Snoeplust en vetzucht

Deze zomer vierde ik vakantie in eigen land. Van Amsterdam tot de Veluwe. Van Twente tot de Utrechtse Heuvelrug. Prachtige plekken allemaal, maar wat ik aantrof op die toeristische trekpleisters joeg me de stuipen op het lijf.

Natuurlijk had ik de verhalen in de kranten wel gelezen en de reportages op de televisie gezien. En ik had kennis genomen van de prognoses en cijfers. Maar de werkelijkheid bleek – zoals zo vaak – schokkender dan de dorre nieuwsfeiten.

Wat ik me realiseerde, langs de zwembaden, in de speeltuinen en op de campings, is dat een kind met een normaal gewicht in Nederland een uitzondering aan het worden is. Overal waar ik keek zag ik buiken over zwembroeken blubberen, polsen waar die van mij twee keer in kan, speknekken, dikke knieën en opgeblazen gezichtjes. En in alle te vette knuistjes bungelde iets eetbaars. Een grote bak patat, een Cornetto, een koek, een lolly. Een familiezak chips die met een literfles cola werd weggespoeld. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat wordt er gesnoept en gevroten en iedereen vindt dat heel normaal.

Velen hebben zich al gebogen over de oorzaken en de maatregelen die genomen zouden moeten worden tegen de oprukkende vetzucht. Nu ligt er een plan van het voedingscentrum om de snackbar uit de achterstandswijk te weren. Ik hoop dat het helpt. Wat mij van levensbelang lijkt, is dat ouders paal en perk gaan stellen aan de snoeplust van hun geliefde kroost. Ik weet hoe moeilijk het is; ‘nee’ zeggen. Maar wie het niet doet, onttrekt zich naar mijn mening op een onvergeeflijke manier aan zijn verantwoordelijkheid als opvoeder.

De jongens en meisjes die ik deze zomer rond de zwembaden van Nederland zag, zie ik de komende decennia geen olympische medaille winnen. Dat is nu al beslist. Deze kinderen hebben al verloren voor ze weten waar Peking eigenlijk ligt. Wel acht ik de kans groot dat ze ver voor hun vijftigste in de AOW terechtkomen (met alle economische gevolgen van dien) of sterven aan een aan obesitas gerelateerde ziekte.

Wat ik aantrof, op vakantie in eigen land, vond ik alle grenzen te buiten gaan.

Roos Ouwehand