Student is burgerlijk, saai en veel te serieus

De samenleving heeft behoefte aan tegendraadse figuren, aan studenten die buiten de vertrouwde kaders stappen, betoogt Arthur Krebbers.

Studenten worden steeds burgerlijker, zo blijkt uit diverse rapporten. Dit is niet goed voor hun eigen ontwikkeling, maar ook niet voor de samenleving. Het zijn eerder de tegendraadse figuren die wetenschap, cultuur en economie naar een hoger niveau tillen.

De student van nu begint zijn avontuurlijkheid te verliezen. Uit een onderzoek van YoungMentality blijkt dat slechts 31 procent van de jongeren weleens in de contramine gaat. Studentenpolitiek – bij uitstek het podium voor eigenzinnige types – is in veel universiteiten verworden tot onemanshows. Studenten richten zich vooral op het halen van hun studiepunten en het zorgvuldig plannen van hun loopbaan, zo blijkt. Gezondheidsrapporten tonen aan dat nooit eerder zoveel hoger opgeleiden klaagden over oververmoeidheid door de combinatie van studie en bijbaan.

Universiteiten zien het met lede ogen aan. Zo stuurde de directie van Harvard een enige tijd geleden een brief naar eerstejaars met de boodschap om eens wat minder gestrest te zijn en „meer te genieten” van de studententijd. „Gun jezelf wat vrije tijd”, schreef (toenmalig) rector Harry Lewis. „Ga eens naar een sportwedstrijd, bekijk een film, ga naar een theatershow of een rockconcert. Het zal je geen kwaad doen.”

In het verleden was zo’n oproep niet nodig geweest. Tijdens mijn studie heb ik een reeks alumni geïnterviewd over hun studententijd. De verhalen die ik hoorde gingen over protesten, vreemde weddenschappen en stunts. Studiegenoten met wie ik praat, hebben het met name over scripties, geldnood en graduate programs.

Op veel campussen lijkt de ratrace nu al losgebarsten. Met een strak gezicht haasten studenten zich van de collegezaal naar de bibliotheek en dan door naar de faculteit.

De rebelse hippie van de jaren zestig is vervangen door een zakenman in wording. Hoe is die omwenteling tot stand gekomen? Ik denk aan vier factoren.

Allereerst de politieke context. Universiteiten worden gereguleerd door een politieke elite die een studie vooral als een economische investering ziet – een luxegoed, waarvan de consumptie grondig dient te worden geregeld om een zo hoog mogelijk rendement te garanderen. Het resultaat: almaar stijgend collegegeld, studiefinanciering waar je slechts vier jaar recht op hebt, en een einde aan overheidsbekostiging voor studenten boven de dertig.

Ten tweede verandert de student. De vele beleidswijzigingen in het middelbaar onderwijs hebben de kwaliteit hiervan aangetast, zo blijkt uit het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen. Universiteiten hebben zodoende te kampen met een hoog aantal slecht geschoolde eerstejaars, die ze bijspijkercursussen geven en waarvoor ze academische onderwerpen in hapklare brokken serveren. De grens tussen hbo en universiteit vervaagt en daarmee het animo voor eigen initiatief en zelfontplooiing.

De derde factor is het bedrijfsleven. Vanwege de toenemende concurrentie op de markt voor jong talent duiken werkgevers steeds dieper in de academische wereld. Dat mist zijn uitwerking niet. Steeds meer eerstejaarsstudenten zijn vanaf dag één druk bezig met het bijwerken van hun cv en het voorbereiden op sollicitatiegesprekken.

Als vierde, de impact van de moderne communicatie en dan vooral het internet. Social networking websites als Facebook en Hyves maken studenten minder anoniem. Een blunder nu begaan, kan je nog jaren achtervolgen; je hele doen en laten wordt op de digitale snelweg continu vastgelegd.

Veel oudere medewerkers op de universiteit doen hun beklag over deze ontwikkeling. „Studenten geven nergens meer om”, merkte een professor laatst tegen me op. „Ze hebben geen passie meer, ze durven niks meer.”

Hij heeft een punt. Dit zijn cruciale jaren in de persoonlijke groei. Waarom nu al conventioneel zijn? Zelf heb ik pas geleidelijk ontdekt hoe verfrissend het is buiten de vertrouwde kaders te stappen. De gekke dingen die ik in de loop van mijn studietijd ben gaan doen, hebben de meeste indruk op me gemaakt: een avond lang dansen met hare krishna’s, een analyse over de filosofie van de liefde schrijven, op Speakers’ Corner in Londen prediken over groene energie, Plato en het materialisme – om er een paar te noemen.

Ook bedrijven zoeken hier tegenwoordig naar. Goede cijfers en interesses naast je studie zijn niet alles. Je moet weten wat er in de wereld te koop is en waar je zelf staat. Managementexpert Rob Slee meent dat werkgevers niet cum laude afgestudeerde studenten moeten aannemen, maar juist degenen met „zesjes en zeventjes”. Dat zijn veel interessantere en meer dynamische types, daar kun je als bedrijf wat mee. Vindt hij.

Hetzelfde geldt voor de samenleving als geheel. Met gewoon doorgaan op de weg die de generaties voor ons hebben ingeslagen, komen we niet verder. De negentiende-eeuwse filosoof Ralph Waldo Emerson merkte al op dat juist de wat tegendraadse figuren van gisteren de genieën van nu zijn. Het zijn deze mensen – de Einsteins, de Copernicussen en Newtons – die de wetenschap, cultuur en economie verder op weg hebben geholpen.

Kortom, student, durf het komende academisch jaar ook eens gekke dingen te doen. Want voor je het weet is het te laat en zit je (net zoals ik, zeer binnenkort) vast in het keurslijf van een baan.

Arthur Krebbers volgt een master International Management aan de London School of Economics.

    • Arthur Krebbers