Veranderde tijden

Wijnand Duyvendak stal documenten op een ministerie, onthulde dat zelf en moest opstappen als parlementariër van GroenLinks. „Ik vind zijn boetedoening laf.” Over anti-impi’s en anti-fa’s en schuld en boete.

Burgemeester Van Thijn in de verdrukking in de Staatsliedenbuurt, december 1984 Foto Bert Verhoeff Verhoeff, Bert

‘Blijft u vooral rustig, burgemeester, maar u moet onmiddellijk naar buiten komen.’ De Amsterdamse burgemeester Ed. van Thijn, zo schrijft hij in zijn boek BM (2003), werd in de nacht van 6 op 7 november 1985 ruw gewekt door de politie. ‘Bij de buren is een zware bom gesignaleerd die ieder moment kan afgaan.’ Van Thijn ziet vanuit zijn slaapkamer een hermetisch afgesloten Herengracht en overal politieauto’s, brandweerwagens en zelfs een ambulance. De Explosieven Opruimingsdienst vindt later in het leegstaande buurpand twee zware bommen, op nog geen meter van het hoofdkussen van de burgemeester. Eén bom was volledig geïnstalleerd, alleen was het ontstekingsmechanisme blijven steken. De tweede bom was nog niet operationeel. De bommen hadden om twee uur ’s nachts moeten exploderen. Toen dat niet gebeurde, hebben de daders – om te voorkomen dat er onschuldige slachtoffers zouden vallen – de portier van het VU-ziekenhuis gebeld. De aanslag werd in kraakvlugschriften opgeëist door Autonome Cellen Nederland (ACN), gelieerd aan de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa). De daders zijn nooit gepakt.

Hetzelfde jaar, zestig kilometer verderop in Den Haag aan de Bezuidenhoutseweg. Actievoerders weten via een loopbrug en een brandweerladder binnen te dringen bij het ministerie van Economische Zaken. Uit een bureaula van de secretaresse van de directeur-generaal elektriciteit ontvreemden zij vertrouwelijke documenten, deels bestemd voor de ministerraad. Een deel van de stukken gaat over de mogelijke locaties van nieuwe kerncentrales. De actievoerders weten onbespied het pand weer te verlaten. De daders zijn nooit gepakt.

Rara en de anti-impi’s, anti-fa’s, vago’s, krakersters (anti-imperialisten, anti-fascisten, krakers en kraaksters, red.), politico’s en onderzoekers van de collectieven en hun actiemethoden staan weer in de belangstelling. Dankzij het gisteren afgetreden Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak. Vorige week maakte de GroenLinks-politicus – ter promotie van zijn boek Klimaatactivist in de politiek – zelf bekend dat hij in 1985 betrokken was bij de inbraak in het ministerie van Economische Zaken, waarbij vertrouwelijke plannen over de bouw van nieuwe kerncentrales in de media kwamen.

„Het ontvreemden van de stukken was natuurlijk illegaal, maar het paste in de maatschappelijke verhoudingen van de jaren tachtig”, zegt socioloog Eric Duivenvoorden. Maar niet in die van 2008. De reacties, dertig jaar later, laten de kentering in de publieke opinie zien. Duyvendaks acties worden nu afgekeurd. In de Tweede Kamer, maar ook binnen zijn eigen partij.

Wat indertijd gold als een succesvolle actie, beoordeelt de politieke en publieke opinie nu als een ordinaire inbraak. De onthulling van die inbraak bleek de opmaat te zijn van het vertrek van Duyvendak uit de Tweede Kamer. GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema riep Duyvendaks medestanders van weleer op om verantwoording af te leggen over hun actieverleden.

