Proletariaat

Op de dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendmaakte dat de kloof tussen politiek Den Haag en de burgerij nog nooit zo groot is geweest, gingen een stuk of wat belangrijke ministers weer aan het werk zodat we ze na weken ook weer op de televisie konden zien. Louter toeval? Of moeten we aan een samenzwering denken? Volgens het rapport van het CBS gelooft 93 procent van de ondervraagden dat politici bewust loze beloften doen. Een toenemend aantal is van mening dat ministers en staatssecretarissen hun eigenbelang najagen, en heb je geen vriendjes in de politiek dan maak je ook geen carrière. Dit onderzoek is gehouden in 2006 toen de premier verzekerde dat na het zuur het zoet zou komen. Die uitdrukking doet me altijd even aan een maagkwaal denken. Intussen is gebleken dat het allemaal nog veel zuurder wordt. Maar aan de andere kant: ik geloof niet dat onze ministers en kamerleden ons expres van alles en nog wat op de mouw spelden.

Na de vakantie maakten ze, opgewacht door de televisie, hun Haags rentrée. Verslaggevers stelden de gebruikelijke scherpe vragen. Ja, wat moet je daarop antwoorden? Dat de natie naar de verdommenis gaat? Dat je eigenlijk tijdens je afwezigheid een revolutie had verwacht? Dat je, terwijl je naar je ministerie liep, nog even aan het lot van de gebroeders De Witt hebt gedacht? Misschien hoopten veel boze burgers woorden van die strekking te horen. Maar er is iets in het Haagse klimaat dat alle directheid smoort. In plaats daarvan blijven de bewindslieden glimlachen terwijl ze zich in bij- en tussenzinnen uitdrukken. Koopkracht, BTW, plaatje, broekriem, jawel, maar wat? Ik geloof dat ik minister Bos al glimlachend nog even vuil uit zijn ooghoeken zag kijken, dat was alles. De minister van Defensie wist zich aan de belegering van de pers te onttrekken.

Om te weten te komen wat de burgerij van de terugkeer der ministers denkt, heb ik de Stem des Volks geraadpleegd. Vroeger was de Stem een socialistisch koor dat het Morgenrood en de Internationale zong. In 2002 is het wegens vergrijzing opgeheven. Nu kun je lezen wat de Stem ervan vindt, op de blogs van een aantal internetkranten. Iedereen die daartoe bijdraagt, gebruikt een schuilnaam. En dan barst het los. Nergens lees je zoveel platheid, grofheid, verdachtmakingen, beledigingen, en ook zoveel pogingen tot leukheid en taalfouten als hier. En dan veronderstel ik dat de redacties van deze nieuwssites het ergste eruit hebben gehaald.

Wat te doen? ‘Beter lezen van de burger’, is een van de Haagse antwoorden. Daarmee wordt niet bedoeld dat de burger beter moet leren lezen, maar dat de politiek beter naar de boze mensen moet leren luisteren. Beter lezen van de burger. Het is gewoon Haags jargon, verzonnen door een politieke copywriter. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau is verbaasd dat ‘zo weinig mensen zien dat het hier zo goed gaat’. Ik geloof dat het daar niet om draait. Het is geen kwestie van goed of slecht gaan. Arm, middelbaar of rijk, steeds meer Nederlanders voelen zich tot in het diepst van hun ziel getergd door alles wat er mis loopt in de natie. Ze zijn er langzamerhand van overtuigd dat ‘de’ politiek daar niets aan kan doen, of ze geloven dat de politiek dat niet eens wil. En dat vinden ze dan weer op de televisie bevestigd.

Het politieke midden is snel aan het verdwijnen. Vooral uiterst rechts profiteert daarvan. Maar nog min of meer in het verborgene groeit een nieuwe politieke macht die zichzelf daar overigens nog niet van bewust is. Het internetproletariaat dat zichzelf met zijn escalatie van gekanker tot een steeds hogere graad van ontevredenheid opvoert. Dit heeft tot dusver maar één resultaat. De zittende politici verliezen verder aan vertrouwen terwijl de radicale veelbelovers geloofwaardiger worden zonder dat ze daarvan het bewijs hoeven te leveren. Bij de volgende verkiezingen zien we verder.

Nu het goede nieuws. Er is een draagbaar asbakje in de handel, een klein metalen doosje, iets langer en smaller dan een Zippo. Je kunt het uitschuiven. Dan verschijnt er een gat voor as en peuk. In de Bezetting had je de clandestiene radio, toch nog een betrekkelijk groot apparaat, maar klein genoeg om onder de vloer te verbergen. Daarmee luisterde je naar Radio Oranje en de BBC Home Service. Nu zit je bijvoorbeeld ergens in een openbare ruimte, in het niemandsland tussen roken en niet roken. Je weet het niet. Er staan in ieder geval geen asbakken. Je wil een sigaret opsteken, niet omdat je verslaving je ertoe dwingt, maar gewoon, om het plezier van het op aarde zijn te bevestigen. Trek je draagbare asbak en waag het erop. Als je ergens in de buurt een verontwaardigd uche-uche hoort en iemand met zijn antirookwaaier begint te wapperen zeg je: ‘O, pardon. Ik luisterde even naar de Engelse radio.’ En hoop dat je niet wordt aangegeven bij de antirookpolitie.