Onwaarheden over het collectief pensioen

De Pensioenwet gebiedt dat de pensioenuitvoerders communiceren met de belanghebbenden en dat op een deugdelijke wijze doen. In het artikel `Collectief pensioen is niet boterzacht` (Opiniepagina, 9 augustus) waaraan twee medewerkers van de Algemene Pensioen Groep (APG) hebben bijgedragen, wordt echter een aantal onwaarheden gedebiteerd. In de laatste zin staat: ”De afgelopen decennia hebben ze (de collectieve pensioenfondsen, red.) wel een volledig waarde- of welvaartsvast pensioen geleverd.” Hoe durf je zoiets te stellen, wanneer voor de ambtenarenpensioenen een achterstand in koopkracht van 20 procent is opgebouwd, en zeer recentelijk nog het reële, het totale pensioen, i.e. het pensioen dat de koopkracht uitdrukt, significant verlaagd is: met 2,1 procent van 2004 op 2005, en in 2006 was het totale pensioen nog steeds lager dan in 2003.

Verder wordt geschreven: ”Zo zijn de meeste collectieve pensioenen weer op peil, nadat de groei aan het begin van deze eeuw noodgedwongen achterbleef.” Hiermee wordt voorbijgegaan aan de werkelijke situatie. Doordat de prijzen ook na de jaren waarin de pensioenuitkeringen werden verlaagd zijn blijven stijgen, doen de gevolgen van de verlaging zich tot op de dag van vandaag gevoelen.

Tot slot: ” maar de dekkingsgraden blijven ruim boven de door De Nederlandsche Bank gestelde eisen.” Medewerkers van de APG zullen toch weten dat voor het ABP de dekkingsgraad gezakt is van 148 procent op 1 november 2007 naar 125 procent op 17 juli 2008, terwijl de grenswaarde waarboven een indexatie is toegestaan, die volledig voor de prijsstijgingen compenseert, 135 procent is.

    • Prof.Dr. J. de Vries