Demonstreren mag in Peking

Demonstreren mag tijdens de Spelen, maar alleen in enkele verafgelegen zones. Maar sommigen zien hierin ook een stap vooruit. „Het zijn proeftuintjes voor meer openheid.”

Bettine Vriesekoop

Bij de ingang van het Bamboepark in het westen van Peking houdt parkwachter Hao Shuliang kantoor in een kaal betonnen gebouwtje. Bij de ingang hangt een bordje: journalisten hier melden. „Ja, hier mag worden gedemonstreerd, maar we hebben nog geen enkele aanvraag ontvangen”, zegt Hao met een ironisch lachje.

Wie de moeite neemt om bij het bureau openbare veiligheid in Peking een vergunning aan te vragen, komt er snel achter waarom het zo rustig is in het kantoortje van Hao. Voor het aanvragen van een vergunning moet vijf dagen van tevoren een afspraak worden gemaakt. De procedure schrijft verder voor dat van tevoren wordt aangegeven hoeveel mensen er deelnemen, welke posters er worden gebruikt en met welke geluidsinstallatie wordt gewerkt. Het antwoord op de aanvraag komt twee dagen voor de datum waarop de demonstratie is gepland. En je krijgt alleen een vergunning als het bureau vindt dat de demonstratie niet in strijd is met het Chinese landsbelang.

Volgens de Amerikaanse Susan Brownell, hoogleraar antropologie, adviseur van de Chinese organisatie van de Spelen en pleitbezorger van demonstratiezones zoals die in het Bamboepark, is het instellen van zones voor demonstraties geïntroduceerd nadat in 1999 een vergadering van de WTO in het Amerikaanse Seattle ernstig was verstoord door activisten. „Sindsdien zijn dergelijke vrijzones ook gebruikt bij andere grote internationale evenementen.” Volgens Brownell is Peking niet de eerste olympische stad die demonstratiezones instelt. „Tijdens de zomerspelen van Athene wees het organisatiecomité ook plekken aan waar op aanvraag een demonstratie kon worden gehouden.”

De vrijzones van Peking, het Ritanpark, het Wereldpark en het Bamboepark, liggen zo ver van de olympische locaties verwijderd, dat een eventuele demonstratie daar nauwelijks zal worden opgemerkt. Brownell beseft dat demonstratieplekken grotendeels een symbolische betekenis hebben. Maar het instellen ervan is volgens de Amerikaanse wetenschapper toch een stap in de goede richting. „Deze plekken voor het vrije woord moet je vergelijken met de economische zones die China in de jaren tachtig instelde om te experimenteren met de markteconomie. Het zijn proeftuintjes voor meer openheid.”

Demonstreren en actievoeren ligt in China heel gevoelig. Wie de Olympische Spelen in Peking wil gebruiken om meer aandacht te krijgen voor zijn problemen, wordt constant in de gaten gehouden. In Peking lopen meer dan honderdduizend bewakers rond. Van politie in burger tot soldaten of vrijwillige burgerwachten in witte T-shirts met een rode armband. Al die mensen hebben dezelfde opdracht: elke verdachte actie opmerken en direct ingrijpen als er een spandoek wordt opgehangen of flyer wordt uitgedeeld.

Zo hield de politie van Peking vorige week zeven buitenlandse actievoerders en een Britse journalist aan in het culturele park waar een tentoonstelling over Tibet is ingericht, vlakbij het olympische terrein. Twee actievoerders hadden een spandoek met de tekst „Free Tibet” aan een brug opgehangen, vijf anderen hadden de hoofdingang geblokkeerd door zich met handboeien aan elkaar en een hoop fietsen vast te maken. De demonstratie was de grootste in een reeks van kleine demonstraties in Peking sinds het begin van de Spelen.

Tijdens de wekelijkse persconferentie liet Qing Gan, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in reactie op de protesten een stevige waarschuwing horen. „Of je nu Chinees of buitenlander bent, als je in China wilt demonstreren, moet je je wel houden aan de Chinese wetten en regels.”

Maar ook wie zich wel aan de regels wil houden en netjes toestemming vraagt, komt in aanraking met de kordaat optredende veiligheidsmensen. Zo is de Chinese activist Ji Sizun volgens Human Rights Watch door veiligheidsmensen afgevoerd toen hij een aanvraag wilde indienen om te protesteren tegen corruptie. Ji wilde met zijn actie, op een van de aangewezen locaties, de bevolking oproepen om de strijd aan te gaan met corrupte ambtenaren. Hij is nog steeds spoorloos.

Mevrouw Zheng, die voor de ingang van het Bamboepark in de stromende regen staat te wachten, zegt niet op de hoogte te zijn van de mogelijkheid om in het park te demonstreren. Ze zegt er ook geen gebruik van te willen maken. „Van demonstreren komt natuurlijk veel ellende. En de Olympische Spelen mogen niet worden gepolitiseerd”, is haar antwoord dat vrijwel letterlijk overeenkomt met het regeringsstandpunt.

Volgens parkwacht Hao zijn Chinezen eenvoudigweg niet bekend met het fenomeen demonstreren. Hij verwacht daarom dat de komende week niemand een aanvraag zal indienen. „Als je in China wat te klagen hebt, dan ga je naar je werkeenheid en anders naar het klachtenbureau. Als je de straat op gaat, maak je jezelf publiekelijk te schande.”

    • Bettine Vriesekoop