Exorbitant privilege Amerika is niet meer

In zijn LUX-column van 2 augustus verwijst Roel Janssen naar de jaren zestig, waarin de Franse president Charles de Gaulle de wijze waarop de Amerikanen hun betalingsbalanstekorten financierden, hekelde. In de huidige context is echter het exorbitante privilege van destijds niet meer actueel.

In de jaren zestig was sprake van het Bretton-Woodsstelsel van vaste wisselkoersen, waarin de dollar de centrale valuta was. Andere landen moesten de waarde van hun valuta ten opzichte van de dollar handhaven door valutamarktinterventies. Met een door Amerikaanse betalingsbalanstekorten onder neerwaartse druk staande dollar betekende dat het opkopen van dollars. Dit leidde tot het accumuleren van dollarreserves waarop, zolang ze in direct opvraagbare vorm bij de Fed werden aangehouden, geen interest werd verdiend. Volgens De Gaulle vertegenwoordigde deze gratis middelenoverdracht aan de VS een exorbitant privilege.

De wereld van vandaag is echter een geheel andere. Er is geen sprake meer van vaste wisselkoersen en verplichte interventies. Wel kunnen landen via interventies trachten de wisselkoers in een voor hen gunstige richting te beïnvloeden.

Zo kan de Chinese centrale bank door het opkopen van dollars de koersstijging van de renminbi (de Chinese munt) afremmen. Deze accumulatie van dollarreserves bij de Chinezen is echter niet in het belang van de VS. Die prefereren een (verdere) stijging van de koers van de renminbi ten opzichte van de dollar, omdat die zou leiden tot evenwichtiger betalingsbalansverhoudingen.

Kortom, het accumuleren van dollarreserves doen landen zichzelf aan en berust niet langer op een exorbitant privilege van de VS.