„Een schoolvoorbeeld van hoe de publieke opinie kan kantelen”, vindt Duivenvoorden. De socioloog wordt bijgevallen door de Amsterdamse politicoloog Hein-Anton van der Heijden, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Dergelijke acties waren in die tijd volstrekt legitiem. Daar was indertijd consensus over. In de media, maar ook onder academici, dat blijkt uit de sociaal-wetenschappelijke literatuur van die jaren.” Maar René Roemserma, de enige activist die ooit veroordeeld werd voor RaRa-activiteiten, zou zo weer meedoen als er met een inbraak vertrouwelijke stukken achterhaald kunnen worden. „Dat is dan misschien niet legaal, maar wel legitiem.”

Bij veel actievoerders stond de dissertatie Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid (1972) van socioloog en jurist Kees Schuyt op de boekenplank. Hij plaatste burgerlijke ongehoorzaamheid halverwege een schaal die gaat van legale protestvormen zoals petities tot en met revolutie. Schuyt noemt een aantal kenmerken die voor veel actievoerders als criteria voor hun acties dienden. De acties moeten gewetensvol zijn, geweldloos, er moet een samenhang bestaan tussen de actievorm en de doelstelling, de actievoerders moeten weloverwogen en openlijk te werk gaan, bereid zijn zich aan arrestatie en bestraffing bloot te stellen, legale middelen moeten zijn uitgeput, de rechten van anderen moeten in acht worden genomen.

„Bezetten, inbreken en kraken, het hoorde allemaal tot het geaccepteerde arsenaal van de actiewereld. Het Nederlandse actiewezen was toen een radicale voorhoede die elders in Europa respect afdwong”, zegt Hein-Anton van der Heijden.

Het jaar 1980 geldt als één van de roerigste in de moderne Nederlandse geschiedenis. Nooit vonden zoveel straatgevechten in Amsterdam plaats als toen, de halve stad stikte in het traangas. Met de grootschalige ontruiming van de Vondelstraat in maart van dat jaar sloeg de vlam in de pan. En bij de inhuldiging van koningin Beatrix vlogen de bakstenen door de lucht. Na die 30ste april (‘Geen woning, geen kroning’) kwam de kraakbeweging in een stroomversnelling. „De kraakbeweging werd een subcultuur, waar veel jongeren bij wilden horen”, zegt oud-actievoerder Jan Müter. „Het ging om de actie, het spektakel.”

In zijn geschiedenis van de kraakbeweging – Een voet tussen de deur – beschrijft Eric Duivenvoorden hoe de krakers rond 1980 vrij abrupt veranderden van een ‘normale’ beweging vóór jongerenhuisvesting in een tegenbeweging, tegen autoriteiten, tegen de consumptiemaatschappij, tegen onderdrukking, uitbuiting, dwang en ‘de bom’. Duivenvoorden: „Het kraakpand fungeerde in die nieuwe subcultuur als een vaste burcht waarbinnen van harte geëxperimenteerd kon worden met woon-, werk- en leefvormen. En het kraakpand was tegelijkertijd uitvalsbasis tegen alle onrecht in de wereld.”

Veruit het grootst was de beweging in Amsterdam en Wynand Duyvendak speelde daarin een prominente rol. Als kraker, redacteur van het kraakweekblad Bluf!, actievoerder van de antimilitaristische beweging Onkruit én als milieuactivist die betrokken was bij de inbraak in het ministerie van Economische Zaken. Duyvendak hoorde indertijd tot de radicale activisten.

Hoe denken actievoerders van toen over de inbraak van Duyvendak, zijn opstappen, en hoe blikken ze terug op hun eigen actieverleden?

Actievoerders Hans Krikke en Jan Müter waren medewerkers van het linkse journalistencollectief Opstand – in wie justitie RaRa-terroristen meende te zien. „Ik vond de diefstal een knap staaltje actievoeren”, zegt Jan Müter. „En ik was niet de enige. De stukken werden zonder ethische bezwaren overgenomen door alle media.”

Müter is nu als gemeenteraadslid actief voor de SP in Velsen. Zou hij zich anno 2008 bedienen van de methode-Duyvendak? „Diefstal mag niet volgens de regels”, begint Müter, „maar als het de enige manier is om waardevol materiaal boven tafel te krijgen die van belang is voor de maatschappelijke discussie – dan moet het maar.”

