Secularisatie stopt niet door nieuwe kerken

Sinds 1990 zijn in Nederland tussen 300 en 500 nieuwe plaatselijke kerken gesticht, migrantenkerken niet meegerekend. Ondanks deze ‘kerkplantingen’ gaat het proces van secularisatie onverminderd door.

De nieuwe kerkelijke initiatieven, vooral bedoeld voor mensen die onbekend zijn met het christelijke geloof, compenseren het brede proces van ontkerkelijking niet.

Dat blijkt uit een inventarisatie van theologiestudent Martijn Vellekoop aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, die onderzoek deed naar de stichting van nieuwe kerkelijke gemeentes. Zijn onderzoek omvat 281 kerkplantingen, waarbij naar schatting 40.000 mensen betrokken zijn. In het licht van de daling van het kerkbezoek is dat weinig. Het kerkbezoek onder katholieken daalt met 20.000 per jaar. En de grootste protestantse Kerk van Nederland, de PKN, verloor alleen in 2007 al 60.000 leden. Van de door Vellekoop onderzochte kerkplantingen dateert 72 procent van na 1999.

Gemeentestichting blijkt vooral het werk van evangelische- en pinkstergroeperingen, maar ook kleine gereformeerde kerken zijn actief. Onder rooms-katholieken komen dergelijke initiatieven niet voor. Opvallend is volgens Vellekoop dat relatief veel vrouwen en veel jongeren (de helft van de deelnemers is tussen 20 en 40 jaar) meedoen, terwijl in de traditionele kerken de oudere mannen het voor het zeggen hebben.

De meeste nieuwe kerken zijn gesticht in Zuid-Holland (70), de minste in Zeeland (5). Opvallend is verder het grote aantal nieuwe initiatieven op de Veluwe. „Dat is niet onlogisch”, aldus Vellekoop. „Daar wonen veel gelovigen en dus relatief veel mensen die hun geloof willen uitdragen. Maar zij hebben niet allemaal zin om naar Oost-Groningen te verhuizen, waar gemeentestichting misschien meer nut zou hebben. Daar komt bij dat je op de Veluwe makkelijker medestanders vindt die met hun eigen kerk niet zo gelukkig zijn en makkelijk iets nieuws beginnen.”

Vellekoop heeft geen volledig beeld van de levensduur van nieuwe christelijke gemeenten. 4 procent van de door hem onderzochte gemeenten is inmiddels weer opgeheven, maar hij sluit niet uit dat meer ‘tijdelijke’ gemeentes aan zijn aandacht ontsnapt zijn. Hij constateert dat er ook sprake is van het „rondpompen” van christenen. „Getalsmatige onderbouwing heb ik niet, maar ik heb de indruk dat er een stroom aan de gang is vanuit de traditionele kerken naar evangelische- en pinkstergroepen.”