Tumult

Einde van Pieter van den Hoogenband, Michael Boogerd verbannen, Thomas Dekker weg, Mark van Bommel terug. Het is wel héél veel tumult in een land waar nooit iets gebeurt. Daar komt nog een handvol drama’s in Peking bij. En dan heb ik het niet over geklungel tussen brons en zilver in het judo. Het echte drama is het gebroken voetwortelbeentje van Roy Makaay. De oude man die een hitte heeft doorstaan die niet te doorstaan is. Toch overeind gebleven. En dan ineens: weg!

Ik kon het niet meer aanzien, dat lijden van Roy. Hij zag er almaar meer verschroeid uit; er was iets van een Georgische look over hem gevallen. Het gelaat getrokken, de ogen verwilderd, het haar meer pannenkoek dan kapsel. Een ouwe man zonder gelaat.

Dat hoor je een gevoelige jongen als Roy Makaay te besparen. Ik mag hopen dat Jong Oranje hem nu eert met een klinkende overwinning op Argentinië. Het voetbal dat het olympisch elftal heeft vertoond, was zo schamel, zo vierkant, zo kreupel dat elk uitzicht op een medaille een blinde vlek is. De Maduro’s van Foppe haalden niet eens het niveau van Emmen. Er zat geen lijn in het spel, geen streling, geen geniale ouverture. Als slaven gingen ze van de kleedkamer het veld op, als uitgedroogde slaven keerden ze terug naar de catacombe. Hollandse signatuur? Niet één streep Mondriaan.

Gedrochtvoetbal.

Het zou aan de hitte hebben gelegen. Wat ligt bij Nederlanders niet aan het weer? Kennis, kunde, levensvreugde, kassa: de weergoden mogen het zeggen. Er bestaat niet zoiets als een persoonlijke verantwoording. Ook in de sportnatie Nederland woedt de excuusdemocratie volop. De leegte wordt gecoiffeerd met dans in het Heineken House. Polonaise bij geboorte. Iedereen lacht de lach van onschuld, als ultieme beroepsinstantie voor desperado’s.

Dan is Máxima een houvast. Gek genoeg is ze het ook voor volleyballers en zwemmers. Gelukkig nog niet voor FC Emmen. Wat zou een koningshuis zonder afstand moeten? Slapen in een hemelbed.

Die illusoire balsem heeft Pieter van den Hoogenband niet nodig. Hij gaat soeverein de nederlaag tegemoet. Bijna met de glimlach, of toch in een waas van provinciale beschaving. Pieter is een beetje bovenaards geworden: man zonder humeuren, legende zonder kapsones, zwemmer aan de achterkant van de huizen. Dan ben je bijna genetisch groots in de nederlaag. In het einde van een leven. Zijn moeder gelijk, nee, niet zijn vader: een Rotaryscharminkel.

Toch denk ik nog steeds aan Roy Makaay. Als aan het enkeltje van Marlène Dietrich. Ik denk aan de grandeur van een residentieel zoontje dat graag arm wil worden.

De schoonheid van Pieter van den Hoogenband blijft zijn verlangen naar een kussentje op het bed. Meisje ernaast. Het gedonder in het Heineken House laat hij graag aan Inge de Bruijn en andere serpenten van glamour en sponsoring over.

Van den Hoogenband is een boeddhist.

Dat zou je ook van Thomas Dekker kunnen zeggen, maar dan in een wereldse omgeving van opbod en verraad. In een wereld van geruisloze verknechting. Iedereen dood, leve de sponsor. Je moet als wielerploeg wel heel arrogant zijn om een briljant als Thomas Dekker van je af te stoten.

Mij verbaast het niet. Zie hoe Michael Boogerd bij het grof vuil is gezet. We hebben het dan wel over de hemelse lach van een bank. Niet over onweer in een kredietcrisis. Maakt niet uit, Boogerd: exit.

Zo is ook Mark van Bommel van het oude voetballen. In een recent verleden melaats verklaard, nu weer international. Waarom dan?

Ja, zijn schoonvader is bondscoach, maar ik ken Bert van Marwijk. Eigenlijk zou hij nu het liefst naast het bed van Roy Makaay zitten, in het ziekenhuis. Saunadoekje toe. Provincialen onder elkaar, in weer en wind.

Een gebroken wortelbeentje in de voet, bij Feyenoord willen ze het niet weten. Boos zijn ze. Bij de KNVB ook niet. De eenzaamheid van Roy Makaay wordt met de dag groter. NOC*NSF weet niet eens van zijn bestaan.

Jan Peter Balkenende wil alleen maar troost. En dus wordt Pieter van den Hoogenband geïnterviewd door Inge de Bruijn. Wat moet hij anders?

Olympia: de vernedering houdt nooit op.

    • Hugo Camps