo gevoelig als praten over religie”. De polarisatie maakt dat degenen die hun keuze al hebben bepaald, of die zich zelfs voor een kandidaat of partij inzetten, amper vatbaar zijn voor argumenten of feiten uit het andere kamp. Deze jongeren maken zich zorgen over hun toekomst – „maar nog veel meer als de tegenpartij in november zou winnen”.

McCain en Obama maken beiden daarom de meeste kans nieuwe stemmen te winnen onder jongeren die nog niet hebben beslist. Obama’s relatief jeugdige leeftijd, multiraciale komaf, vlotte voorkomen en zijn retoriek van verandering, hoop, verzoening en eenheid: ze lijken perfect op een jonge doelgroep toegesneden. Maar een groot aantal jongeren zei eerst te willen zien „of hij behalve stijl ook inhoud heeft”.

De jongeren die hun keuze nog niet hebben gemaakt klagen dat het moeilijk is onafhankelijke informatie te vinden om hun mening te vormen. Veel televisiezenders ervaren ze als zo partijdig dat hun berichtgeving „bijna hilarisch” is. De cabaretiers Steven Colbert, die op Comedy Central een rechtse talkshowhost imiteert, en Jon Stewart, die op dezelfde zender een serieuze nieuwsshow parodieert, noemen sommigen betrouwbaarder.

Omdat veel jongeren ook geen kranten lezen, zijn ze aangewezen op internet of informatie van naasten. Vooral die laatsten vertrouwen ze meer dan de traditionele media, bleek vorig jaar uit een onderzoek. „Ze vallen terug op mensen die ze vertrouwen – familie, vrienden – om informatie te filteren. Ze zouden graag meer gelegenheid hebben om over thema’s te praten met een diverse groep mensen, op een open manier”, aldus de onderzoekers.

Obama’s campagne speelt hier actief op in, meer dan McCains team. Eind juli bijvoorbeeld hield een groep yuppies in Tallahassee een borrel voor Obama, de ‘PRObama Thirsty Thursday’. De bijeenkomst was aangekondigd via My.BarackObama.com en het publiek in restaurant Chez Pierre bestond uiteindelijk uit circa dertig ambtenaren, universitaire docenten en studenten, groepen die in de hoofdstad van Florida zijn oververtegenwoordigd. Naast vooral blanke Amerikanen waren er ook enkele zwarten en één Aziaat.

Een dag later had de Republikeinse partij van Florida twee uur rijden verderop een concert georganiseerd in Panama City. Deze badplaats aan de ‘Redneck Rivièra’ wordt in de zomer bevolkt door blanke Amerikanen uit zuidelijke staten als Alabama, Mississippi en Kentucky. De partij had countryzanger John Rich gevraagd in de jachthaven een nummer te zingen dat hij schreef voor McCain, die zelf ook een korte stop maakte. Nog niet eenderde van de 3.000 gratis kaarten werd afgehaald. De gemiddelde leeftijd van het publiek lag ver boven de veertig: de paar jongeren die waren gekomen, waren er of met hun ouders of werkten voor McCains campagne.

De radiopresentator die het concert aan elkaar praatte vroeg meerdere keren om een applaus voor de Amerikaanse troepen. Tijdens de Obama-borrel in Tallahassee daarentegen werden de aanwezigen zelf in het midden gevraagd. Ze moesten vertellen hoe en wanneer ze Obama leerden kennen, waarom ze hem steunden. De initiatiefnemer van de borrel zei dat hij zou willen dat hij zijn zoontje nooit hoeft te vertellen wat oorlog is.

Tegen het eind van de avond werden de borrelaars door een betaalde medewerker van de Obama-campagne aangemoedigd vrijwilliger te worden. Door op deuren te kloppen, telefoontjes te plegen of naasten over Obama te vertellen. De meesten waren enthousiast. Bij het McCain-concert gingen de toeschouwers hoogstens met een bumpersticker naar huis.

