Chinezen snappen de onderlinge strijd niet

Iedereen wil profiteren van de buitenlandse expansie van Chinese bedrijven. Nederlandse regio’s strijden onderling om de komst van ondernemingen uit China.

Chinese winkels op de Gedempte Burgwal en de Wagenstraat in het Chinatown van Den Haag. De Nederlandse stadsregio’s hebben elk eigen afgevaardigden in China. Foto's Roel Rozenburg Den Haag : 15.8.2008 Chinatown in Den Haag, Stille Veerkade. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

De Haagse wethouder van economische zaken Henk Kool (PvdA) laat trots een glossy magazine zien met zijn foto. Verder prijken er louter Chinese tekens op de cover. „Ik ben beroemd in China, wist je dat?”, zegt hij lachend.

Kool was vorige maand in China om de laatste zaken te regelen voor een congres dat het Chinese ministerie van Economische Zaken houdt in Den Haag. En omdat hij toch in China was ging de wethouder langs bij een bedrijf met plannen voor een groot distributiecentrum in Den Haag. „Een grote jongen”, zegt Kool. Eveneens in oktober wordt op bedrijventerrein Zichtenburg een Chinees handelscentrum geopend.

Wat Kool maar wil zeggen: het gaat goed met de Haagse regio als vestigingsplaats voor Chinese bedrijven. En dat is weer goed voor de werkgelegenheid in zijn stad. Volgens Kool is dat niet alleen zijn verdienste.

Den Haag is al zeker tien jaar bezig om „Chinezen zich thuis te laten voelen” in de stad, onder meer door investeringen in Chinatown rond de Wagenstraat. Ook de voorgangers van Kool reisden regelmatig af naar China. Relaties opbouwen is namelijk heel belangrijk bij het zakendoen met Chinezen, zegt hij. „Omdat er de afgelopen jaren zoveel gezaaid is kan ik nu toevallig oogsten.” In het voordeel van Den Haag speelt ook dat de Chinezen nog altijd erg „overheidsminded” zijn.

Rotterdam werkt eveneens aan zijn positie als vestigingsplaats voor Chinese bedrijven. In februari opende de Bank of China in die stad zijn eerste Nederlandse vestiging. En in juni tekenden een Nederlands en Chinees bouwbedrijf in de Rotterdamse zusterstad Shanghai een overeenkomst voor een groot bedrijvencentrum in de havenwijk Katendrecht. Een nostalgische plek, want begin vorige eeuw kwamen daar de eerste Chinese immigranten binnen. De Rotterdamse burgemeester Opstelten was bij de ondertekening van het contract, zoals hij wel vaker naar China reisde om zijn stad op de kaart te zetten.

De Amsterdamse burgemeester Cohen leidde in 2006 en 2007 handelsmissies naar China, en ook deze maand was hij er nog. Sinds kort is er in Shanghai een acquisiteur aangesteld die namens de Amsterdamse regio „voor de bewerking van de markt in China” moet zorgen. Ook de Haagse en Rotterdamse regio hebben een permanente afgevaardigde in China.

Er zijn momenteel ongeveer 170 Chinese bedrijven in Nederland gevestigd. Omgekeerd telt China zo’n 1.500 Nederlandse ondernemingen. De buitenlandse expansie van Chinese bedrijven staat nog in de kinderschoenen, maar kenners verwachten in de komende jaren een grote toename.

De Nederlandse gemeenten trekken niet samen op bij het aantrekken van Chinese ondernemingen. De drie grote stadsregio’s in Nederland hebben allemaal hun eigen wervingsbureau voor buitenlandse bedrijven – en afgevaardigden in China. De Haagse wethouder Kool zegt dat Nederlandse steden en regio’s in theorie „de boze buitenwereld samen tegemoet zouden moeten treden, maar in de praktijk is dat nogal anders”.

Volgens een woordvoerder is de concurrentie het ministerie van Economische Zaken (EZ) „een doorn in het oog”. Kool herinnert zich een bijeenkomst met de wethouders van de drie grote steden in de vorige kabinetsperiode onder leiding van toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken Karien van Gennip (CDA). Zij hield een „bloedig pleidooi” om samen op te trekken, maar „Rotterdam en Amsterdam keken toen de andere kant op”. De toenmalige Rotterdamse havenwethouder Roelf de Boer zou volgens Kool gezegd hebben: „Nou oké dan, de promotie kunnen we samen doen. Maar de acquisitie niet!”

Dat de Nederlandse regio’s en steden in China eigenhandig opereren leidt soms tot opmerkelijke situaties. „In 2006 waren Amsterdam en Rotterdam een week achter elkaar in Shanghai”, vertelt Victor Pallemans, Chinacoördinator bij de gemeente Amsterdam. „Dat gebeurt nu niet meer, we hebben er van geleerd”, zegt Pallemans over het voorval. Volgens Henk Kool „snappen de Chinezen er helemaal niets van” dat twee steden uit een klein land als Nederland afzonderlijk naar China komen. Tegenwoordig houdt het Holland Business Promotion Office de dienstreizen van de Nederlandse delegaties bij, zodat die op elkaar afgestemd kunnen worden.

Natuurlijk is er concurrentie tussen de verschillende regio’s, zeggen woordvoerders van de gemeentelijke wervingsbureaus. Pallemans: „We proberen allemaal onze eigen stad zo goed mogelijk te verkopen aan Chinese bedrijven.” Maar het is niet zo dat de steden en regio’s moedwillig bedrijven voor elkaars neus wegkapen, meent de Chinacoördinator van de gemeente Amsterdam. „Wij gaan bijvoorbeeld niet de grond goedkoper aanbieden aan een Chinees bedrijf. Daarmee zouden we alleen maar onze eigen economie in de weg zitten.”

Vooral binnen de grenzen van de eigen regio wordt beter samengewerkt, vindt de Haags wethouder Kool. De ene keer krijgt Delft een Chinees hotel, een andere keer gaat een telecombedrijf uit China naar Den Haag of Zoetermeer. In de Haagse regio is de samenwerking een „majeure stap”, zegt Kool. „Ik heb de tijd nog gekend dat de Haagse wethouders met getrokken pistolen door de regio liepen.”

Ook op nationaal niveau verloopt de samenwerking beter, vinden betrokkenen. Gisteren hield de Amsterdamse wethouder Herrema in het Holland Heineken House in Peking een verhaal over Holland als „gateway to Europe”. Het ministerie van EZ zou graag zien dat de Nederlandse regio’s zich specialiseren naar bedrijfstakken. Zo ligt het voor de hand dat Rotterdam zich richt op aan de haven gerelateerde bedrijven, en Den Haag bijvoorbeeld op dienstverlening en telecom. Want het is „achterlijk” om elkaar te beconcurreren, vindt Kool. „China is een gigantisch land en de Chinezen bulken van het investeringsgeld. Er is voor iedereen meer dan genoeg.”

    • Brian van der Bol