Een veeleisende workaholic zonder zitvlees

Omroepdirecteur Tanja Lubbers vecht voor het voortbestaan van Llink. De idealist werd een manager. ‘Soms laat ze haar tanden zien, maar echt blaffen en bijten doet ze niet.’

Zeg Llink en televisiekijkers denken aan Floortje Dessing, de stoere presentatrice van 3 op reis. Of ze noemen Anna Visser, de blondine met rood gestifte lippen die omroep Llink oprichtte. Maar Llink is ook Tanja Lubbers. Sterker nog: dezer dagen draait de omroep op de 43-jarige vrouw.

De in maart aangetreden directeur van Llink – de idealistische omroep die staat voor ‘duurzaamheid’ en ‘maatschappelijke betrokkenheid’ – is volgens medewerkers „een inspirerende, hardwerkende vrouw” die alles in het werk stelt om te zorgen dat omroep Llink voor april 2009 150.000 leden telt. Lukt dat niet, dan verliest de publieke omroep haar zendtijd en staat het hele team, inclusief Lubbers, op straat. Op dit moment heeft de omroep 68.500 leden.

In het voorjaar koos Tanja Lubbers dus niet voor zekerheid toen ze overstapte van ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib naar Llink. Terwijl verschillende kandidaten niet durfden te solliciteren, verruilde Tanja haar vaste baan voor een onzekere toekomst, vertelt Natasja van den Berg, projectleider Praktisch Idealisme bij Llink. „Een moedig besluit dat getuigt van lef.” Dat Lubbers de uitdaging aanging, is een van de redenen dat haar nieuwe collega’s haar waarderen. Al moesten ze aan haar wennen. „Bij Llink was het voor haar komst polderen, maar zij zit er als manager bovenop”, zegt Angelique van Schalkwijk, hoofd communicatie van de omroep. Lubbers geeft op een volstrekt andere manier leiding dan haar voorganger. Zat Anna Visser op kantoor in Rotterdam tussen de rest van haar collega’s, Lubbers wilde per se een eigen werkkamer.

„Anna was een onbevangen idealist”, zegt Chris van Oosterzee, de zakelijk directeur van Llink. „Zij wilde niets weten van cijfertjes en begrotingen, dat heeft ze me heel duidelijk gemaakt. Tanja daarentegen is veeleisend en ook zakelijk. Zij wil precies weten hoe een omroep in elkaar steekt. Oók de financiële kant. Ze zoekt continu naar gaatjes om extra geld vandaan te peuteren voor de ledenwerving.”

Tanja Lubbers is een „warme persoonlijkheid” en „een netwerker pur sang”. Bovendien is ze recht door zee. „Ze schept duidelijkheid, zegt: dit gaan we wél doen, dit doen we niet”, vertelt Van Schalkwijk. Zo keurde Lubbers, toen ze nét bij Llink was begonnen, de opzet voor de ledenwervingscampagne af. Te duur en te omslachtig, was haar oordeel. Van Schalkwijk: „Dat was best gek, voor iemand die nieuw binnenkwam. Tegelijk was het heel sterk dat ze dat durfde. Daardoor zijn we een andere kant opgegaan en vooralsnog lijkt dat te werken.”

Lubbers is kordaat, beaamt zakelijk directeur Van Oosterzee. En ze heeft bij Llink in korte tijd al veel voor elkaar gekregen. „Ze heeft in Hilversum flink moeten onderhandelen over de najaarsprogrammering. Met veel charme en overtuigingskracht heeft ze een plek voor Llink opgeëist. Dankzij Tanja zijn onze programma’s niet ergens achterop in de avond weggedrukt. Ze heeft de grotere omroepen niet de kaas van het brood laten eten.” Ook heeft Lubbers zich vastgebeten in de ledenwerfactie, zegt Van Oosterzee. „Ze heeft een enorm netwerk en heeft haar adresboekje toegevoegd aan ons bestand. Hup, dat waren weer 25.000 leden.”

Soms is Lubbers wat onzeker, merkt Van Oosterzee. Hij wijt dat aan het feit dat ze voor het eerst directeur is, en meteen van een omroep. „Soms laat ze een besluit even liggen. Dan wikt en weegt ze nog, terwijl ze intuïtief wéét wat ze moet doen.”

Psychiater Jeroen Verweij, die op het vwo bij Lubbers in de klas zat en nog met haar bevriend is, herkent dat. „Tanja is een echte piekeraar. Soms kan ze heel onzeker zijn. Ze onderschat zichzelf. De laatste tijd gaat het beter. Ze weet nu wat ze wel en niet kan en is daarin vrij realistisch. Ze doet het ook ontzettend goed, krijgt pakken met veren in die kont.”

