Artsen zijn zelden duidelijk over chemotherapie

Kankerpatiënte krijgt chemotherapie via een infuus. foto reuters A medical technician ties a tourniquet on the arm of cancer patient Deborah Charles before attaching an intravenous line at Georgetown University Hospital in Washington May 23, 2007. Since Charles, a journalist for Reuters, was diagnosed with breast cancer in November 2006, she has had to back away from actively covering the news and has had three operations, four rounds of chemotherapy and has been visiting the hospital at least once a week for appointments and treatment. Photo taken May 23, 2007. To match feature WITNESS-CANCER/CHEMOTHERAPY REUTERS/Jim Bourg (UNITED STATES) REUTERS

Artsen hebben de neiging om patiënten met vergevorderde kanker niet, of slechts vaag te vertellen wat de verwachte levensduurverlenging is van chemotherapie. Dat blijkt uit de analyse van 37 gesprekken tussen oncologen en hun patiënten (British Medical Journal, 31 juli).

Het ging om chemotherapie bij patiënten die niet meer te genezen waren. De chemokuren waren bedoeld om pijn te verlichten of het leven te rekken. In tweederde van door Britse onderzoekers geanalyseerde gesprekken boden de artsen die therapie aan zonder duidelijke uitleg over de verwachte verlenging van leven. Met magere Hein op de stoep is de dokter moreel, en in Nederland volgens de wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) ook wettelijk verplicht om de patiënt hierover voor te lichten.

De onderzoekers analyseerden gesprekken waarin een dokter aan de patiënt vertelt dat genezing niet meer mogelijk is en dat chemotherapie een optie is om “de groei van de tumor te remmen”, “klachten te verlichten” of “u zo goed mogelijk, zo lang mogelijk te laten voelen”. De patiënten hadden longkanker, alvleesklierkanker of dikke-darmkanker. Chemotherapie geeft daarbij een levensverlenging die meestal varieert tussen twee tot veertien maanden. Slechts in zes gesprekken gaf de arts een duidelijke tijdsindicatie over de gemiddelde levensverlenging zoals “vier weken extra”. Soms gaf de arts een globale tijdsindicatie, in het merendeel van de gesprekken bleef het vaag, “we geven u wat extra tijd” en in acht gesprekken werd de verwachte verlenging van de levensduur door chemotherapie helemaal niet besproken.

De verlenging van levensduur door chemotherapie, afgewogen tegen de lichamelijke en geestelijke prijs die patiënten moeten betalen, blijft vaak onderbelicht, zo menen de onderzoekers. Patiënten vinden het daarentegen juist belangrijk om te weten of een zware chemotherapie hen gemiddeld een week langer leven gunt of dat het om extra maanden of zelfs jaren gaat. De verklaring van de onderzoekers voor de vage voorlichting van artsen is dat veel gesprekstijd op gaat aan beschrijvingen van eventuele bijwerkingen van de anti-kankermedicijnen. Maar belangrijker lijkt dat artsen hun patiënten niet alle hoop willen ontnemen. Hoop doet leven, denken de artsen. De onderzoekers stellen dat artsen betere getraind moeten worden in deze moeilijke gesprekken. Nienke van Trommel