Doodstraf voor ex-dictator Habré

Voormalig president Hissène Habré van Tsjaad is bij verstek ter dood veroordeeld in N’Djamena, de hoofdstad van Tsjaad. Dat heeft de rechtbank in N’Djamena gisteren bekendgemaakt.

Habré, die president was tussen 1982 en 1990, is samen met elf Tsjadische rebellenleiders schuldig bevonden aan het schenden van de constitutionele orde en de integriteit en veiligheid van het grondgebied van Tsjaad. In een regeringsonderzoek werd Habré eerder al beschuldigd van de moord op 40.000 mensen en het martelen van 200.000 anderen. Op het onderzoek werd toegezien door de huidige Tsjadische president, Idriss Déby, die in 1990 Habré afzette. Habré vluchtte destijds naar Senegal. Daar woont hij nog steeds.

Senegal bereidt momenteel zelf een proces voor tegen Habré vanwege de mensenrechtenschendingen. Het parlement in Dakar stemde vorige maand in met een grondwetswijziging die de weg vrijmaakt voor berechting van Habré. De Senegalese president, Abdoulaye Wade, heeft toegezegd dat zijn land Habré zal berechten, hoewel het volgens hem voorlopig ontbreekt aan de financiële middelen voor een proces.

Als Habré daadwerkelijk in Senegal in de beklaagdenbank verschijnt, is dat de eerste keer dat een Afrikaans land een (ex-)staatshoofd van een ander Afrikaans land berecht vanwege mensenrechtenschendingen.

Met de vervolging van Habré geeft Senegal gehoor aan een oproep van de Afrikaanse Unie. In 2006 drong de landenorganisatie er, „uit naam van Afrika”, op aan dat Habré op Afrikaanse bodem wordt berecht in plaats van in België. België vaardigde in 2005 een internationaal arrestatiebevel uit tegen Habré en vroeg om uitlevering van de oud-president. Het arrestatiebevel was gebaseerd op getuigenissen van drie Belgen van Tsjadische komaf.

In 2000 mislukte een poging om Habré in Senegal veroordeeld te krijgen. De rechtbank achtte zichzelf toen niet bevoegd. (AFP)