Over het vertrek van Duyvendak uit de Tweede Kamer is hij verbaasd, omdat de GroenLinks-politicus zelf het nieuws naar buiten heeft gebracht. „Eén ding is duidelijk: een actieverleden zoals Wynand heeft, past niet binnen de politieke cultuur van GroenLinks. Ze hebben geen begrip voor de tijd waarin die acties plaatsvonden.”

„Door de actie van Duyvendak kwam de verborgen agenda van het rechtse kabinet van Ruud Lubbers boven tafel”, zegt Hans Krikke. „Het was een bevestiging van wat veel mensen al dachten en velen zagen er een legitimatie in van het protest dat er bestond tegen kernwapens en kernenergie.

„De kraakbeweging was niet alleen een tegenbeweging, maar ook vóór een duurzame, menselijke, sociale samenleving. Heel veel mensen waren maatschappelijk actief en dankzij mijn studiebeurs kon ik mij op kosten van de staat bezig houden met de sociale beweging.” Door de telefoon klinkt een luide lach. „Ik studeerde filosofie. Twee dagen per week zat ik in de collegebanken en vijf dagen voerde ik actie op straat.” En die maatschappelijke betrokkenheid werd door de Universiteit van Amsterdam gehonoreerd. „Voor de acties die ik bij de kerncentrale Dodewaard organiseerde, kreeg ik tentamenpunten.” Ook bij de studie sociologie, zo weet Eric Duivenvoorden, leverde „een actieve maatschappelijke betrokkenheid” twee van de jaarlijks te behalen veertig studiepunten op.

Actievoerder René Roemersma werd in 1988 veroordeeld tot vijf jaar cel voor een aantal RaRa-aanslagen uit de jaren tachtig. In hoger beroep werd hij vrijgesproken omdat het bewijs onrechtmatig verkregen was. „Ik was een kraker en een anti-impi”, zegt Roemersma ter introductie via de telefoon. Op dit moment werkt hij voor een ontwikkelingsorganisatie aan het opzetten van een radio- en internetproject in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Via de websites volgt hij de Duyvendak-discussie in Nederland. „Terecht dat hij opstapt, gezien de zooi waar hij zich ingewerkt heeft”, vindt Roemersma. „Ik vind het laf, die boetedoening van Duyvendak. Blijkbaar kun je alleen met een lelieblank verleden carrière maken in de Nederlandse politiek.”

Burgerlijke ongehoorzaamheid hoort, volgens Roemersma, bij een democratische rechtstaat. „Dat was in de roerige jaren tachtig zo, en dat zou nog steeds zo moeten zijn.” Over zijn actieverleden wil hij niet uitweiden. „Ik heb geen behoefte om daar ook verantwoording over af te leggen.” Maar hij zou ook nu direct meedoen aan een inbraak bij het ministerie van Defensie waarbij bijvoorbeeld geheime documenten zouden worden gestolen over het Srebrenica-drama of stukken die duidelijk maken hoe Nederland de Irak-oorlog „ingerommeld” is. „Ik heb het vermoeden dat er nog veel onder de pet wordt gehouden van de Nederlandse deelname aan die oorlog. Ik sta daar niet alleen in, want veel linkse politici willen een parlementair onderzoek. Als je nu met een inbraak die stukken in de publiciteit kan krijgen, dan moet je dat doen.”

Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 „is links Nederland in de stress geschoten”, meent Roemersma en dat verklaart volgens hem de „knieval van Duyvendak”. In het buitenland gaan politici „gewetensvoller” om met hun verleden, vindt de oud-actievoerder. Hij wijst op de manier waarop studentenleider Daniel Cohn-Bendit en de Duitse politicus en oud-minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fisher, verantwoording hebben afgelegd over hun actieverleden. Het boulevard Bild publiceerde foto’s waarop te zien was hoe Fisher stenen gooide naar de politie. „Joschka Fisher plaatste het in de tijd en nam niet zo radicaal afstand van zijn verleden als Wijnand Duyvendak heeft gedaan.”

