Theater profiteert van televisieroem

Zestien handtekeningenjagers stonden op een doordeweekse avond in juni 2003 te wachten bij de artiestenuitgang van het Albery Theatre in Londen. Een half uur na het slotapplaus kwam Patrick Stewart naar buiten. We hadden hem die avond de hoofdrol zien spelen in Bouwmeester Solness van Ibsen. Maar we kenden hem al als de kale, gedistingeerde Captain Picard uit de sf-serie Star Trek. En wij niet alleen. Hoewel de meesten het programmaboekje van de voorstelling in de hand hadden, om dat te laten signeren, stonden er ook een paar klaar met Star Trek-drukwerk. Vriendelijk keek Stewart in het kringetje rond en vroeg de sf-fans: „Hebben jullie de voorstelling gezien?” Ze ontkenden. „Kom dan terug en ga kijken”, reageerde Stewart op vaderlijke toon. „En dan zal ik na afloop jullie programmaboekje signeren.”

Vorige week werd bekend dat de Royal Shakespeare Company een bordje aan de deur van het theater in Stratford upon Avon heeft gespijkerd om fans van sciencefictionseries weg te jagen. In de Hamlet die de eerbiedwaardige RSC deze zomer speelt, staan maar liefst twee sf-sterren: David Tennant, alom geliefd als middelpunt in de recente Dr. Who-series van de BBC, speelt de hoofdrol en Patrick Stewart (hij weer) is diens kwaadaardige oom Claudius. Met als gevolg dat er de eerste dagen na elke voorstelling handtekeningenjagers met Dr. Who- en Star Trek-merchandising stonden te wachten.

Die moeten weg, aldus de Royal Shakespeare Company. De acteurs is op het hart gebonden alleen Hamlet-drukwerk te signeren.

Een beetje hypocriet is het wel. Natuurlijk wist de Royal Shakespeare Company heel goed wie ze in huis haalde. In de eerste plaats zijn Tennant en Stewart voortreffelijke acteurs met een klassieke toneelscholing, die beiden al eerder in RSC-producties hebben gespeeld.

Maar ze hebben hun roem aan die tv-series te danken. En van die roem profiteert het gezelschap volop mee. Het feit dat de zalen bij deze Hamlet meestal vol zitten, zal waarschijnlijk niet alleen aan de topkwaliteit van Shakespeare liggen. Bewonderaars van Dr. Who en Star Trek worden bij de kassa heus niet geweerd. Het lijkt nogal koket om over hen te klagen. Alsof ze eigenlijk niet het recht hebben om naar een echte kunstvoorstelling te komen kijken.

Patrick Stewart heeft trouwens allang bewezen dat hij heel diplomatiek met zijn fans kan omgaan – zie de manier waarop hij hen vijf jaar geleden bij het Albery Theatre onverrichter zake naar huis wist te sturen zonder enige ergernis op te wekken.

Het is, hoe dan ook, een luxeprobleem. Want trek dit verhaal eens naar Nederland door. Hier, waar het serieuze toneel en de populaire televisie veel meer gescheiden werelden zijn dan in Engeland, staan bij de uitgang van de schouwburgen zelden of nooit handtekeningenjagers te wachten op Hans Kesting, Pierre Bokma of Catherine ten Bruggencate. Zij zijn niet bekend van populaire tv-series. De gemiddelde tv-kijker weet nauwelijks wie zij zijn.

Misschien moeten we wel jaloers zijn op de Royal Shakespeare Company.