Poetin dwingt Medvedev in een droevige bijrol

Kortgeleden nog was de president de machtigste man van Rusland. Nu is het premier Poetin om wie het allemaal draait. Voor de president is er slechts de rol van bruiloftgeneraal.

Premier Poetin spreekt met Zuid-Osseetse vluchtelingen. Foto AP Russia's Prime Minister Vladimir Putin speaks with South Ossetian refugees who fled the fighting in the Georgian breakaway region, during their meeting in Vladikavkaz, the provincial capital of the region of North Ossetia that neighbors South Ossetia, on Saturday, Aug. 9, 2008. In Saturday's meeting with refugees in Vladikavkaz Putin described Georgia's actions as "complete genocide.(AP Photo/RIA Novosti, Alexei Druzhinin, Pool) Associated Press

President Medvedev van Rusland oogt de laatste dagen als een ‘bruiloftgeneraal’, de martiale farceverschijning waarover Tsjechov ooit schreef. Gisteren vervulde Medvedev die rol in de droeve variant. Hij decoreerde overste Timerman en majoor Vetsjinov wegens „moed en heldendom”, de laatste postuum aangezien hij zaterdag was gesneuveld in Tschinvali.

In de late negentiende eeuw was de ‘bruiloftgeneraal’, in vol ornaat, een geziene gast op trouwpartijen van de ontluikende bourgeoisie. Soms kreeg hij ervoor betaald, soms deed hij het al voor een bord eten. De gasten kregen dankzij hem in ieder geval de indruk dat het huwelijkspaar een machtig stel uit een rijke traditie was.

Is president Medvedev honderd dagen na zijn beëdiging op 7 mei een schertsfiguur? Velen speculeren erover, ook in Moskou.

Vaststaat in ieder geval dat hij afwezig was toen de oorlog vrijdagmorgen 8 augustus begon. Hij vierde vakantie op de Wolga. Hij was niet de enige in de hiërarchie. De commandant van het militaire district Noord-Kaukasus had ook vakantie. En premier Poetin was in Peking voor de opening van de Spelen. Het spoedberaad van de Veiligheidsraad die ochtend om half acht werd voorgezeten door secretaris Patroesjev, oud-chef van de staatsveiligheidsdienst FSB.

Twee uur later stapte de president wel de vergaderzaal in het Kremlin binnen. Maar Medvedev amper in beeld. Het was de premier die, terug uit China, het commando leek te hebben. Zoals zaterdag voor het front van de troepen in Vladikavkaz, de garnizoensstad die vertaald ‘Macht over de Kaukasus’ heet. Zelfs Gleb Pavlovskij, directeur van een aan de macht gelieerde denktank, was bezorgd. „De oorlog dreigde Medvedev vast te klinken aan een ander programma dan het zijne”, zei Pavlovskij in de krant Nezavisimaja Gazeta. Maar „hij is geen gijzelaar geworden van de oorlogspartij en heeft aangedrongen op beperking van de militaire operaties”.

Tot woensdag leek de „tandemcratie”, zoals het zakelijke dagblad Kommersant de dubbele machtsstructuur noemt, inderdaad intact. De president, die grondwettelijk het primaat over het buitenlands beleid heeft, en de premier, die de binnenlandse politiek draagt, vertolkten hun rollen in de eerste oorlogsdagen karaktervast. Poetin gromde de hele tijd. En Medvedev beëindigde de militaire fase van de „operatie dwang tot vrede”. Maar diezelfde woensdag bleek het bevel van de president onderhevig aan insubordinatie. In Gori bleven de Russische troepen op hun posities. Ook in Zugdidi aan de grens met Abchazië en de havenplaats Poti doken ze op.

Vergelijkbare dubbelzinnigheid was te zien in de houding van de Russische leiding jegens de luchtbrug die de VS donderdag op Georgië openden. Donderdagmorgen reageerde het ministerie van Defensie laconiek op de „humanitaire hulp. ’s Avonds was dezelfde militaire leiding ineens „ongerust”.

Die wisselvalligheid duidt er op dat de oorlog in de Kaukasus een wapen is in een politieke machtsstrijd in Moskou. Het zaken- kamp hoopt dat Medvedev de teugels wat laat vieren. Het militair-industrieel complex gokt op Poetin en zijn hyperpatriottische adjudant die nu vicepremier is.

Aanvankelijk hield Poetin zich gedeisd. Maar sinds juli schiet hij regelmatig onder Medvedevs duiven. Zo gaf hij op 31 juli de ministers van Buitenlandse Zaken en Noodtoestanden opdracht om humanitaire hulp te verleden aan de slachtoffers van een watersnoodrampje in Oekraïne en Moldavië, hoewel dat toch echt een presidentieel prerogatief zou moeten zijn.

Het bleef niet bij dit soort symboliek. Poetin ging ook op oorlogspad richting ondernemers. Op 24 juli beschuldigde hij het staalconcern Metsjel ervan zijn ijzererts in Rusland duurder te verkopen dan elders. Gevolg van deze oprisping: op de beurs stortte het aandeel in. Metsjel verloor in één dag een derde van zijn marktwaarde van 15 miljard dollar. De president riep machteloos op „het zakenleven geen nachtmerries” te bezorgen. Dit patroon van incongruente verklaringen zette zich de afgelopen oorlogsweek voort.

Medio juli drukte Medvedev zijn ambassadeurs op het hart „zelfstandiger en agressiever” te reageren op kritiek jegens het vaderland. Afgelopen dagen is dit vooral in Rusland zelf ter harte genomen.

Gisteren manifesteerde die eigengereidheid zich op het presidentiële terrein bij uitstek: het nationale veiligheidsbeleid. In de loop van de middag gaf de generale staf commentaar op het Pools-Amerikaanse akkoord over het raketschild. „Polen ligt nu onder schot, het is een eerste object voor een Russische tegenaanval. Dat is honderd procent zeker”, zei adjunct-chef-staf Nogovitsyn. Let wel, dat zei de adjunct.

Pas daarna nam de president het woord. Hij noemde het jongste militaire pact van Warschau „droevig voor iedereen die in dit dichtbevolkte continent woont”.

Als Poetin deze woorden had gebezigd, zou het klassiek Russisch cynisme zijn. Uit de mond van Medvedev klonken ze droevig. Als ware hij een ‘bruiloftgeneraal’.

    • Hubert Smeets