Alleen afkeer van de president verbindt coalitie

Het aftreden van Musharraf is een overwinning voor de Pakistaanse coalitie. Maar een gedeelde visie op de toekomst ontbreekt.

Het aftreden van de Pakistaanse president Pervez Musharraf kan gezien worden als een grote overwinning voor de twee grootste regeringspartijen. Een slepende parlementaire afzettingsprocedure is voorkomen en de regering die ruim vier maanden geleden is aangetreden, heeft opeens de handen vrij om zich te wijden aan de grote problemen van het land: de achteruithollende economie en de strijd tegen terreur. Ware het niet dat de gemeenschappelijke vijand Musharraf – die het land acht jaar in een door hem gecreëerde dubbelfunctie van president en legerleider geregeerd heeft – zo ongeveer de enige factor was die de twee grote regeringspartijen verenigde.

De Pakistaanse Volkspartij (PPP) van de vermoorde oud-premier Benazir Bhutto en de Pakistaanse Moslimliga-N (PML-N) van oud-premier Nawaz Sharif wisselden elkaar, voordat Musharraf in 1999 zijn staatsgreep pleegde, af met corrupte regeringen. Mede door onderlinge vijandigheid waren die geen van alle succesvol. Onder die regeringen hielp de Pakistaanse inlichtingendienst ISI de Talibaan in het zadel in Afghanistan. Nu moeten Bhutto’s weduwnaar Asif Ali Zardari en Sharif bewijzen dat ze met een herstelde democratie de atoommacht Pakistan, een van de cruciale landen in de strijd tegen het moslimterrorisme, kunnen leiden.

De afgelopen maanden bleken Zardari en Sharif het over weinig anders eens dan over het feit dat Musharraf moest vertrekken. Zij hebben bijvoorbeeld geen gezamenlijk standpunt over Musharrafs toekomst. Sharif heeft steeds geëist dat Musharraf terechtstaat wegens hoogverraad, waarvoor de doodstraf de maximale vergelding is. Dat zou de ultieme wraak zijn voor Musharrafs staatsgreep in 1999, die Sharif in ballingschap dwong. Zardari heeft tot op heden de mogelijkheid van een eervolle aftocht opengelaten. Hoge Saoedische functionarissen hebben de afgelopen dagen Islamabad bezocht, naar verluidt om asiel voor Musharraf te bespreken.

Volgens Sharifs plan zou Musharraf terecht moeten staan voor een Hooggerechtshof dat weer onder leiding zou staan van de vorig jaar door Musharraf ontslagen opperrechter Iftikhar Chaudhry. De oud-premier won bij de verkiezingen in februari verrassend veel stemmen met de belofte dat de rechterlijke macht hersteld zou worden, en kan die belofte nu niet loslaten. Maar Zardari zit niet te wachten op eerherstel voor Chaudhry, die nog oude corruptieaanklachten tegen hem op de plank heeft liggen. De PPP en de PML-N zouden de komende dagen bespreken wat er met de rechters moet gebeuren.

De huidige strijd tegen terreur in Pakistan is in zeker opzicht moeilijker dan de strijd die Musharraf na ‘11 september’ aanging: nu gaat het niet alleen om de top van Al-Qaeda en de Talibaan, maar ook om een nieuwe stroming Pakistaanse extremisten, de ‘Pakistaanse Talibaan’ die jihad willen voeren in Afghanistan, maar ook aanslagen plegen op leger, politie en burgers in Pakistan zelf.

Aanvankelijk leken de regeringspartijen het eens te zijn over de aanpak van het terrorisme. Zij besloten te onderhandelen met de stammen die onderdak bieden aan extremisten, maar dat mislukte.

Vervolg Pakistan: pagina 5

Terreur tribale regio’s gegroeid

Pakistan

Vervolg Pakistan van pagina 1

Musharraf had in de afgelopen jaren op aandringen van de Verenigde Staten het leger ingezet in de tribale grensregio met Afghanistan, wat meer dan duizend militairen het leven kostte en de semi-autonome stammen slechts vijandiger maakte. Aangenomen wordt dat door de onderhandelingspogingen in de afgelopen maanden de speelruimte voor de extremisten juist is vergroot; volgens de NAVO in Afghanistan is daar het aantal aanvallen dat in de tribale gebieden is voorbereid sterk gestegen.

Het is de coalitie nog niet gelukt om een alternatief te vinden voor Musharrafs pogingen om het stammengebied enigszins onder controle te krijgen. In 2006 had de president een bestand gesloten met opstandelingen in de tribale regio Zuid-Waziristan, dat al snel averrechts uitpakte. De huidige regering reageert nu hetzelfde als Musharraf destijds deed: met militaire offensieven. Vorige week zijn bijvoorbeeld honderden doden gevallen bij gevechten met militanten in Bajaur. Pogingen van PPP-premier Gilani om meer controle te krijgen over de inlichtingendienst ISI die extremisten steunt, mislukten enkele weken geleden na ingrijpen van het leger.

De regering zal veel moeite moeten doen om de relaties met de VS, Afghanistan en India te verbeteren. De Amerikanen zeggen de herstelde democratie toe te juichen, maar hebben grote twijfels bij de onderhandelingen in de tribale regio’s. Afghanistan en India zijn woedend over de aanslag op de Indiase ambassade in Kabul, in juli, die het werk leek van de ISI.

De gewone Pakistanen zullen van hun regering vooral verwachten dat zij de economische crisis aanpakken die in de afgelopen maanden is ontstaan. Door elektriciteitstekorten stokt de productiviteit, de inflatie breekt records en de rupee is in een jaar een kwart van zijn waarde ten opzichte van de dollar verloren. De regering heeft gezegd deze problemen te zullen aanpakken na het vertrek van Musharraf, maar heeft daarvoor nog geen plannen gepresenteerd.

    • Hanneke Chin-A-Fo