Maar onder actievoerders uit de jaren tachtig heerst ook onbegrip over de inbraak. „Wat bezielt zo’n Duyvendak”, vraagt bijvoorbeeld (oud-)actievoerder Willem Bos zich af, toen hij hoorde van diens betrokkenheid bij de inbraak in het ministerie van Economische Zaken. Hij spreekt van een domme actie. „Dom, omdat iedereen kan begrijpen dat een dergelijke actie een groot risico van criminalisering en marginalisering van de hele anti-kernenergiebeweging in zich droeg.” Duyvendak wil in zijn boek rekenschap afleggen over zijn activistische verleden en is tot het inzicht gekomen dat „acties zich moeten richten op de parlementaire besluitvorming en binnen de grenzen van de wet moeten blijven”. Alleen via de politiek kunnen zaken veranderd worden, vindt Duyvendak nu. „Daarmee gooit hij met zijn eigen vuile badwater ook het kind van de buitenparlementaire actie en maatschappelijke beweging weg”, vindt Bos. „Duyvendak heeft met zijn optreden een flinke bijdrage geleverd aan het criminaliseren en verdachtmaken van de actiebeweging. Van iedereen die buiten het parlement strijdt tegen maatschappelijk onrecht en voor een betere wereld.”

De actievoerders Müter en Krikke werden door Justitie beschouwd als RaRa-verdachten. De eerste aanslag die door de Revolutionaire Anti-Racistische Actie werd opgeëist, was een bomaanslag in 1984 bij het Van Heutsz-monument in Amsterdam. Tussen 1985 en 1987 was zelfbedieningsgroothandel Makro het slachtoffer van bomaanslagen opgeëist door RaRa. Op vijf vestigingen werden aanslagen gepleegd. De Makro was het mikpunt van de terreur, omdat het bedrijf ook vestigingen had in Zuid-Afrika, tegen dat land gold een economische boycot als sanctie voor het apartheidsbeleid. Nadat op 19 januari 1987 de Makro in Nuth in vlammen was opgegaan, besloot SHV zich terug te trekken uit Zuid-Afrika. De daders van de aanslagen zijn nooit gepakt.

Vanaf het begin waren de RaRa-acties, ook in krakerskring omstreden. Duyvendak hoorde – volgens medeactivisten uit die tijd – tot de kring die geweld tegen personen absoluut afkeurde en ook niets met RaRa te maken heeft gehad. Maar het taboe op geweld, of de dreiging ermee, was ook in de gematigde vleugel van activisten, rekbaar.

Zo gingen de publicaties over de EZ-stukken in het krakersblad Bluf!, die deze week uiteindelijk tot het vertrek van Duyvendak leidden, vergezeld van de namen en woonplaatsen van een aantal EZ-topambtenaren. Duyvendak bepaalde de koers van het blad. De oproep: ‘Verstoor de rust van deze onruststokers’ was een gebruikelijke actiemethode in die dagen. Ambtenaren en stadsbestuurders moesten in die jaren na ontruimingen lijdzaam toezien hoe thuis hun ruiten besmeurd werden met verfbommen, of ingeslagen werden.

EZ-topambtenaar George Verberg deed deze week in een open brief aan NRC Handelsblad de gevolgen van de actiemethodes uit de doeken. In zijn huis werd een poging tot brandstichting gedaan. „Ik heb dat nooit geweten en ik heb daar nooit aan meegedaan”, zei Duyvendak donderdag tijdens de persconferentie, waarop hij zijn vertrek aankondigde.

