Twaalf privédetectives rond en op de Eiffeltoren

Pablo de Santis roept in zijn roman Enigma in Parijs (Mouria, €18,90) zo knap de materiële sfeer van weleer op, dat hij méér in zijn mars moet hebben, schrijft Ger Groot. Zie pagina 10.

Pablo De Santis: Enigma in Parijs. Vert. Marleen Eijgenraam. Mouria, 352 blz. € 18,90

Sinds het succes van de cloak-and-daggerroman De schaduw van de wind van Carlos Ruíz Zafón is Barcelona op de bestsellermarkt in de mode. De zojuist verschenen historische roman De stad zonder tijd van Enrique Morel heeft als voornaamste verdienste dat de lezer onder zijn ogen de stad ziet groeien en vorm ziet krijgen. Meer dan vijf eeuwen geschiedenis beslaat dit boek, bijeengehouden door een hoofdpersoon die niet kan sterven en in elke historische periode onder een andere naam, maar met dezelfde trekken opnieuw opduikt.

Daarvoor heeft Moriel veel obscurantistische poespas nodig, die zich pas aan het einde ten volle ontvouwt. Dan blijkt de stad het toneel te zijn van een kosmische strijd tussen goed en kwaad, waarin engelen en demonen elkaar bevechten in de straten, paleizen en bordelen van de stad – zonder dat de bewoners daarvan meer merken dan een mysterieuze moord of verdwijning. Geen historisch cliché of politiek-correcte betweterigheid is Moriel te dol in dit panorama van bloed, lust, geld en macht, met het bovennatuurlijke als het onmisbare ingrediënt van de hedendaagse succesroman.

Van de Spaanse grootmeester in dit genre, Javier Sierra, verscheen tegelijkertijd de Nederlandse vertaling van zijn debuutroman De dame in blauw (1998). Net als in Het geheime avondmaal, gaat quasi religieuze geheimzinnigheid er een ongemakkelijk huwelijk in aan met een schijn van moderne wetenschappelijkheid. Zuid-Amerikaanse indianenmagie, CIA-nieuwsgierigheid naar spirituele tijd- en ruimtereizen en de onvermijdelijke krochten van het Vaticaan staan garant voor de beoogde reli-kitsch.

Bijna met een zucht van verlichting lees je daarna de roman Enigma in Parijs van de Argentijnse schrijver Pablo De Santis. Niet dat dit nu zo’n meesterlijk boek is. Het stelt zelfs nogal teleur na zijn originele, enigszins kafkaëske roman Het labyrint, die zes jaar geleden hier vrijwel onmiddellijk in de ramsj belandde. Maar Enigma in Parijs kan in deze tijd van vakantielectuur worden besproken zonder gewetensnood of plaatsvervangende schaamte. Het boek is in ieder geval ook geen literaire oplichterij.

In 1889 is in Parijs de Eiffeltoren in aanbouw voor de Wereldtentoonstelling, wanneer de twaalf beste privédetectives (uit de fantasie van De Santis: geen Sherlock Holmes) in die stad bijeenkomen om het puik van hun vernuft te tonen. Het duurt niet lang of een van de speurders maakt een doodsmak vanaf de toren – en er volgen meer sterfgevallen. De jonge Sigmundo Salvatrio, assistent van een Argentijnse detective die verstek moest laten gaan, lost het mysterie op, volgens de wetten van het genre waarin onwaarschijnlijkheid volgt op buitenissigheid.

Toch leest Enigma in Parijs onderhoudend weg. Niet vanwege de logica van het plot, want daar is al snel geen touw meer aan vast te knopen. Maar eerder om de materiële sfeer die De Santis weet op te roepen. De tijd, voorwerpen, ja zelfs de geuren van toen krijgen een echtheid die bewijst dat de schrijver méér in zijn mars heeft. Literair is het boek vooral een knipoog naar de detectiveliteratuur van die tijd, verbannen als ze was naar groezelige tijdschriftjes met dito stijl. Is er nog ruimte in de koffer, neem dan desnoods De Santis mee.

Enrique Moriel: De stad zonder tijd. Vert. Heleen Peeters. Karakter, 383 blz. € 22,95Javier Sierra: De dame in blauw. Vert. Heijo Alting. De Bezige Bij, 420 blz. € 19,90

    • Ger Groot