T-cellen zijn niet altijd nodig voor auto-immuunziekte

Bij auto-immuunziekten zoals jeugddiabetes, reuma en lupus keren afweercellen zich tegen het eigen lichaam. Het zijn vooral de B-cellen van het immuunsysteem die antistoffen gaan produceren tegen moleculen die tot het eigen lichaam behoren. Totnogtoe werd aangenomen dat de B-cellen dit niet in hun eentje doen, maar samen met een ander type immuuncellen: de T-cellen. Volgens onderzoekers van Yale University is dit klassieke beeld aan bijstelling toe. In muizen die geen T-cellen kunnen maken wekten zij de productie van auto-antistoffen op door de B-cellen te activeren (Immunity, 7 augustus).

Het onderzoek kan leiden tot nieuwe behandelingen van dergelijke ziekten. De resultaten sporen ook met de ervaring dat therapieën tegen auto-immuunziekten gericht op de B-cellen vaak effectiever zijn dan het aanpakken van T-cellen.

Omdat het immuunsysteem er is om lichaamsvreemde indringers aan te pakken, is het essentieel dat het de eigen cellen en weefsels met rust laat. In de regel gebeurt dat ook, maar nooit voor de volle honderd procent. Met name B-cellen maken nog wel eens antistoffen tegen lichaamseigen celonderdelen. Daarmee markeren ze cellen die door zogeheten T-effectorcellen vernietigd moeten worden. Maar meestal corrigeren andere T-cellen, de T-suppressorcellen, de verkeerd gerichte actie. Die onderdrukken de afweerreactie.

Als zulke beschermingsmechanismen falen, kunnen de B-cellen overvloedige hoeveelheden auto-antistoffen aanmaken, worden T-effectorcellen geactiveerd en ontstaat een auto-immuunziekte. Bij de activering van de B-cellen is een derde type T-cellen betrokken, de T-helpercellen.

Onduidelijk was echter wie er in dit samenspel van vier celtypen als eerste in de fout gaat: de B-cellen of één van de drie typen T-cellen.

Bij de auto-immuunziekte lupus erythematosus maken de B-cellen auto-antistoffen tegen DNA. Eerder ontdekten de onderzoekers dat dit gebeurt als DNA in contact komt met een speciale groep eiwitten op de B-cellen, de Toll-like receptoren (TLR). Nu kruisten ze voor lupus vatbare muizen met soortgenoten die geen T-cellen kunnen maken.

Tot hun verbazing zagen ze bij deze dieren dat stimulering van de TLR voldoende was om de productie van auto-antistoffen op gang te brengen. T-cellen waren daar dus niet voor nodig.

De geactiveerde B-cellen geven wel stoffen af die T-cellen aantrekken. Het lijkt er dus op dat bij lupus de B-cellen een vicieuze cirkel op gang brengen waarin beide celtypen elkaar activeren. Huup Dassen

    • Huup Dassen