De taaie strijd voor de verbetering van een ongeliefde wet

‘Gewone burgers’ beïnvloeden op allerlei manieren de politiek. Bijvoorbeeld bij het maken van wetten, zoals de Successiewet. Zesde deel van een wekelijkse serie.

Successiewet-deskundige Inge van Vijfeijken op een Tilburgse begraafplaats. Foto Joyce van Belkom Nederland, Tilburg, 14-08-2008 Inge van Vijfeijken, prof in successierecht aan de UvT. Foto: Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Het is geen sexy onderwerp. Bij velen is het zelfs ongeliefd. Het kan in families grote vernielingen aanrichten. En het heeft met de dood te maken. Dat spreekt niet aan.

Nee, met de wet die erfenissen regelt, kun je niet scoren. Toch fascineert de Successiewet de jurist Inge van Vijfeijken al heel lang. Ze doceert al twintig jaar over het onderwerp. Talrijke publicaties in Nederlandse en internationale vakbladen wijdde de hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg aan verandering van de wet. Regelmatig treedt ze als spreekster op congressen in het hele land, van Den Haag tot Maastricht en Groningen. Plotseling sloeg de vonk over en werd ‘haar’ onderwerp opgepikt door de politiek op het Binnenhof.

In april van dit jaar toog Jan Kees de Jager – de huidige staatssecretaris van Financiën (CDA) – persoonlijk naar de thuishaven van de gerenommeerde hoogleraar in Noord-Brabant om nieuws bekend te maken. Er is werk aan de winkel, zei De Jager in een college in de aula van de Tilburgse universiteit. Hij beloofde binnenkort met voorstellen te komen over vernieuwing van de wet, precies het onderwerp waarvoor Van Vijfeijken al zo lang aandacht vraagt.

„Mijn idee spreekt hem aan”, zegt Van Vijfeijken in haar kamer in het Fiscaal Instituut van de Tilburgse universiteit. Dat al haar optredens en pennevruchten eindelijk effect hebben, vindt ze „natuurlijk wel prettig”. Maar Van Vijfeijken blijft gereserveerd. „De wetenschap is niet op effect gericht, maar wil vooral iedereen wakker houden”.

Ze wacht met spanning af hoe het nieuwe voorstel van staatssecretaris De Jager eruit komt te zien. Neemt de bewindsman de kern van haar plannen wel over? Daar gaat het Van Vijfeijken om. Er moet een „rechtvaardige” successiewet komen, vindt ze.

Waarom is de huidige wet onrechtvaardig ?

Van Vijfeijken: „In een gezin, waar vader als eerste doodgaat, krijgt moeder als erfgenaam het vermogen. De kinderen ontvangen voor hun kindsdeel een vordering op moeder, die zij pas kunnen innen bij het overlijden van moeder. Ze hoeft over de eerste vijf ton euro weliswaar geen belasting te betalen, maar ze moet wél de successiebelasting van de kinderen voorschieten over hun vordering, hoewel zij daar pas de beschikking over krijgen als moeder is overleden. Zo’n weduwe snapt er niets van”, aldus de hoogleraar. Heeft ze zo’n grote vrijstelling van vijf ton en moet ze toch nog belasting betalen.

Ook voor de kinderen is het onrechtvaardig. Als moeder op grote voet leeft en de erfenis opmaakt, erven de kinderen niets en hebben ze toch successierechten moeten betalen. De belasting zou pas bij de kinderen geheven moeten worden als de langstlevende ouder sterft, stelt de hoogleraar.

Bovendien zint het Van Vijfeijken niet dat belasting wordt geheven in het land waar de gestorvene woont. Als iemand in Nederland overlijdt, dan zijn erfgenamen, die al jaren in het buitenland wonen, in Nederland successierecht verschuldigd over de hele nalatenschap.

Twee eeuwen geleden, toen de wet werd ontwikkeld, was dat misschien logisch. Maar nu is het „echt het verkeerde uitgangspunt”, vindt Van Vijfeijken. De overledene heeft immers in Nederland al keurig zijn belasting aan de overheid betaald – btw, inkomstenbelasting, rioolbelasting, noem maar op.

Als de erfgenaam al jaren in het buitenland vertoeft, waarom moet Nederland hem dan belasten, vraagt ze zich af. Zo iemand valt onder het belastingstelsel van het land waar hij woont. Afschaffen dus voor kinderen die in het buitenland wonen, vindt Van Vijfeijken. Als een vader vermogen nalaat aan zijn dochter in België of Frankrijk, dan heeft Nederland niets met dat geld te maken, want de dochter valt onder de Belgische of Franse wetgeving.

„Gaat de belastingheffing voortaan uit van de woonplaats van diegene die de erfenis ontvangt, dan ontstaat er bij burgers misschien ook meer begrip voor de Successiewet en de bedoelingen die erachter zitten. Nu zijn mensen vaak geïrriteerd als het om erfenissen gaat. Want de indruk bestaat dat er twee keer belasting moet worden betaald: tijdens hun leven en ook nog eens als ze doodgaan.”

