GroenLinks vraagt: hoe stout mag je zijn?

Acties moeten altijd binnen de wet blijven, zei GroenLinks-leider Halsema in de affaire-Duyvendak. Maar ze vaart te scherp

aan de wind, vinden sommige partijgenoten.

Natuurlijk is het ontzettend zonde dat het zo gelopen is. Maar echt aangeslagen is Wijnand Duyvendak niet. „Ik ben niet uitgeschakeld hoor. Ik heb de regie teruggepakt”, zegt hij telefonisch vanaf het schoolplein.

Met zijn aftreden als Kamerlid wilde hij vooral laten zien dat het hem echt raakte: de ambtenaren van wie hij in 1985 namen en adresgegevens had gepubliceerd in het actieblad Bluf! waren bedreigd en geïntimideerd. Want daarmee is hij achteraf toch wel over de grens gegaan. Dat de ambtenaren daadwerkelijk vervelende gevolgen hadden ondervonden van zijn publicatie, heeft hij nooit geweten. „Ik dacht dat er hooguit op hun naam wat bij de Wehkamp besteld zou worden, maar hier ben ik erg van geschrokken.”

Hoe ver kunnen acties gaan, en in hoeverre moeten de deelnemers aan illegale acties uit de jaren tachtig hier afstand van nemen? Het is een discussie die door de affaire-Duyvendak woedt in GroenLinks. Niet in de laatste plaats komt dat door partijleider Femke Halsema. In haar boek Over de Linkse Lente uit 2006 sprak ze veel waardering uit voor de activisten van progressief Nederland die in het verleden ijverden voor maatschappijhervormingen. Ze deden dat „ludiek, stout en optimistisch”. Maar hoe stout mag je zijn? Halsema veroordeelde afgelopen weken scherp acties waarbij de wet wordt overtreden en wees het ook af als dergelijke acties achteraf worden gelegitimeerd met verwijzing naar de sfeer van de jaren tachtig.

„We zitten nu in een fase van ultieme politieke correctheid. Daar moeten wij als GroenLinks genuanceerd mee omgaan en dat doet Femke Halsema op dit moment niet”, zegt voormalig GroenLinks-senator Leo Platvoet. Zij trekt volgens hem een veel te rigide lijn als het gaat om wat acceptabel is. „Het is alsof zij met terugwerkende kracht de bezettingen van het Maagdenhuis, Dennendal of de strijd voor abortus afkeurt. Zulk soort acties waren destijds een belangrijke motor van de verandering. Halsema vliegt uit de bocht.”

Ook Europarlementariër Joost Lagendijk vindt dat Halsema een te scherpe lijn trekt. Daar moet in de partij een debat over komen. „Binnen GroenLinks zijn veel mensen die niet vinden dat je alle regels voetstoots moet aannemen. Het ligt niet zo simpel. Kraken was ook inbreken.” Lagendijk was in de jaren tachtig fractiemedewerker van de PSP. „Ik weet nog dat inbreken misschien wel kon, maar dat we het publiceren van namen fout vonden. Daarmee maakte je mensen tot doelwit. Er hoeft maar één gek te zijn die rare dingen gaat doen.” Voor Maarten van Poelgeest, wethouder voor GroenLinks in Amsterdam, was het publiceren van de namen ook over de grens. „Maar gaat iemand van De Telegraaf nu verantwoording afleggen voor het publiceren van het adres van Duyvendak”, vraagt hij zich af.

Als je altijd binnen de grenzen van de wet moet blijven, zouden dan de acties van Martin Luther King of Rosa Parks, de zwarte vrouw die als eerste vooraan in de bus, op de plek van de blanken, ging zitten, ook onacceptabel zijn? Tof Thissen, fractievoorzitter in de Senaat, vindt die vergelijking onzinnig. „Als in landen het systeem als zodanig onrechtvaardig is, dan mag er natuurlijk meer dan als je een goed functionerende rechtsstaat hebt. Met de Wet openbaarheid van bestuur kun je heel veel documenten boven tafel krijgen. Daarvoor hoef je niet in te breken. Wij krijgen als Eerste Kamer nu ook veel antwoorden over de Nederlandse steun aan de inval in Irak. Het duurt soms lang, maar het lukt wel.”

Door de affaire-Duyvendak lijkt zo een schisma binnen GroenLinks te ontstaan, over hoe je tegen het actieverleden moet aankijken, en daarmee tegelijkertijd hoe je nu met buitenparlementaire acties moet omgaan. Duyvendak kreeg vanuit zijn partij veel afkeurende reacties over zijn bekentenis dat hij in de tachtiger jaren aan de inbraak in het ministerie van Economische Zaken had deelgenomen, maar die gingen twee kanten op: afkeuring voor de deelname zelf, maar ook afkeuring voor het feit dat hij zijn actieverleden verloochende. Duyvendak wil er graag openlijk over discussiëren, net als over de volgens hem onverwerkte jaren tachtig. Want op veel belangrijke plekken in de samenleving functioneren mensen die toen grenzen hebben overschreden. Maar binnen GroenLinks voelen maar weinigen hier écht voor. Zo zegt Van Poelgeest dat een serieus debat over de jaren tachtig niet mogelijk is. „Ik ben bang dat bij iedereen die iets bekent, meteen de kop eraf gaat, zoals bij Wijnand. ”

Veranderde tijden Zaterdag &cetera, pagina 6