Reagan was „de laatste Republikein die de jeugd wist aan te spreken – en dat dreigt een groot probleem te worden”, zegt Francisco Gonzalez in een café in Tallahassee. De 31-jarige medewerker van een conservatieve denktank is co-auteur van Who is the Real Barack Obama? For the rising generation; by the rising generation. Een kritisch boek over Obama dat deze maand in eigen beheer uitkomt. Volgens Gonzalez dreigt de jeugd deze verkiezingen „een gevaarlijk onervaren, extreem-linkse kandidaat naar de macht te katapulteren”.

Gonzalez reisde de afgelopen jaren langs honderden campussen voor een conservatieve organisatie die vindt dat universiteiten te progressief onderwijs geven. Hij schat dat twee op de drie jongeren op Obama zullen stemmen en begrijpt wel waarom. „De Republikeinen hebben twee problemen: hun boodschap slaat niet aan en ze kennen de nieuwe media niet.”

Gonzalez: „Ik ga vaak naar conservatieve congressen en dan zijn er tientallen seminars over belastingverlaging, abortus, et cetera. En als je geluk hebt is er één over de nieuwe media. Dat zou precies andersom moeten zijn.” Als voorbeeld geeft hij de Obama-girl, een amateurzangeresje dat op YouTube een ode aan de Democratische kandidaat zong en miljoenen kijkers trok. „Zelfs ik als conservatief word vrolijk van zo’n liedje. Eerder dan van een countryconcert.”

Hij vervolgt: „Conservatieven zijn gewend zich te groeperen rondom ideeën, maar die worden steeds vluchtiger nu de wereld kleiner wordt en sneller gaat. De jonge generatie verzamelt zich rondom personen of een bepaalde identiteit, zoals nu met Obama. Omdat wij momenteel weinig aansprekende kandidaten hebben, die de tijdsgeest niet begrijpen, verliezen we de strijd.”

Dit is min of meer ook de conclusie die wordt getrokken in het vorig jaar uitgebrachte boek Millennial Makeover. MySpace, YouTube & The Future of American Politics van Morley Winograd en Michael D. Hais. De twee auteurs, beiden Democraten, stellen dat de politieke opkomst van de millennial-generatie (na 1982 geboren) drie à vier decennia van nieuwe Democratische dominantie zal inluiden, een zogeheten realigning election. Is het niet dit jaar, dan wel in 2012, voorspellen ze.

Bij de vorige, Republikeinse, ‘hergroepering’ (in 1968) waren het de babyboomers die het voortouw namen. Anders dan de babyboomers associëren de millennials zich niet met idealen. Ze zijn juist afkerig van de ideologische verdeeldheid die de idealistische babyboomers in de politiek brachten. Anders dan de generatie vóór hen, Generation Y, zijn ze meer betrokken bij de samenleving, onder meer via internet en mobiele telefonie. Ze noemen vaker de staat als de aangewezene om grote problemen aan te pakken. Met al deze kenmerken, stellen de schrijvers, zijn de millennials meer thuis bij de Democratische partij.

Bovendien hebben ze in een kwart van de gevallen ten minste een ouder van buitenlandse afkomst. De Democraten kozen dit jaar de eerste zwarte presidentskandidaat ooit. Een kandidaat die bovendien veel praat over verzoening. Over „mensen bijeenbrengen voor verandering”. Een typische millennial-boodschap.

De Republikeinen, zegt Francisco Gonzalez, rest dit jaar niet veel meer dan Obama’s persoonlijkheid in twijfel te trekken. „Het thema waarop hij zeer zwak staat, de nationale veiligheid, vraagt daar ook om. Maar ik haat het om te zeggen: momenteel zijn we er beter in te zeggen waar we tegen zijn, dan waar we voor zijn. Het zal veel jonge kiezers afstoten.”

    • Merijn de Waal