Heerlijk ouderwetsig gebrek aan naturel

Televisie is al lang niet meer het belangrijkste medium dat we hebben, maar Zomergasten blijft gek genoeg een instituut. Dat komt misschien doordat we nu niet alleen meer nostalgisch met de gast meekijken naar diens favoriete televisiefragmenten – we kijken ook nostalgisch terug op het televisietijdperk van vroeger. Dat geeft het programma een soort ironie die het weer modern maakt.

Ja, praat je er maar uit: ik heb gisteravond de hele uitzending van Zomergasten zitten kijken. Vanaf de aankondiging tussen Journaal en reclame (Bas Heijne heeft dan nog zo’n heerlijk ouderwetsig gebrek aan ‘naturel’) tot het helaas nooit goed te liplezen nagesprekje tijdens de aftiteling. Je moet het ook wel helemaal zien, Zomergasten. Je moet je er in onderdompelen totdat de geënsceneerde neukpartijen in Spuiten en slikken, waar je bij het na afloop zappen in terechtkomt, iets uit een andere tijd lijken, een andere wereld. En niet de normale begin eenentwintigste-eeuwse Nederlandse televisie die ze zijn.

In het begin heb je datzelfde anachronistische gevoel natuurlijk met Zomergasten zelf. Gisteren was actrice Annemarie Prins (1932) te gast – die zich geen actrice wil laten noemen, of toch weer wel, dat ben ik vergeten – en het duurde een tijd voordat ik erin kwam. Het hielp ook niet dat ze over theatergebeurtenissen uit de jaren zestig en zeventig sprak alsof iedereen precies zou moeten weten waar het over ging. Dus toen ze „op het spoor gekomen was: in Polen, daar gebeurt het”, dwaalde ik af naar het nieuwe raketschild dat de Amerikanen in Polen aan het klussen zijn (net gezien op het Journaal). Althans, naar het woord ‘raketschild’. Het gaat namelijk om een ‘schild’ dat bestáát uit raketten, maar dat zijn dan anti-raketraketten, dus in feite is het een ‘anti-raketrakettenschild’. Maar afkortenderwijs kun je ook spreken van een ‘anti-raketschild’, en eigenlijk zit dat ‘anti’ al in het woord ‘schild’, dus dan is ‘raketschild’ toch wel correct.

Maar goed, geleidelijk aan leer je iemand kennen, dat is de charme van Zomergasten. En de verdienste van Bas Heijne, die (met teruggevonden naturel) zijn gasten helemaal zichzelf laat zijn. Hij deelt wel wat therapeutische tikjes uit, maar gaat niet irritant diep in op de moeilijke jeugd van een gast (bijvoorbeeld de zelfmoord van Prins’ moeder). Hoefde ook niet. Annemarie Prins schetste een waar dieptepsychologisch portret van zichzelf in tv-fragmenten. Onder meer een interview met de dichtgeklapte dam-nerd Jannes van der Wal (was ze zelf bang voor, dichtklappen); een documentaire over een transseksueel die ging samenwonen met zijn jeugdliefde (altijd hoop houden); een fragment uit de tv-serie over Annie M.G. Schmidt, nu in de maak, waarin Prins zelf prachtig de oudere Annie speelt; een stukje docu over een Vietnamveteraan die had genoten van het moorden; een bozige oude vrouw met geheugenproblemen; en diverse theaterregistraties.

Naast me op de bank haakte men af bij de Beckett-monoloog Rockaby, een vrouw in een schommelstoel mijmerend over ramen en de dood, en week men uit naar YouTube (naar een parodie op het spotje ‘kip, het meest veelzijdige stukje vlees’ waarbij het de acteur niet lukt die zin correct uit te spreken). Nu is Prins niet de makkelijkste om van te houden – vond ze ook zelf. Ze kwam uit de uitzending naar voren als een theatrale, chaotische, autoritaire, emotionele, met opzet irritante, aandoenlijke vrouw. Ze zat vaak te doceren, poneerde dan met grote nadruk inzichten als: “De mens is een gewoontedier” of “inhoud is vorm, vorm is inhoud” – en Heijne liet het allemaal maar gebeuren.

Maar na het laatste filmpje, over een autistisch kindje dat met een volwassene communiceerde via een trommel, zei hij: „Volgens mij weet iedereen die deze avond gezien heeft waarom dit jouw troostvideo is, dus ik ga er verder niets over zeggen.” En toen lachte ze eigenlijk alleen maar. „Ik denk dat ik tegenwoordig meer vrede met mezelf heb dan vroeger”, had ze al gezegd. En dat hoop je dan.