De baan wil maar niet van Kiplagat houden

Tien kilometer op de baan is anders dan op de weg, moest Lornah Kiplagat weer ervaren. Toch weet ze niet van opgeven. Nog één keer, en dan is ze mogelijk wel in topvorm.

Ronden lang liep Lornah Kiplagat aan de leiding, gevolgd door haar concurrentes uit Ethiopië en Turkije, totdat het tempo zelfs haar te machtig werd. Foto Bas Czerwinski 15-08-08, Beijing, China. 10.000 m vrouwen. Lornah Kiplagat in actie. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Wat heeft Lornah Kiplagat nog op de atletiekbaan te zoeken? Die vraag is opportuun geworden nadat ze gisteravond bij de Spelen in Peking opnieuw naast de medailles op de 10.000 meter heeft gegrepen. Terwijl de Ethiopische Tirunesh Dibaba haar eerste olympische titel vierde, weigerde de Nederlandse atlete haar afscheid van de baan aan te kondigen. „Omdat ik het toch nog een keer wil proberen als ik in goeden doen ben.”

De vraag waarmee Kiplagat worstelt is: waarom kan ik bij wegwedstrijden tussen de tien en twintig kilometer en bij het veldlopen wel domineren, maar lukt me dat op de baan niet? Zij weet het antwoord (nog) niet. Het zou de tactiek kunnen zijn. Op de weg kun je bochten afsnijden en in het veld op heuveltjes versnellen. Daar kan ze de omstandigheden gebruiken om de concurrentie af te schudden.

Op de baan ontbreken de obstakels waaruit ze voordeel kan halen. Daar komt het aan op pure snelheid. En die blijkt steeds ontoereikend om met name de Ethiopische concurrentie af te schudden. De betere sprintsters profiteren keer op keer van haar slopende arbeid.

En Kiplagat? Die maakt elke wedstrijd hard om vervolgens buiten de medailles te vallen. Tot zeven kilometer bepaalde ze gisteravond in het Vogelnest het tempo. Haar landgenote en nichtje Hilda Kibet moest er daardoor al snel af. Daarna namen de Turkse Elvan Abeylegesse en Dibaba het commando over. Kiplagat kon nog twee tempoversnellingen beantwoorden, maar gaf zich bij de derde gewonnen, met de achtste plaats als teleurstellend resultaat.

Kiplagat houdt niet van de baanwedstrijden. Die vindt ze saai. Maar ze denkt met haar kwaliteiten wel een kans op succes te hebben. Alleen, bij de grote baanwedstrijden die ze tot op heden liep, was ze nimmer topfit. Ook gisteren klaagde ze over de naweeën van een virusinfectie, waardoor ze vier weken niet had kunnen trainen. „Niet om als excuus aan te voeren, maar ik wil toch het nog een keer op de baan proberen als ik in topvorm ben.”

Een aanpassing van haar tactiek is geen optie, vindt Kiplagat. Vanwege haar gebrekkige sprint, maar ook omdat het niet bij haar past. Een beetje koppig: „Dit is mijn stijl en daarmee ben ik op de weg en in het veld succesvol geweest. Waarom zou ik die veranderen?”

Pieter Langerhorst begrijpt Kiplagat niet. Haar man en trainer wil dat ze de baan negeert, maar kan haar daar niet van overtuigen. „Wat mij betreft was dit haar laatste baanwedstrijd”, was hij na afloop duidelijk. „Ze komt gewoon tekort, zo eerlijk moet ze zijn.”

Misschien is Kiplagats probleem wel dat ze niet wil kiezen. Want de tot Nederlandse genaturaliseerde Keniaanse atlete heeft haar ambities voor de marathon evenmin opgegeven, ook al heeft ze nog niet aangetoond die afstand aan te kunnen. Bij vrijwel alle marathons kreeg Kiplagat na de 35ste kilometer een inzinking. Maar voor de Olympische Spelen in Londen wil ze zich juist op die afstand richten. Liever was ze al in Peking op de marathon gestart, maar door de slechte luchtkwaliteit daar liet ze dat voornemen varen.

De tragiek van Kiplagat is dat ze uitblinkt op incourante nummers tussen de vijf en vijfentwintig kilometer en niet op de afstanden die geprogrammeerd zijn bij grote titeltoernooien en Olympische Spelen. Maar ze blijft zoeken naar de oplossing voor dat probleem. Vandaar dat ze ondanks het teleurstellende resultaat op de 10.000 meter zichzelf een startverbod op die afstand weigerde op te leggen.

Ze moest zich verzoenen met de gouden medaille voor Dibaba, de atlete voor wie ze weinig sympathie kan opbrengen, „omdat ze niet erg sociaal is”. Maar de Ethiopische verdient wel respect, want olympisch kampioen worden in een tijd van 29.54,66 is een voortreffelijke prestatie. Dibaba bevestigde in Peking haar goede vorm van dit seizoen en richt zich nu op de grote strijd op de 5.000 meter met haar landgenoten Meseret Defar van volgende week vrijdag, het gevecht tussen de oude en nieuwe wereldrecordhoudster.