Kleine grachtenbanken verliezen zelfstandigheid

De grachtengordel van Amsterdam zit vol met deftige bankjes met eeuwenoude wortels. Inmiddels zijn ze nagenoeg allemaal onderdeel van grote financiële concerns.

Het bleke stuk muur naast de voordeur van Herengracht 548 staat symbool. Van dit statige grachtenpand is zichtbaar met enig geweld een bord van de gevel getrokken. De sporen van stevige componentenlijm zijn nog te zien. Nog niet zo lang geleden glom hier de koperen naamplaat van MeesPierson.

Geen werk van vandalen, maar een gevolg van de samenklontering op de markt van Nederlandse private banken. Begin vorig jaar verplaatste het moederbedrijf van MeesPierson, Fortis, de afdeling voor rijke particulieren naar de rand van de stad. Beter bereikbaar en goedkoper.

Aan het andere eind van dezelfde gracht, op nummer 182, staat gebouw De Zonnewijser. Dit imposante witte pand staat leeg. Ooit zetelde hier Kempen & Co. Deze bank uit 1903 werd de afgelopen jaren wel drie keer werd verkocht. Onder de kortstondige hoede van het Belgische Dexia verhuisde zij naar de moderne Zuidas.

Een decennium geleden trof de stadswandelaar nog vele onafhankelijke banken in de Amsterdamse grachtengordel aan. Deftige banken met eeuwenoude wortels. De meeste ervan zijn verdwenen. Opgegaan in grote financiële concerns, of over de kop. Om er een paar te noemen: Labouchère (anno 1789) verkocht en opgedoekt. Stroeve (1911) verkocht. Van der Hoop (1895) failliet gegaan.

Begin deze maand was er een nieuwe consolidatiegolf op de markt voor rijkeluisbanken. Insinger de Beaufort, opgericht in 1779, wordt verkocht aan de grote Franse bank BNP Paribas. Daarmee verdwijnt weer een onafhankelijke vermogensbank uit Nederland.

Natuurlijk, Insinger de Beaufort blijft bestaan en mag misschien ook wel zijn naam en locatie aan Herengracht behouden – daarover zal de nieuwe eigenaar zich nog beraden. Maar bij de bank, waar nu nog zo’n 160 mensen werken, verdwijnt het predicaat ‘zelfstandig’.

En dat terwijl Insinger dat aspect zo belangrijk vond. „Wij zijn een van de weinige banken die met recht kunnen zeggen onafhankelijk te zijn”, vermeldde de bank tot voor kort trots op haar site. Nu staat daar: „een vooraanstaande Engels-Nederlandse vermogensbeheerder”.

Insinger sluit zich met de voorgenomen fusie aan bij de Britse vermogensbeheeractiviteiten van BNP Paribas en de al drie jaar eerder door de Fransen opgeslokte Nederlandse concurrent Nachenius Tjeenk. De nieuwe combinatie heeft ruim 10 miljard euro ‘cliëntvermogen’ onder beheer. Daarmee zegt zij de top vijf binnen te stomen op de nationale bankiersmarkt voor vermogenden. „Onafhankelijkheid zit tussen de oren”, zegt directielid Peter Sieradzki. „Ik geloof niet dat we door de aangekondigde samenwerking onze onafhankelijkheid zullen verliezen. Het gaat erom dat we voor onze klanten uit alle beleggingsfondsen die er zijn de beste pikken. Dat zullen we blijven doen.”

Waar precies in de top vijf Insinger zal belanden wil Sieradzki niet zeggen. Dit soort banken doet geheimzinnig over marktaandeel, en over dat van hun concurrenten. Duidelijk is wel dat de markt sinds jaar en dag wordt gedomineerd door ABN Amro en Fortis-dochter MeesPierson. Die twee grootste spelers gaan nu ook nog eens samen. De private-bankingtak van ABN Amro is na de verkoop van de bank, vorig jaar, in handen gekomen van Fortis.

De andere bedrijven in de topvijf zijn de Bossche bank Van Lanschot, Rabobank-dochter Schretlen, de twee vermogensbanken die de afgelopen jaren door de Belgische KBC-groep zijn gekocht (Theodoor Gilissen en Stroeve) en de nieuwe groep rond Insinger de Beaufort.

