Elke maand een groencontrole

nrc.next-redacteuren nemen de bus, stoomtrein, tram of metro en stappen uit bij een halte ergens in Nederland.

Vandaag Rotterdam: naar de volkstuinvereniging.

Galjaard, David;Kooy, Christian van der

Hyacinten en narcissen staan in de tuin te kissebissen. Ik zie er mooier uit dan jij. Ach, meid hoe kom je daar nu bij. Jawel, ik ben, hoe zal ’k het noemen nogal dik bezaaid met bloemen. Dat kan wel zijn maar ik ben slanker en mijn bloemen zijn ook ranker. ’t Is maar net wat of je blieft, want mijn geur is zeer geliefd en in vergelijk met die van jou, ruik jij toch echt naar niets mevrouw. Ach, laat ons toch niet langer strijden, wij zijn toch beiden mooie meiden op eigen wijze heel speciaal dat is toch zeker ideaal, wij kunnen toch wel samengaan en vredig naast elkander staan.

De regels komen uit een gedicht van Yvonne Buijsman, bestuurslid van Volkstuinvereniging De Boerderij. Ronddwalend in Rotterdam Nesselande lees ik de opening van hun nieuwsbrief meerdere malen. Het versje heeft wel iets.

Na een paar rondjes in de nieuwbouwwijk langs straten met namen als Christian Diorstraat, Versacestraat en Laan van het surrealisme, kan ik de volkstuintjes nog steeds niet zien. En ik kan hier niemand aanspreken, want er loopt niemand. Mensen zijn hier alleen op de fiets of met de auto. Terug naar het metrostation dus waar wel mensen zijn. Ik vraag het aan een jongeman op een bankje. Omdat hij zijn grote en vast gevaarlijke hond los voor zich heeft, benader ik hem van achteren. Hij schrikt, maar weet me wel de weg te wijzen naar de volkstuinvereniging.

De schelpen op de paden, afkomstig uit Katwijk aan Zee, kraken bij elke stap die ik neem. Er is beroering op het terrein: mensen lopen het groene gebouw, de Nessefarm, in en uit met diverse gereedschappen in de hand. Theo van Look, algemeen bestuurslid geeft mij een rondleiding en legt deze bedrijvigheid uit. „Elke zaterdag hebben we werkbeurten van 10 tot 12 uur. Dat is verplicht voor al onze tuinbezitters. Een teamleider heeft zojuist het werk verdeeld en nu gaan de mensen aan de slag met slootkanten, snoeiwerk en opruimwerk.”

Tuinbezitters blijken hier aan enkele regels gebonden. Elke maand is er een groencontrole: alle tuintjes worden gecontroleerd op onderhoud. „De mensen moeten niet denken dat ze met een krat bier kunnen komen en niets aan hun tuin hoeven doen. Meestal ontstaat zo’n wildernis door financiële problemen van de bezitter.”

Theo neemt mij mee naar een tuin waar de vereniging niet trots op is. Bezaaid met onkruid, een hoopje tuinafval aan de voorkant en allerlei onbestemde spullen als een accu, een kapotte plastic stoel, wat bouwafval en een aanhangwagen. Niet fraai inderdaad. En al helemaal niet passend bij de andere nette tuintjes.

Zoals die van meneer Rombouts, waar we kennelijk gewoon in mogen ook al is meneer Rombouts er zelf niet. Hij heeft een aardbeienveldje aangelegd, rode bieten groeien in een rechte lijn ernaast, sperziebonen en andere gewassen waarvan ik de namen niet weet, staan er keurig naast. Erg lieflijk. En precies volgens de regels. Hij heeft ook een kas waar komkommers, druiven en tomaten groeien. Theo wijst mij op een paar fruitbomen aan de kant van het tuintje. Hij kijkt er tevreden naar. Als ik zijn gedachten zou moeten raden dan zou ik zeggen dat hij wel meer van dit soort nette tuintjes wil hebben op het terrein. Ondanks al het harde werken dat meneer Rombouts erin heeft gestopt, wil hij van zijn volkstuintje met tuinhuis af. Er staat een ‘te koop’-bord op. „Hij wil er 6.000 euro voor hebben”, antwoordt Theo als ik vraag naar de prijs.

