Het grote mens past ook zo fijn in het laatje

Fanny & Alma gaan elke week van die dingen doen die voor iedereen herkenbaar zijn of juist niet.

Vandaag: gaan zij hun laden uitmesten.

Illustratie Het Harde Potlood het harde potlood

Een dikke stapel ongeopende brieven ligt in Fanny’s bureaula. Fanny schuift hem open en laat er een paar nieuwe op neervallen. Als ze er een blauwe enveloppe tussen ziet sluit ze heel even haar ogen en schuift ze de la snel dicht. „Iets leuks doen?” vraagt ze opgewekt aan Alma. Ze trekt haar jurk goed.

Even later zitten we op een terras om de hoek vier op een rij te spelen. De zon schijnt, we drinken thee met verse munt. Fanny speelt met de uitstekende steeltjes en roert ermee in haar thee. „Raar dat dit ooit hip is geworden.” „Hoelang stop je eigenlijk al brieven in die la?” vraagt Alma ineens. Fanny kijkt verschrikt op. „In die la? Oh, een paar weken, maanden”, corrigeert ze snel als ze ziet dat Alma’s gezicht het nog aankan.

„Word je er nooit zenuwachtig van?” Fanny zucht en neemt een slok van haar thee. „Moet dit?” Demonstratief laat ze een steentje in het rek rollen. „Jij bent. Jij behent!” herhaalt ze als Alma niet reageert. „Ik vroeg het me gewoon af. Zelf heb ik ook zo’n la, en af en toe word ik er gewoon ineens heel erg zenuwachtig van... en bang. Heb jij dat niet?”

Fanny bloost. „Waarom denk je dat ik die la zo snel dicht deed?” We staren beiden naar het vier-op-een-rij- spel. Het voelt ineens zo zinloos, die rode en gele stenen. In Fanny’s gedachten worden het euro’s. We denken allebei hetzelfde. Alma zegt het. „Misschien moeten we onze laden allebei eens uitmesten.”

De volgende dag zitten we bij Alma thuis. Onder het motto dat zoiets ook best leuk en gezellig kan zijn, hebben we een opgewekt muziekje aanstaan en massa’s lekkere broodjes ingeslagen, maar leuk is het helemaal niet. Verre van zelfs.

De ene na de andere rekening van bol.com wordt door Fanny opengemaakt, ze voelt zich zo stom dat ze ze niet eerder heeft betaald. De brok in haar keel negeert ze. Het is haar eigen stomme schuld.

„Ik heb een brief van de koningin!” zegt Alma. Al snel is haar enthousiasme weg. Het blijkt niet om een gezellige uitnodiging te gaan waarin we worden gevraagd om roze kasteeltjes te eten op het paleis. Maar om een dwangbevel in naam der koningin. „Op 23 juli 2008 heb ik geconstateerd dat u achter bent met het betalen van de aanslag inkomstenbelasting premie volksverzekeringen 2007”, leest Alma voor.

„In verband met de geconstateerde betalingsachterstand heb ik op grond van de invorderingswet 1990 dit dwangbevel tegen u uitgevaardigd. Bla blie blo.” Dan worden haar ogen groot. „Binnen twee dagen betalen.” Treurig maakt Alma het bedrag over.

„Dit haat ik aan een groot mens zijn”, zucht Fanny als we ons door de grote stapel heen hebben gewerkt en ons saldo weer onder het nulpunt is. „Het is gewoon zo gemakkelijk om het allemaal in het laatje te stoppen, dan is het er niet.” „Het grote mens”, zegt Alma, „Die past ook ook zo fijn in het laatje.”

Nu we het grote mens uit de la hebben gehaald, besluiten we ook maar even goed gebruik van hem te maken voordat hij weer teruggaat. We biechten alles op. „Ik ben al heel lang niet bij de tandarts geweest”, zegt Fanny. „al meer dan 1,5 jaar niet”, fluistert ze. Alma drukt Fanny de telefoon in handen: nu een afspraak maken!

„Ik heb nog nooit sinds ik hier woon het glas naar de glasbak gedaan”, zegt Alma. Om de paar dagen wordt het leger van lege flessen aangevuld, langzamerhand nemen ze de kamer van Alma over. Ze winnen aan terrein. Rood, groen, rood, groen. Als Alma door haar wimpers tuurt, lijken de flessen te vibreren. Alsof ze nog maar een paar uur verwijderd zijn van de overwinning, waardoor het slagveld voor altijd het hunne zal zijn. Alma springt op en weet de soldaten in drie Dirk-tassen te proppen.

Ook nadat de flessen triomfantelijk één voor één kapot gevallen zijn op de ijzeren bodem van de glasbak, is het grote mens nog steeds niet klaar om te vertrekken. Alma trekt haar portemonnee open. „Ik weet dat het bij volwassenheid hoort, maar ik kan hem niet aan.” Ze trekt haar Postbank-creditcard tevoorschijn. De meeste rekeningen zijn gecreëerd door het plastic kaartje. „Ik begrijp helemaal niets van dit ding, ik mag alles kopen wat ik wil. En ik hoef daarvoor maar 45 euro per maand te betalen. Dat klopt toch niet?” Op het overzicht dat de Postbank elke maand stuurt, staan cijfers waar Alma niets van begrijpt. Saldo vorige maand, hoe kun je een saldo hebben als het niet eens je eigen geld is? Aflossing deze maand bedraagt 375,46 euro, terwijl er maar 45 euro wordt geïncasseerd. „Ben ik soms een schuld op aan het bouwen?” vraagt ze.

„Ja”, klinkt het aan de andere kant van de telefoon. Een moeder is ingeschakeld, dat kon niet anders. „Je bent een verkapte lening bij de Postbank aan het opbouwen. Je betaalt ze alleen hoge rente en een kleine afbetaling. Pas later hoef je je dan inmiddels torenhoge schuld af te lossen.” „Maar hoe moest ik dat dan weten?” sputtert Alma. „Ik begrijp niet waarom ze je op school geen les geven over creditcards.”

Nog dezelfde dag hangt Alma aan de lijn bij de klantenservice. „U wilt niet meer gespreid betalen?” „Ik heb nooit gespreid willen betalen, dat hebben jullie bedacht.” „Ah.” „Ik wil dat wat ik uitgeef, meteen van mijn rekening verdwijnt.” „Dat kan”. Dit bleek veel gemakkelijker te gaan dan gedacht. Net zo als het leger van flessen, de blauwe enveloppen en de tandarts was dit biggetje zo gewassen en kan hij weer fier door de weide rennen. De la gaat dicht. Het grote mens is weer teruggekropen.

Fanny gaat daadwerkelijk naar de tandarts en geeft zichzelf van tevoren al meerdere schouderklopjes. Eenmaal daar is ze minder blij dat ze is gegaan. Er moet per direct een afspraak bij de kaakchirurg gemaakt worden. Haar verstandskiezen moeten eruit. Ze duwen al haar andere tanden in richtingen die haar aanzicht niet zullen verbeteren. „Maar ik heb geen pijn”, probeert Fanny nog. Een week later loopt Fanny met een wang die op haar knieën hangt naar de brievenbus. Een blauwe enveloppe. „Die maak ik tegenwoordig meteen open”, suist door Fanny’s hoofd. De brief spreekt: ‘Uw betaling is te laat verzonden, hierdoor zijn wij genoodzaakt een verhoging in te stellen. Die dient binnen drie weken te worden betaald.” Fanny belt Alma slissend op. „De la blijft dicht, voor altijd.”

    • Alma Mathijsen
    • Fanny van de Reijt