Een probleem met het vaststellen van marktpositie is dat de klanten op wie banken zich richten niet eenduidig zijn. „Je hebt de kleinere spelers, de boetieks, die zich richten op de zeer vermogenden, zeg boven de 10 à 20 miljoen euro”, zegt directeur private banking Pieter Moll van Theodoor Gilissen. Deze vermogensbeheerders zonder bankvergunning zijn veelal opgezet door oud-bankiers. Moll: „De grote banken richten zich vooral op de vermogende particulier die al vanaf 100.000 euro kan instappen.” Theodoor Gilissen zelf en de andere subtoppers richten zich volgens Moll op klanten met een belegbaar vermogen van 1 tot 10 miljoen euro.

Een probleem voor alle spelers is dat de vermogende klant niet snel van bank wisselt. Hij moet echt ontevreden zijn wil hij zijn miljoenen weghalen, zijn persoonlijke adviseur bij de bank vaarwel zeggen en elders opnieuw beginnen. Meer nog dan in het reguliere bankieren is het bij de dienstverlening voor de rijkere Nederlanders vooral een kwestie van vertrouwen en van dienstverlening. Kleinere banken stellen dat zij juist die persoonlijke dienstverlening kunnen bieden.

Het afgelopen jaar heeft, zo zeggen bankiers, wel beweging gebracht in de sector. De onrust rond ABN Amro vorig jaar en Fortis dit jaar heeft een – onbekend – aantal klanten op drift doen slaan. Niemand geeft specifieke cijfers, maar alle concurrenten claimen klanten en dus geld van de twee te hebben binnengehaald. Zonder deze uitzonderlijke omstandigheden is het binnenhalen van nieuwe klanten een tijdrovende zaak.

Een makkelijke, maar kostbare manier om te groeien is door een rivaal over te nemen. Daar is met name Van Lanschot met Kempen in 2006 en CenE Bankiers in 2004 flink door gegroeid. BNP Paribas en de Belgische KBC wisten met louter overnames de Nederlandse markt te betreden.

Na de verkoop van Insinger de Beaufort lijkt de slag om de private banken nagenoeg afgerond. Lijkt, want volgens topman Floris Deckers van Van Lanschot zal de consolidatie doorgaan. „Ik heb een lijstje”, zei Deckers op de vraag of hij nog overnamekandidaten ziet. Het moet dan gaan om banken die weer van dochters af willen of divisies van grootbanken die worden afgestoten, want er is in dit segment nog maar één echt onafhankelijke bank over: Ten Cate & Cie, een kleine bank uit 1881 die sinds 1994 in handen is van de Twentse textielfamilie Ten Cate.

De bank die zes jaar geleden verhuisde naar het voormalige pand van Stroeve aan het begin van de Herengracht logenstraft de veelgehoorde wijsheid in de sector dat overleven alleen mogelijk is door schaalgrootte te creëren.

David van der Zande, hoofd vermogensbeheer van Theodoor Gilissen: „Klanten willen nu eenmaal meer met hun vermogen. Daarbij heb je door toegenomen regelgeving in de financiële sector en druk van de toezichthouders tegenwoordig meerdere soorten specialisaties nodig.”

Directeur Egbert ten Cate denkt daar anders over. „Schaalgrootte is nodig ja, als je alle beleggingsproducten die er op de wereld te koop zijn wil aanbieden. Maar dat willen klanten helemaal niet.”

Niettemin heeft ook Ten Cate, lid van de familie die de bank bezit, ambitie. De bank wil de huidige 500 miljoen euro aan belegd vermogen in vijf jaar verdubbelen. Maar een overname van zijn bank is uitgesloten. „We zijn de afgelopen jaren drie keer door serieuze gegadigden benaderd, uit Nederland en uit het buitenland. Ze hebben allen bij een kopje koffie hetzelfde antwoord gekregen: wij verkopen niet. Dat heeft de familie zo afgesproken en dat is vastgelegd.” Niet om eigenwijs te zijn, maar om vast te houden aan de strategie om zelfstandig te blijven en niet afhankelijk te hoeven zijn van financiële conglomeraten. Ten Cate wantrouwt de mooie beloften die veel van zijn niet meer zelfstandige collega’s daarover doen.

Geen bankier roept dat hij gebonden is aan de huisproducten van zijn moedermaatschappij. Maar de praktijk is volgens Ten Cate anders omdat banken een veel hogere marge halen op beleggingsproducten dan op dienstverlening. „Hoe denk je dat BNP Paribas de aankoop van Insinger de Beaufort van 200 miljoen euro wil terugverdienen?”

    • Philip de Witt Wijnen
    • Heleen de Graaf