Een persoonlijk verslag

Een Nederlandse moslima van Marokkaanse afkomst woont een paar maanden in het Duitse stadje Kleve met haar net overgekomen man.

Een persoonlijk verslag.

„Ik had de pech verliefd te worden op iemand uit Marokko. Terwijl ik altijd dacht dat ik nóóit met een Marokkaan zou trouwen. Toen het toch gebeurde, ondervond ik de werkelijke gevolgen van een importhuwelijk.”

Aan het woord een 25-jarige Nederlandse van Marokkaanse afkomst. Om privacyredenen wil ze anoniem blijven. Het was moeilijk haar bereid te krijgen haar verhaal te doen. Hoewel ze nu alles achter de rug heeft, blíjft ze bang dat de IND het besluit om wat voor reden dan ook terugdraait. Ze wil niet dat we melden waar ze woont. Wel dat we elkaar treffen in Den Haag. Ze is een goedgeklede, opgewekte moslima.

Toen ze haar man naar Nederland wilde halen, was ze bijna klaar met haar rechtenstudie. Ze kon niet aan de inkomenseis voor gezinsvorming voldoen (op dit moment 1457,75 euro netto per maand, exclusief vakantiegeld). „Na een jaar was ik nog niet in de buurt van die inkomenseis”, zegt ze. „Een jaarcontract zat er al helemaal niet in. Ik werk bij de gemeente, en als beginner verdien je daar niet zo veel.”

Na veel gespeur op het internet kwam ze steeds meer details te weten over de routes via België en Duitsland. „Alles stond erin. Iedereen hielp elkaar met zijn ervaringen en geen enkele vraag was te veel. In eerste instantie wilden wij de België-route volgen. Maar toen we in Antwerpen navraag gingen doen, bleek dat de Belgen een arbeidscontract vragen dat op de dag van aanvraag nog minimaal een jaar geldig is. Dat had ik niet.”

In het Duitse Kleve hoefde dat niet. „En toen ik iemand sprak die ook naar Kleve was verhuisd, durfde ik de stap te nemen. Ik heb contact gezocht met een makelaar die bemiddelt bij huurhuizen in Kleve. Mijn man was al in Europa, dus heb ik mij samen met hem ingeschreven. Dat was geen enkel probleem.”

Ze heeft goede herinneringen aan de Duitse ambtenaren en aan Kleve zelf, waar de mensen volgens haar vriendelijk zijn. „De ambtenaren van de Ausländerbehörde (immigratiedienst, red.) waren erg behulpzaam. Met mijn middelbare-school-Duits en met hun geduld kwamen we er makkelijk uit.”

Op de website buitenlandsepartner.nl had ze gelezen welke documenten ze nodig had: haar internationale trouwakte, een uitschrijfbewijs uit Nederland, een huurcontract, de drie laatste loonstrookjes. „Al na een maand kregen we een brief dat de aanvraag voor een Duitse verblijfsvergunning voor mijn man was gehonoreerd.”

Dolblij was ze, maar op buitenlandsepartner.nl had ze gelezen dat het moeilijkste nog zou komen: de IND. „Na drie maanden zegden wij het huis in Kleve op en schreven we ons weer in Nederland in. Daar moesten we de verblijfsvergunning aanvragen. Bij de eerste afspraak met de IND kregen we te horen dat wij niet in aanmerking kwamen, omdat we niet in Duitsland hadden gewerkt.”

Bij de tweede afspraak was het inkomen in Nederland een probleem. „En bij de derde afspraak zei de IND-ambtenaar: wij weten dat jullie de Duitsland-route hebben gevolgd en daar zijn we niet blij mee. We werden met lege handen weer naar huis gestuurd. Ik was zo wanhopig dat ik in huilen uitbarstte. Mijn man was er nog slechter aan toe. Hij had zich nooit eerder zo onwelkom gevoeld.”

Het echtpaar besloot een advocaat in te schakelen. „Die heeft ons de vreemdelingenwet gegeven. Toen kon de IND er niet meer omheen. Nu heeft mijn man eindelijk zijn Nederlandse verblijfsvergunning.”

    • Hanina Ajarai