Volgens hem moet ze zichzelf meer uitdagen. „Als Tanja een kunstje begrijpt, valt ze nog net niet in slaap. In plaats van hogerop te gaan binnen een bedrijf, vertrekt ze. Dan denk ik: ben je niet ambitieuzer? Bij Oxfam Novib had ze volgens mij makkelijk directeur kunnen worden. Dan moet ze met haar ellebogen werken, en dat doet ze niet. Tanja is van het harmonieuze model. Soms laat ze haar tanden zien, maar echt blaffen en bijten doet ze niet.”

Het stereotype van een zweverige idealist op geitenwollen sokken gaat niet op voor Lubbers. Zij vertegenwoordigt een nieuw soort idealisme, benadrukt iedere geïnterviewde. Ze bereist alles met het openbaar vervoer, eet zo veel mogelijk biologisch en wast op dertig graden. Ze dringt haar levensstijl niet aan anderen op, maar laat ze wel zien dat ze keuzes kunnen maken, zegt Bart Monnens, oud-collega bij Oxfam Novib. „Minder vlees eten is de nieuwe spaarlamp”, luidt haar credo. Maar ze slaat niet door, benadrukken vrienden en (oud-) collega’s. Lubbers gaat bijvoorbeeld wel met het vliegtuig op vakantie. „Tanja neemt niet alle ellende van de wereld op haar schouders. Ze geniet wel van het leven, is geen type dat zichzelf alles ontzegt”, zegt Giny Mutsaers, een voormalig VPRO-collega en vriendin. Een „praktisch idealist”, noemt Lubbers zichzelf. „Ik heb een hekel aan dogma’s en ben absoluut geen fundamentalistische idealist. Ik wil graag mijn steentje bijdragen aan een betere wereld, maar je kunt nu eenmaal niet álles op een verantwoorde manier doen.”

Lubbers groeide met haar ouders en twee jaar jongere broer op in Nijnsel, een dorpje bij Eindhoven. Haar vader werkte bij Philips, haar moeder was directiesecretaresse. Tanja was een zelfstandig kind, vertelt haar moeder. „Dat begon als peuter bij het eten. Ze wilde alles zelf doen, we mochten haar absoluut niet helpen.” Op haar vijftiende kreeg ze haar eerste bijbaantje; een krantenwijk. „Van haar verdiende geld ging ze dat jaar in haar eentje op taal- en zeilvakantie naar Engeland.”

Het dorpse ‘ons kent ons’-gevoel beviel de jonge Lubbers allerminst. Ze voelde zich een vreemdeling, zegt ze nu. Op school werd ze soms uitgemaakt voor „stadse”, omdat haar moeder – die uit Eindhoven kwam – haar modieus kleedde. Als tiener zat Lubbers op naailes, zegt haar moeder. „Ze maakte haar eigen kleren. Met Kerstmis droeg ze klompen onder een zelfgemaakt jurkje. Zo ging ze mee naar opa en oma.”

Lubbers verveelde zich in Nijnsel, ze verlangde naar een leven in de grote stad. Op haar negentiende ging ze Taal- en Literatuurwetenschappen studeren en op kamers in Tilburg. Zowel de studie als de stad viel tegen. Dat veranderde toen ze naar Amsterdam verhuisde, waar ze Europese Studies ging studeren. Dáár bruiste het en voelde ze zich onmiddellijk thuis. Het eerste jaar betrok Lubbers een slooppand zonder douche. Ze waste zich in een plastic badkuip in de woonkamer. Haar leven als student bestond vooral uit feesten, ze had een druk sociaal leven en veel vriendjes.

Het was ook de tijd dat Lubbers een bijbaantje kreeg bij de VPRO, als oproepkracht bij De Gids. Ze moest kolommen vullen met informatie over films en tv-programma’s. Voor haar studie ging Lubbers een jaar naar Spanje. Toen ze terugkwam en afgestudeerd was, nam de VPRO haar in dienst. Eerst was ze eindredacteur bij De Gids, daarna persvoorlichter en uiteindelijk redacteur. Voor Veldpost Europa zocht ze filmmakers die het leven in achterstandsbuurten vastlegden. Voor het vervolg, Veldpost Balkan, ging ze naar Kosovo, Servië, Macedonië en Bosnië.

