Duyvendak had tijdig moeten opbiechten

Ger Groot gaat in zijn betoog over het aftreden van Kamerlid Duyvendak (Opiniepagina, 15 augustus) mijns inziens voorbij aan de hoofdreden voor diens politieke onhoudbaarheid. Dat was niet de inbraak in het ministerie van Economische Zaken, misschien zelfs niet zijn medeverantwoordelijkheid voor de gevaren waaraan ambtenaren indertijd zijn blootgesteld. Het is het feit dat hij deze misdaden voor de kiezers heeft verdonkeremaand tot hij er juridisch niet meer voor aangepakt kon worden. Duyvendak is vooral schijnheilig en laf geweest. Had hij tijdig zijn vergrijpen opgebiecht en zich bereid getoond de straf daarvoor te ondergaan, dan had hij zijn integriteit herwonnen.