Schreeuw om afscheiding in de hemelse vallei

In Kashmir zijn bij confrontaties met de politie tientallen demonstranten gedood. Een conflict om een pelgrimsoord zet de verhouding tussen moslims en hindoes weer op scherp.

‘Welkom in het paradijs op aarde’ staat op een bord in de berm, even buiten het vliegveld van Srinagar. Een ander plakkaat heet de bezoeker welkom in ‘de hemelse vallei’ van Kashmir. Maar in de straten van Srinagar, de zomerhoofdstad van de Indiase deelstaat Kashmir, vervaagt de paradijselijke illusie snel. Overal patrouilleren militairen, de metalen rolluiken van de winkels zijn neergelaten, op kruispunten liggen betonnen palen en puin, en in de verte walmt de zwarte rook van een brandende autoband.

Een groepje jongeren heeft het uitgaansverbod getrotseerd. „Azadi, azadi”, roepen ze opgewonden. Aan de overkant van de straat kijken soldaten toe. „Ze schreeuwen om vrijheid, meneer”, legt een voorbijganger uit. De volgende dag klinkt het ‘azadi, azadi’ opnieuw. Jongeren in de laadbak van een truck schreeuwen ook uitdagend „Pakistan, Pakistan” als ze een militaire post passeren. Het openbare leven ligt nagenoeg stil door een algemene staking.

In een buitenwijk wordt een personenauto met stenen bekogeld. Een inzittende op de achterbank zakt met bebloed hoofd ineen. Dan klinken vanuit een zijstraat geweerschoten, en komt een pantservoertuig aanrijden. De omstanders zetten het op een hollen.

De afgelopen tijd was het opmerkelijk rustig in de omstreden deelstaat Jammu en Kashmir, het voormalige prinsdom dat in de nasleep van de bloedige deling van het Indiase subcontinent in 1947 in een Pakistaans en een Indiaas deel werd verscheurd. Juist dit jaar groeide het aantal buitenlandse toeristen snel. Maar plotseling staat Kashmir weer in brand en blijven de toeristen weg.

Het vuur werd eind mei aangewakkerd toen bekend werd dat de regering van de deelstaat een stuk bosgrond (bijna veertig hectare) in handen wilde geven aan een stichting die de jaarlijkse hindoepelgrimage organiseert naar een stalagmiet in een grot bij Amarnath, gewijd aan de god Shiva. Moslims reageerden woedend. Ze zeiden: hindoes zijn zeer welkom, maar de permanente overdracht van grond gaat te ver. Dat is een bedreiging voor onze identiteit.

Onder druk van de protesten besloot de deelstaatregering de transactie begin juli ongedaan te maken. Toen was het de beurt aan hindoeactivisten, vooral uit andere delen van India, om amok te maken. Ze organiseerden protesten in het overwegend hindoeïstische Jammu en ze blokkeerden de weg naar Srinagar. Daarmee werd Kashmir in feite over land afgesloten van de rest van India.

Deze week volgde een dodelijke kettingreactie op de eeuwenoude, maar sinds 1947 gesloten handelsroute van Srinagar naar Muzaffarabad, de hoofstad van Azad Kashmir, het deel van Kashmir in Pakistaanse handen. Tienduizenden mensen gingen maandag op weg naar de bestandslijn. Als we ons fruit niet langer in andere delen van India kunnen verkopen, willen we dat de weg naar Muzaffarad opengaat, riepen ze. Niet ver van de bestandslijn openden Indiase troepen het vuur. Er vielen zeker acht doden. De volgende dag, tijdens demonstraties tegen het geweld, werden in Srinagar en in andere delen van Kashmir zeker negentien mensen gedood.

„We waren ongewapend. Alles verliep vreedzaam”, zegt Hamid Ahmed (28), een handelaar uit Srinigar die maandag meeliep. „Dit heeft niets met religie te maken. We willen alleen handel kunnen drijven. Plotseling werd er op ons geschoten. Waarom?”

Khalid Rashid Bhat, een 23-jarige student, kan zich niet langer inhouden. „Wat is dat voor bezettingsmacht die onschuldige burgers doodt, die vrouwen en meisjes verkracht, die duizenden laat wegkwijnen in gevangenissen en die vrouwen in onzekerheid laat over het lot van hun verdwenen man of zoon?”, roept hij uit. „We willen volledige onafhankelijkheid van India. We zullen tot onze laatste adem door vechten.”