In de tuinwinkel is meneer Bechan bezig met zijn werkbeurt. Een grijs geldkistje met sleutel ligt voor hem. Hij moet deze ochtend gasflessen, aarde en zand verkopen. Hij heeft al zestig euro verdiend hieraan. Voor de vereniging uiteraard. Al vijf jaar heeft hij hier zijn tuintje. Bonen en kool heeft hij al geoogst. Ik word uitgenodigd om straks, als hij klaar is met zijn werkbeurt, zijn andere gewassen te bekijken. Theo van Look heeft de presentielijst voor de werkbeurten in de hand. Iedereen die er vandaag moest zijn, heeft zijn handtekening op de lijst gezet. „Wij maken elke maand een balans en controleren of iedereen aan de verplichte twintig uur per jaar komt”, zegt Theo. „Als mensen niets van zich laten horen, krijgen ze een brief thuis gestuurd met een boete van 45 euro. Wij willen ook geen scheve gezichten. Dat iemand wel zijn werkbeurt doet, maar de buurman niet. Daarom zijn we daar streng in.”

De voorzitter van de vereniging, Kees Lamens, komt erbij als we onder een grote boom staan en begint te vertellen over de geschiedenis van het complex en vooral het gesteggel met de gemeente. Hij woont eenhoog in Hillegersberg, zit in de bouw en heeft drie kinderen. Hij is de vereniging jaren geleden ingerold, toen alles om de tuinen heen nog weiland was. „Omdat wij van een particulier huurden, boer Struckman, en niet zoals andere volkstuinverenigingen van de gemeente, hebben wij alles zelf gedaan. De riolering, de paden, de faciliteiten. Toch wilden ze ons een tijdje terug weg hebben. Wij hebben heel lang in onzekerheid geleefd of dat het einde zou zijn.” 

In 1992 wilde de gemeente een nieuwe wijk bouwen, Achtkamp was toen de werknaam voor het huidige Nesselande. In plaats van tuintjes wilden ze huizen op het complex. De vereniging is er met succes tegenin gegaan. Later wilde de gemeente dwars door de tuintjes een fietspad aanleggen. Ook dat hebben ze met hulp van de bewoners tegengehouden. Toen was er weer het gedoe over de grootte van het terrein. Volgens de gemeente zou die 3.500 meter lang zijn. Lamens ging meten en kwam op 2.900 meter. Maar het gekst is toch wel het probleem dat de vereniging had met de schoonheidscommissie. „Ons gebouw was wit met een grijs dak. De schoonheidscommissie bepaalde dat het groen moest zijn. Lindegroen.” Iets met aanpassingen aan de wijk.

Tijdens de rondleiding met de twee heren zien we een fazant in een van de tuintjes. „’s Avonds vliegen de uilen hier van boom naar boom. We hebben er hier vijf”, zegt Kees Lamens. Er is ook een vos, Reintje de Vos die al twee keer de kippen van een tuinbezitter heeft opgegeten. Volgens de regels van het complex mogen kippen wel gehouden worden op het terrein. Een paard of schapen, dat gaat te ver. Egels zijn er ook maar die zijn niet schadelijk, die eten alleen muizen.

We lopen weer terug naar de Nessefarm, naar de kantine voor een thee. Het heeft al de hele dag geregend, omdat we ons konden verschuilen onder de grote bomen en hun bladerdak zijn we niet nat. Twee vrouwen zijn hun werkbeurt aan het aflossen door de vloer van de kantine te dweilen. Een biertje is hier maar een euro. „Dat doen we doelbewust, de prijzen laag houden”, zegt Theo van Look. Voor veel mensen is dit namelijk het enige verkooppunt in de nabije omgeving. Het dichtstbijzijnde is een noodwinkel van de Albert Heijn anderhalve kilometer verderop. „Jongelui komen hier vaak voor patat en ijsjes. Elke zaterdag hangen ze hier.”

Ik loop het terrein weer af en denk eraan hoe triest het is voor de jongeren in Nesselande. Voor een patatje naar de volkstuinvereniging. Pas als ik weer onderweg naar huis ben, herinner ik me de uitnodiging van meneer Bechan. Ik ben helemaal niet meer gaan kijken naar zijn tuintje. Sorry, meneer Bechan.

Het tuincomplex is dus ook een hangplek. Wat zou de gemeente daarvan vinden?