In het begin van de jaren negentig voerde RaRa actie tegen het Nederlandse asielbeleid. Er werden bomaanslagen gepleegd op Marechausseekazernes in Oldenzaal en Arnhem, het woonhuis van Aad Kosto (toenmalig PvdA-staatssecretaris van Justitie) in Grootschermer en een dependance van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Bom, bom, bom, ministerie van Justitie’, was de melding die op een ochtend vroeg om vier uur binnenkwam bij de brandweer in Den Haag. Een uur daarvoor kreeg de politie in Wormerveer de melding binnen dat er binnen een half uur een bom zou exploderen in het huis van Kosto. Daar trof de politie een tas aan waar elektriciteitsdraden uit staken. Terwijl de politie nog bezig was met het evacueren van de omwonenden, ontplofte de tas. Een foto van de staatssecretaris, die zich tussen het puin ontfermde over zijn kat Augustus domineerde dagenlang het nieuws. De daders zijn nooit gepakt. Aad Kosto kan zich er zoveel jaar na dato nog over verbazen. „Ik werd indertijd wel eens geïnformeerd over het onderzoek. Dat ze twee personen in het vizier hadden, die tevoren verdacht in mijn dorp rondscharrelden. Later ging het om twee personen ten aanzien van wie de politie over aanwijzingen beschikte dat hun taalgebruik in publicaties overeenstemming vertoonde met die van persverklaringen van RaRa. Maar de zaaksofficier van Justitie heeft nooit iemand voor de rechter gebracht. Toenmalig BVD-chef, Docters van Leeuwen verklaarde dat zijn dienst de daders op de korrel had. Dat het afgelopen was met hun activiteiten. Vlak daarna ontplofte een bom bij het ministerie van Sociale Zaken. Apekool, dus.”

Kosto heeft zich na de aanslagen niet bedreigd gevoeld. „Het was de bedoeling om iets op te blazen in mijn tuinhuis, heb ik begrepen. Dat pakte anders uit, maar daarna was ik wel een van de best bewaakte politici van Nederland. Natuurlijk wringt het dat de daders vrijuit zijn gegaan. Maar ik troost mezelf met de gedachte dat ik daarna als politicus bijzonder populair was bij oudere vrouwen. Want die hadden me in de krant allemaal voor mijn huis gezien met die kat in mijn armen.”

Terwijl een deel van het actiefront radicaliseerde, onderhandelden anderen met de gemeente over legalisering van hun panden. Daar had Amsterdam zelfs een speciale ambtenaar, Arnoud Daalder, voor aangesteld – zijn bijnaam was ‘opa van de kraakbeweging’. ‘Kopen, kopen, kopen’ was zijn opdracht, als alternatief voor ontruimingen. Dat heeft de gemeente miljoenen gekost, maar veel onrust in de stad voorkomen.

„Mijn stadhuiscollega’s snapten niet dat ik met ‘dat tuig’ kon onderhandelen. Ik mocht mijn ambtenaren ook zelf uitzoeken, want je kon toch niemand verplichten om dergelijk werk te doen. We hielden elders in de stad, buiten het stadhuis, kantoor.”

Daalder werd zelf één keer in een kraakpand gegijzeld. „Ik mocht een tijdje niet naar buiten”, omschrijft hij het liever. „Het was ergens op de Singel, in een kraakpand zonder verwarming. En ik wilde daar pas wat aan doen als er huur betaald werd. Toen mocht ik niet meer weg. Totdat ik laat in de middag om een telefoon vroeg om te bellen. Want het was mijn beurt om voor de kinderen te zorgen. Daar hadden de vrouwen in dat kraakpand wel begrip voor. Hoewel ze me eigenlijk een onvoorstelbaar fenomeen vonden, een ambtenaar met gezin en kinderen. Daar hadden ze nog nooit van gehoord.”

