Belastingparadijzen onder druk

Niets is zeker, behalve de dood en belastingontduiking. De wereldwijde bedrijfstak die zich met dat laatste bezighoudt, bewijst dat in ieder geval het tweede deel van bovenstaand aforisme klopt. Maar de bekendmaking van Liechtenstein dat het vorstendom beter zal gaan samenwerken met andere landen om misbruik van zijn bankgeheim te voorkomen, duidt erop dat de belastingparadijzen niet meer zo heel erg veilig zijn.

Veel regeringen, met name die van de rijkere landen, varen al langer uit tegen de belastingvrijhavens. Zij hebben op drie manieren druk uitgeoefend. Eén was luisteren naar de belastingparadijzen: mensen parkeren hun geld in het buitenland, omdat de binnenlandse belastingtarieven te hoog zijn. Die tarieven – met name die van de kapitaalbelastingen en de hogere schalen van de inkomstenbelasting – zijn de laatste jaren over het algemeen gedaald.

De tweede manier bestond uit het uitoefenen van multilaterale druk via lichamen als de OESO. Die organisatie houdt regelmatig besprekingen met een groep belastingparadijzen die „zich willen inzetten voor (...) het bewerkstelligen van een effectieve uitwisseling van informatie over belastingaangelegenheden.” De diplomatie heeft effect gesorteerd, evenals het expliciet noemen van landen die wel of niet meewerken. De OESO publiceert een lijst van 35 coöperatief ingestelde jurisdicties en een lijst van drie landen die iedere medewerking weigeren. Liechtenstein behoort tot de laatste categorie.

Tenslotte is er de bilaterale druk. Duitsland heeft Liechtenstein rechtstreeks aangepakt door informatie over bankrekeningen van Duitsers te kopen van een klokkenluider. Een Amerikaanse Senaatscommissie heeft Liechtenstein genoemd in een onderzoek naar adviezen die de Zwitserse bank UBS aan haar Amerikaanse klanten heeft verstrekt over belastingontduiking.

De vooruitgang bij het tot de orde roepen van de vrijbuiters is mede te danken aan een paradox. Het lijkt er misschien op dat belastingparadijzen volop kunnen bloeien in een geglobaliseerde wereld. Maar de globalisering betekent ook dat het kostbaar is buitenspel gezet te worden. Dat is de hefboom die overheden gebruiken als zij tegen de grenzen oplopen van wat burgers nog willen betalen.

Naarmate de economische groei terugloopt, zullen de overheden de belastingontduiking nog verder willen inperken. Ze voeren daarvoor zowel morele als praktische redenen aan: waarom zouden rijken de belastingen wel mogen ontduiken als armen dat niet mogen? Regeringen weten echter heel goed dat het op twee na oudste beroep ter wereld, net als het oudste, nooit zal verdwijnen.

Michael Prest

    • Michael Prest