Zo lijkt de klok in Kashmir weer teruggedraaid tot het begin van de jaren negentig, toen het verzet tegen de Indiase ‘bezetting’ steeds heftiger en gewelddadiger werd. De student Bhat wijst op een stapel stenen, brokstukken van wat enkele dagen geleden nog een legerpost was in het centrum van de stad. Overal in Srinigar zijn dergelijke uitkijkposten deze week kapotgeslagen.

Syed Ali Shah Geelani (78) was een jonge student toen Pakistan en India in 1947 scheidden. Nu is hij een van de prominentste separatistische leiders in Kashmir. Maar in deze roerige dagen kan hij zich niet mengen in het gewoel op straat. Hij heeft sinds een paar dagen huisarrest. „De meerderheid van de bevolking wil zelfbeschikking. De Indiase imperialistische bezettingmacht heeft er alles aan gedaan om de geest van verzet te breken. Maar dezer dagen blijkt opnieuw dat zij daarin schromelijk heeft gefaald”, zegt de grijsbebaarde Geelani in de beschutte tuin van zijn huis.

Geelani, die spreekt over staatsterrorisme van Indiase zijde en over bruut geweld van de Indiase troepen, zegt dat alleen een vrije volksstemming in Indiaas en Pakistaans Kashmir een oplossing kan bieden. Zelf zegt hij te bidden voor aansluiting bij Pakistan. „Als God het wil, maak ik het nog mee.”

Volgens de meeste waarnemers zou de meerderheid van de bevolking in Indiaas Kashmir opteren voor onafhankelijkheid. De afgelopen jaren leken de separatisten evenwel naar de achtergrond verdrongen. Sinds de verkiezingen van eind 2002 zetten vooral de ‘gevestigde’ politieke partijen de toon. Er werd steeds minder gesproken over afscheiding. Maar dat is deze week grondig veranderd. De separatisten hebben hun onderlinge meningsverschillen bijgelegd. Dankzij de inmiddels gesmolten ijsklomp in de grot van Amarnath hebben ze weer het voortouw.

Steeds meer mensen sluiten zich ‘s middags aan bij de stoet, geleid door Yaseen Malik van het Jammu and Kashmir Liberation Front (JKLF). Hij is een van de jongere, gematigde separatistische leiders. „Als we bij elkaar blijven zal ons zelfvertrouwen groeien. Onze stem voor vrijheid zal overal worden gehoord”, roept hij zijn medestanders toe als ze in het oude centrum van Srinagar de brug over de Jhelum oversteken. Hij roept op alle geweld te vermijden. Vrouwen sluiten achteraan.

De ‘gewone’ partijen zijn in het defensief gedrongen. De regionale People’s Democratic Party (PDP) van Mehboobha Mufti stapte in juni ijlings uit de deelstaatregering toen het verzet tegen de landoverdracht voor de Amnarath-pelgrims oplaaide. Ze heeft de media uitgenodigd op het gazon voor haar villa met majestueus uitzicht op de bergen. Maar een persconferentie zoals aangekondigd geeft ze niet. Uiteindelijk verschijnt zij, met enkele onlangs afgetreden ministers van haar partij en enkele medewerkers. Ze hebben kartonnen borden bij zich met teksten als „Stop economische blokkade van Kashmir” en „Onderzoek het vuren op onschuldige demonstranten”.

Mehboobha Mufti en haar partijgenoten houden ook een protestmars. Ze lopen naar de ambtswoning van de gouverneur van Kashmir, achtervolgd door een horde journalisten en cameralieden. Voor het hek gaan ze in de berm zitten en roepen leuzen.

„We pleiten al heel lang voor een dialoog waarbij alle segmenten van de samenleving zijn betrokken, inclusief de separatisten. Alleen dat kan een oplossing brengen voor Kashmir”, zegt Mehboobha Mufti. „De premiers van India en Pakistan moeten een datum bepalen voor de opening van de weg naar Muzaffarabad.” Zij wil niet zeggen of ze voor onafhankelijkheid is. „Laten we afwachten wat uit de dialoog komt. Ik roep de regering in New Delhi op vertrouwenwekkende maatregelen te treffen, zoals vermindering van het aantal militairen in Kashmir.”

De vraag is sinds deze week of de bevolking in de Kashmir-vallei daarmee nog genoegen neemt. Gisteren, op de Indiase onafhankelijkheidsdag, trokken weer tienduizenden demonstranten door de straten van Srinigar. Weer klonk het ‘azadi, azadi’ boven alles uit.