En daar, om precies te zijn in Skopje, de hoofdstad van Macedonië, besloot Lubbers haar leven om te gooien. Ze wilde niet langer toeschouwer zijn, maar zélf wat doen om de wereld te verbeteren. Ook lonkte het avontuur. Toen ze Agnes Wagenaar van de vredesbeweging Pax Christi ontmoette, was de keuze snel gemaakt. In een mum van tijd vertrok Lubbers voor een periode van bijna twee jaar naar Macedonië. Met Pax Christi, weg van de VPRO. „Het voelde als een echtscheiding”, zegt ze daarover. Haar vertrek was een grote verrassing voor haar collega’s. „Van het ene op het andere moment zat ze niet meer op kantoor, maar in een bijna-oorlog situatie”, vertelt Doke Romeijn, eindredacteur bij het VPRO-programma Tegenlicht en tevens beste vriendin.

Op dat moment dreigde in Macedonië een burgeroorlog. Lubbers leidde voor Pax Christi een project dat de op scherp gestelde verhoudingen tussen de Macedoniërs en Albanezen moest verbeteren. Wagenaar: „Ze moest kiezen met welke lokale organisaties we in zee gingen. Dat was heel lastig, maar ze durfde knopen door te hakken. Tanja was spin in het web. Ze deed alles tegelijk. In een week organiseerde ze, naast haar gewone werkzaamheden, een vredesconcert en een parlementaire missie én hield ze een videodagboek bij voor de VPRO.”

Ook Jabir Deralla, de voorzitter van de Macedonische mensenrechtenorganisatie Civil, is vol lof. „Tanja is heel rationeel, denkt in oplossingen. Sommige idealisten blijven hangen in de grotere, overkoepelende problemen, zij pakt de tastbare problemen aan.” Lubbers heeft grote indruk gemaakt in Macedonië, zegt Deralla. Bijna zeven jaar nadat ze is weggegaan, vragen de mensen nog naar haar.

Na haar terugkeer uit Macedonië zocht Lubbers een nieuwe uitdaging. Die vond ze bij Oxfam Novib, waar ze werd aangenomen als hoofd van een afdeling die nog moest worden opgezet: popular campaigning. „Het idee was er, het moest alleen nog gebeuren”, vertelt Jan Bouke Wijbrandi, directeur van Oxfam Novib. „Hoewel Tanja weinig ervaring had als manager, heeft ze zich er knap doorheen geslagen.”

Nieuw was het personeelsbeleid. Voor het eerst in haar leven moest Lubbers mensen ontslaan. Dat vond ze ontzettend moeilijk. Wijbrandi: „Als je vaart op mensen en contacten, is het lastig om relaties te verbreken. Ik denk dat ze er in het begin wakker van lag, maar toen ze wegging had ze geleerd ermee om te gaan. De idealist was manager geworden.”

Daarna vertrok Lubbers naar LLink. Volgens Doke Romeijn omdat Lubbers niet gefrustreerd wilde worden door beslissingen van hogerhand. „Ik heb haar eens gevraagd: kun je die verantwoordelijkheid wel aan? Toen antwoordde Tanja dat ze zich, waar ze ook zit, tóch verantwoordelijk voelt. Dan kan ik maar beter op de plek zitten waar ik zelf beslissingen kan nemen, zei ze.”

Als iemand Llink in leven kan houden, is het Lubbers, zeggen alle geïnterviewden. Ze is een „perfectionist” en „regisseert de boel uitstekend”. Bovendien is een werkweek van zestig uur voor haar heel normaal. Ze is een workaholic, geeft Lubbers toe. Ze vindt zich ontspannen moeilijk. Misschien zou een gezin kunnen helpen, maar dat heeft ze niet. Lachend: „Ik ben hartstikke gelukkig in mijn eentje, maar het nadeel is dat niemand mij tegenhoudt als ik ’s avonds laat nog zit te werken.”

Omdat het hectische leven veel vergt van Lubbers, gaat ze graag op vakantie, haar hoofd leegmaken. De laatste keer, tijdens een ayurveda kuur in Sri Lanka een paar weken terug, lukte dat niet helemaal. Ondanks meditatie en yogaoefeningen op het strand zat ze met haar hoofd bij Llink. Haar collega’s stuurde ze af en toe een e-mail of sms’je. Of alles wel goed ging? Pas als ze antwoord had, kon Lubbers zich weer ontspannen, vertelt ze later. De ledenwervingscampagne houdt haar ’s nachts soms wakker. „Dan vraag ik me wanhopig af hoe ik het in godsnaam voor elkaar ga krijgen.” Toch blijft ze uitgaan van het positieve scenario: Llink gaat het redden. „En dan heb ik mijn droombaan.”