Daalder kreeg te maken met uitzonderlijke onderhandelingseisen. „Zo was er een groep feministische vrouwen die aan legalisering de eis verbond dat er voor verbouwing zaken werd gedaan met een vrouwelijke aannemer. En een vrouwelijke architect. Dat regelde ik dan. Als er in die tijd toevallig een pand

ontruimd werd in Groningen of Nijmegen, dan kon het zomaar gebeuren dat de onderhandelingen over panden in Amsterdam gestaakt werden. Uit protest.”

Daalder zag hoe veel van zijn toenmalige klanten uit het kraakcircuit stapten en carrière maakten. Ze werken als beleidsmedewerkers op departementen, bij gemeentes of woningcorporaties. Hebben eigen filmproduktiemaatschappijen opgericht, kwamen in de journalistiek terecht of zijn actief in politieke partijen. Hanneke Groenteman, nu presentatrice bij omroep Max, is een roemrucht voorbeeld. Zij kwam destijds al zwaar onder vuur te liggen wegens haar vermeende ophitsende rol als radiomaakster van de Vara tijdens de rellen op 30 april 1980. Ook partijgenoot van Duyvendak en oud-Tweede kamerlid Marijke Vos, inmiddels wethouder in Amsterdam, heeft haar wortels in de kraakbeweging. Hetzelfde geldt voor de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jet Bussemaker (PvdA).

Het jaar 1980 mag revolutionair geweest zijn, het politieke effect van alle opwinding was minimaal. „Een echte politieke vuist hebben de activisten van toen later niet meer kunnen maken”, constateert de politicoloog Van der Heijden. „De acties van toen zouden nu ook niet meer worden geaccepteerd. Door de opkomst van het neo-liberalisme en het huidige juridische denken als gevolg van de aanslagen in New York, Madrid en Londen. De ideologie van de rechterflank domineert nu het debat.”

Van het Nederlandse actiewezen is volgens Van der Heijden weinig meer over, ook niet van het authentieke, creatieve denken dat daarbij hoorde. „Kijk naar de wereld van de antiglobalisten. Die beweging is in andere Europese landen veel verder ontwikkeld. Hoe dat komt? Door de opkomst van de Fortuyn-beweging. Die revolte is zo snel over Nederland heen gespoeld, dat links daar nauwelijks antwoord op heeft.

„In Nederland is het actiewezen van toen in de jaren negentig ook opgeslokt door het politieke establishment, zoals de milieubeweging”, zegt Van der Heijden. „Dat is in andere Europese landen, zoals Frankrijk, niet gebeurd. Daar werden dergelijke bewegingen juist buiten de deur van het establishment gehouden en zij bleven een eigen koers varen.”

Actievoerders van toen praten niet nostalgisch over de jaren tachtig. „Veel oud-actievoerders zijn gefrustreerd”, constateert Jan Müter. „Zij streden voor een samenleving waarbij solidariteit en gelijkheid hoog in het vaandel staan. Maar de maatschappij heeft zich onder het neoconservatieve regime van de Amerikaanse president Ronald Reagan, de Britse premier Margaret Thatcher en Wim Kok in een tegengestelde richting ontwikkeld. De privatisering, het marktdenken, de neoliberale wind die door Nederland waait. Ik word daar erg somber van.”

Veel oud-actievoerders zijn, zo signaleert Müter ook, in hun schulp gekropen: „Gezin stichten, carrière maken, hun maatschappelijke betrokkenheid is nul komma nul.”

Sociologen en actievoerders begrijpen waarom het nu rustig is in de straten van Amsterdam. Toen woonden studenten in kraakpanden, „broeinesten van onvrede”, signaleert hoogleraar sociologie Bram de Swaan. „Nu wonen ze in relatief riante woningen en daarmee heeft het gemeentebestuur de rust in de stad afgekocht.” Het is gewoon ook een kwestie van geld, meent Hans Krikke. „Studenten moeten nu hard studeren om hun studiefinanciering te behouden. Ik kon actievoeren met behoud van mijn studiebeurs én incasseerde tentamenpunten.”

    • Jos Verlaan
    • Cees Banning