Geen verbod van rokerskerk

Roken in het café mag niet. Maar wat als rokers zich in een kerk verenigen? Roken is dan een liturgische handeling. Een rechter kan dit niet verbieden, vindt Erik Sengers.

Geen verbod van Rokerskerk. Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Bij de vraag of roken is toegestaan in cafés die zijn aangesloten bij de rokerskerk, zijn vanuit godsdienstsociologisch oogpunt twee zaken van belang. Ten eerste of het bij de rokerskerk om een religie gaat. Ten tweede of het hier om een kerkgenootschap gaat. Beide termen zijn nogal vaag gedefinieerd, de uitspraken van de organisatie zelf vormen het enige richtsnoer.

Religie kan functioneel of substantieel gedefinieerd worden. Bij een substantiële definitie gaat het om wat religie is, waarbij een sterke nadruk ligt op de relatie met het buitenaardse. Een functionele definitie zegt welke functies religie vervult, eventueel ook zonder relatie met het buitenaardse (bijvoorbeeld bij voetbal). De rokerskerk wil zich laten inspireren door hun god, die ze ervaren in de drie-eenheid van rook, vuur en as.

Behalve een materiële betekenis hebben deze drie voor de rokerskerk ook een symbolische betekenis: rook als de brenger van de goddelijke boodschap, vuur als de brenger van het leven en het goede, as als het begin en einde van het leven. Door te roken wil men deze god eren en zelf in een geestelijke toestand komen waarin vereniging met hem mogelijk is. Er is zelfs een gebed dat hieraan uitdrukking geeft: „Ik geloof in Rook Vuur en As. God zij dank.” Het is misschien niet de meest diepzinnige theologie, maar voor niet-gelovigen is het moeilijk daarover te oordelen.

Of de rokerskerk een kerkgenootschap is, is ook lastig te beantwoorden: het begrip is niet in de wetgeving gedefinieerd. Elke religieuze organisatie met een zekere ordening en continuïteit kan zichzelf als kerkgenootschap definiëren. De rokerskerk kent een hoge mate van organisaties: zo kent het asbisschoppen en asmoezeniers, en aspiranten. Er zijn regels voor hoofddracht, seksualiteit en spijswetten, er zijn dagelijkse religieuze oefeningen, zowel gemeenschappelijke als persoonlijke. Dat die plaatsvinden in cafés en besloten van aard zijn speelt geen rol. Men kan lid worden als men oude dwaalleren afzweert en een eed uitspreekt waarin men trouw zweert aan de kerk. Er zijn rokerspreken en zelfs vacatures voor geestelijken bij het leger en in gevangenissen. Voor een recent opgerichte kerk een achtenswaardige graad van organisatie.

Echter: bij een eventuele erkenning van de rokerskerk als kerk heeft niet de wetenschap maar de rechter het laatste woord. Die oordeelde al eerder dat de kerk van satan geen kerk is, maar een bordeel. De opzet van de rokerskerk is natuurlijk duidelijk: een manier vinden om legaal door te kunnen gaan met roken in cafés. Het is daarom de vraag of de rokerskerk aannemelijk kan maken dat het een religieuze organisatie is met een zekere mate van stabiliteit. Een rechter kan daarbij slechts marginaal toetsen: over de inhoud van een geloof en de organisatie gaat de kerk, niet de rechter.

Dr. Erik Sengers is godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit.

Voor meer informatie zie www.rokerskerk.nl

    • Erik Sengers