1 Over de ChristenUnie en de wetenschap

In de reactie van Geert Jan Spijker op het betoog van Herman Philipse over `public reason` (Opiniepagina, 9 augustus) wordt mijns inziens de kern niet geraakt. Philipse heeft niet beweerd dat een christelijk politicus zijn zingevingsbronnen niet mag inbrengen. Die inbreng heeft echter pas betekenis voor andersdenkenden als er argumenten worden gebruikt met een bredere zeggingskracht dan de particulier religieuze overtuiging. Zo kan er in debatten over euthanasie, abortus en genentechnologie gewezen worden op dilemma`s die ook betekenis hebben voor de niet-gelovige. Dan krijgt het debat pas kracht.

Als Spijker John Locke en Martin Luther King als voorbeeld geeft van religieus geïnspireerde denkers, dan onderschrijft hij Philipses stelling van de public reason, omdat juist deze personen overtuigende argumenten wisten te geven met een brede betekenis, ook voor niet-geloofsgenoten. Burgerrechten hebben een zodanige maatschappelijke invloed, dat de discussie voor een breed publiek gevoerd kon en kan worden.

Het verwijt dat Philipse een cirkelredenering hanteert rond de toepassing van wetenschappelijke ideeën herken ik niet. De wetenschappelijke methode is gericht op toetsbare, verifieerbare en herhaalbare feiten en resultaten. Die hebben dus grote kracht en betekenis in de ons omringende, fysieke wereld. Dat hebben twintig eeuwen ontwikkeling en meer dan drie eeuwen `moderne` wetenschappelijke ontwikkeling ons geleerd. Binnen deze context hebben wetenschappelijke resultaten in het algemeen meer betekenis dan hetgeen in oude heilige boeken beschreven is.

Als ik dan aan het eind van het artikel lees dat Spijker medewerker is van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, vraag ik mij af of de wetenschappelijke methode wel voldoende tot dat instituut is doorgedrongen.

    • Hans Schrijver Nieuwegein