Grootste olympiër?

Zwemmer Michael Phelps heeft de meeste gouden medailles behaald in de historie van de Olympische Spelen. Is hij daarmee de grootste olympiër?

Nico Rienks, oud-roeier, behaalde tweemaal olympisch goud (1988 in dubbeltwee, 1996 met Holland Acht) en eenmaal brons (1992, dubbeltwee): „Phelps heeft het voordeel dat hij goud kan halen op verschillende disciplines. Aan het aantal gouden medailles kun je nauwelijks een waardeoordeel vastknopen. Ik kan geen maat bedenken op grond waarvan je iemand de beste sporter ter wereld kunt noemen. Hoeveel medailles haal je in totaal? Aan hoeveel Spelen doe je mee? Wat dat betreft is de prestatie van roeier [Sir] Steven Redgrave [goud bij Spelen van 1984, ’88, ’92, ’96 en 2000] heel bijzonder en bijvoorbeeld ook de medailles van [judoka] Mark Huizinga op drie opeenvolgende Spelen. Phelps blijft een groot sportman. Hij heeft dat goud bovendien als individuele sporter gewonnen [uitgezonderd estafettenummers]. Die prestatie schat ik hoger in dan bij een teamsport. Ik had mijn gouden medailles liever zelf gehaald. Dan heb je het helemaal alleen gedaan.”

Floris Jan Bovelander, won met Nederlands hockeyteam olympisch goud (1996) en brons (1988): „Het aantal gouden medailles is niet per se maatgevend. Een absolute sportheld moet wel goud halen. De lengte van een carrière aan de top bepaalt of iemand echt legendarisch wordt. Bij olympische grootheden moet ik, ook door zijn uitstraling, altijd denken aan Carl Lewis [100, 200 meter en estafette hardlopen én verspringen]; die won gouden medailles op vier verschillende Spelen [1984-1996]. Phelps is ook een van de olympische grootheden. Als hij over vier jaar bij de Spelen van Londen weer een emmer goud meeneemt, is hij echt de grootste olympiër. Hij beoefent wel een sport waarbij het makkelijker is op verschillende onderdelen goud te winnen. Anderzijds is het heel knap dat Phelps zo allround is en de verschillende slagen beheerst.”

Ria Stalman, olympisch kampioene discuswerpen in 1984: „Ingewikkelde kwestie. Alleen het aantal medailles als criterium hanteren, is niet correct. Het heeft ook te maken met de sterkte van een sport. Ik vraag me af in hoeverre de onderdelen waarop Phelps succes behaalt, zijn ontwikkeld en hoe groot de concurrentie is. De specialisten bij het zwemmen zitten op de 100 meter vrije slag. Daarmee heeft Phelps zich niet bemoeid. Stel dat Pieter van den Hoogenband voor de derde maal op rij olympisch goud op de 100 vrij had behaald. Hoe zet je zijn prestatie dan af tegen die van Phelps? Ik kan me slecht voorstellen dat zwemmen genoeg ontwikkeld is, als iemand achtmaal goud haalt. Phelps is wel een fenomeen. Grote olympiërs moeten op verschillende Spelen een medaille halen. Zoals discuswerper Al Oerter [viermaal olympisch kampioen] of Carl Lewis.’’

Arnold Vanderlyde, behaalde brons bij drie opeenvolgende olympische bokstoernooien (1984, 1988 en 1992): „Michael Phelps behoort tot het groepje sporters van excellent niveau. Hij hoort in het rijtje met Boebka [polsstokhoogspringen], Lewis, de [olympische] boksers Felix Savón en Teófilo Stevenson [beide Cubanen wonnen bij drie opeenvolgende Spelen goud], Ali in het profboksen en Eddy Merckx in het wielrennen. Allemaal atleten die in hun sport boven de rest uitsteken. Ook Phelps is een sporter van de buitencategorie, hoewel je in het zwemmen meerdere onderdelen hebt waarop je een plak kunt halen. Boksers hebben maar één kans. Nog mooier dan veel goud halen bij één olympisch toernooi is het als een sporter over een periode van tien jaar of tijdens drie Spelen continu die topprestatie levert. Dat bewijst zijn kracht echt.’’

Joop Alberda, voormalig technisch directeur sportkoepel NOC*NSF, coach Nederlandse volleyballers bij Spelen van 1996 (goud): „Phelps is een bijzonder ‘multitalent’, net als Van Moorsel was bij wielrennen. Vergeleken met atletiek zit in zwemmen nog veel ruimte voor ontwikkeling en specialisatie. Phelps heeft het voordeel dat hij kans heeft op meer zwemonderdelen die niet zo discriminerend zijn. Een judoka heeft buiten zijn gewichtsklasse geen alternatief. Dat doet niets af aan de formidabele prestaties van Phelps. Sporten zijn onvergelijkbaar. Per sport kun je wel de grootste olympiër aanwijzen. Phelps is de absolute topper in het zwemmen; Carl Lewis in de atletiek. Als ik moet kiezen tussen Redgrave en Phelps, kies ik de ‘oeuvreprijs’: over vijf Spelen, met een veranderend lichaam, goud halen is meer bijzonder dan tijdens twee Spelen op verschillende onderdelen veel goud halen.”

    • Pieter de Vries