Telkens als Van Vijfeijken haar studenten uitlegt hoe de wet op erfenissen werkt, valt haar op hoe „ongelofelijk verouderd” de wet is. En ze merkt nog iets anders. Nu mensen steeds rijker worden en er meer successierecht moet worden betaald, wordt er meer gepiept. Daardoor groeit de belangstelling voor de Successiewet, merkt ze.

Toen de Tilburgse hoogleraar in de jaren negentig begon te publiceren in de vakbladen over hervorming van de wet, kreeg ze in Den Haag geen gehoor. Alleen Willem Vermeend, die als PvdA-staatssecretaris van Financiën op fiscaal gebied aan de weg timmerde, had er wel oren naar, herinnert Van Vijfeijken zich.

Vermeend wilde de wetgeving wel aanpakken in een poging de kapitaalvlucht in te dammen. Immers: in samenspraak met notarissen worden de meest ingenieuze – overigens legale – constructies bedacht in testamenten om de successiebelasting tot een minimum terug te brengen. Laat een ouder een paar ton euro na, dan moeten forse bedragen aan de fiscus worden betaald: kinderen 27 procent, broers en zussen 53 procent en vrienden, neven of nichten tot 68 procent.

Zo wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van trusts in het buitenland waarover geen belasting kan worden geheven. De echt rijken verhuizen zelf naar belastingvriendelijke landen zoals België, Zwitserland of de Antilliaanse eilanden.

In Nederland worden allerlei civielrechtelijke kunstgrepen uitgehaald zoals het ‘ik-opa-testament, waarbij de erfenis over de kleinkinderen en hun ouders wordt verdeeld. Ook bestaat het ‘turbo-testament’ waardoor wordt bereikt dat de langstlevende bij overlijden niets nalaat en het vermogen zo vrij van belasting bij de kinderen terecht komt. Er is zelfs een ‘superturbo’-regeling bedacht om successiebelasting over het vermogen van de langstlevende te vermijden.

Vermeend stelde in zijn tijd als staatssecretaris van financiën een commissie in, die de Successiewet moest moderniseren. Voorzitter Moltmaker van die commissie vroeg Van Vijfeijken om lid te worden.

„Het is helaas op niets uitgelopen”, vertelt Van Vijfeijken, „want toen het rapport klaar was, was Vermeend inmiddels minister van Sociale Zaken geworden en verdween het voorstel in een la.” Ze is ook eens door Joop Wijn (CDA) uitgenodigd, die in 2000 op de stoel van Vermeend terechtkwam. Maar Wijn had niets met de Successiewet, merkte ze, en voelde niets voor een wetswijziging. Hij maakte vervolgens de verlaging van de vennootschapsbelasting tot speerpunt van zijn beleid.

Met Jan Kees de Jager, de huidige staatssecretaris, heeft Van Vijfeijken nooit gesproken. „Nee, gebeld heeft hij niet.” Maar ze heeft natuurlijk wel contacten met ambtenaren op het ministerie van Financiën, waar zich maar een kleine groep met de Successiewet bezighoudt.

Op een gegeven moment „kwam alles samen”. De Jager had zijn ambtenaren aan het werk gezet om over verandering van de wet na te denken. Van Vijfeijken publiceerde opnieuw in een vakblad een artikel over verandering van de successiebelasting voor weduwen en kinderen. „In dezelfde periode hoorde ik van collega’s dat De Jager zijn plannen afgelopen voorjaar graag in Tilburg bekend wilde maken, omdat ik me daar zo intensief met het onderwerp bezighield.”

Tijdens zijn college in april dit jaar noemde De Jager de Successiewet „onbegrepen”, „niet geliefd” en het beeld bestaat dat de wet „onrechtvaardig” is. De staatssecretaris is kritisch over de wet en wekte de indruk dat hij een aantal pijnpunten wil wegnemen. De Jager verwees in zijn college naar Van Vijfeijken, noemde het „heel plezierig dat ook vanuit de wetenschap wordt meegedacht”. Hij laat de haalbaarheid van een aantal van haar ideeën onderzoeken en komt binnenkort met een voorstel.

„Laat die nota van hem maar komen. Dan kan ik erop schieten”, zegt de hoogleraar laconiek en lacht. Één ding hoopt ze vurig: dat er geen kink in de kabel komt en de voorstellen weer onderin een la verdwijnen. „Dat zou ik heel erg vinden.”

Maar de staatssecretaris moet wel de tijd nemen en goed overleggen met mensen in de praktijk en met de wetenschap, vindt ze. „Nederland heeft vooral behoefte aan een goede én moderne Successiewet.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Joop Wijn

Het artikel De taaie strijd voor de verbetering van een ongeliefde wet (18 augustus, pagina 2) vermeldt dat Joop Wijn in 2000 staatssecretaris van Financiën (CDA) werd. Wijn was van 2003 tot 2006 staatssecretaris van Financiën in het kabinet-Balkenende II.

    • Michèle de Waard