Schaduwhoofd

Verpakking van damesondergoed

Sinds kort draag ik een zonnebril. Het is een enorme bril met donkerbruine glazen die ervoor zorgt dat ik zelfs in het meest schelle zomerlicht alles moeiteloos kan zien. De wereld is er zachter van geworden. Ik hoef niet meer met mijn ogen te knijpen of met mijn rug tegen de zon in te gaan staan. Zelfs de zon kan ik bekijken.

Waar ik geen rekening mee had gehouden is dat mijn omgeving onherkenbaar zou kunnen worden. Toen ik van de week voor het eerst met de auto voor een stoplicht stond, bleef ik rustig staan toen het licht op donkerblauw sprong. Achter me hoorde ik steeds meer auto’s toeteren, maar het drong niet tot me door wat het lawaai me duidelijk moest maken. Laat al die agressievelingen een zonnebril kopen, dacht ik, terwijl ik met groot genot in het gefilterde zonlicht afdwaalde. Pas toen het stoplicht op donkerpaars sprong, realiseerde ik me dat ik had moeten doorrijden.

Sinds ik me met zonnebril door de wereld beweeg, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat niet alleen mijn ogen maar mijn hele mijn hoofd in het donker is gehuld. Midden op de dag, middenin een menigte, waan ik me vrijwel onzichtbaar. Alsof mijn hoofd in schaduw gehuld gaat, en licht is verdoofd. Mijn gedachten zijn dof en indrukken van buiten komen minder hard aan. Ik schrik wanneer iemand tegen me begint te praten om me bijvoorbeeld de weg te vragen. De weg? Wat zegt u? Verward loop ik door om me gauw weer in afwezigheid te hullen.

Ik herkende deze afwezigheid in een vrouw die ik zag staan op de verpakking van een stuk ondergoed dat ik had gekocht. Ik zag pas toen ik het kledingstuk uit de verpakking wilde nemen dat ze er vreemd bij staat. Haar extreem lange en dunne ledematen zijn als van een paspop die niet goed in elkaar is gezet.

Ik weet wel dat het bij het maken van deze foto niet ging om de vrouw. De foto is duidelijk gemaakt om het ondergoed zo optimaal mogelijk in beeld te brengen. Het lichaam van het model zou ook te verwaarlozen zijn geweest als het niet zo’n merkwaardig pose aannam. Het is een houding die ik een vrouw uit zichzelf nog nooit heb zien aannemen: de heupen als opzij geworpen als in een woeste salsa-beweging, maar een arm, bijna loodrecht op de heup geplaatst, doet deze beweging teniet en maakt haar pose onnatuurlijk en gedwongen.

Het model wil maar geen vrouw worden. Ze is te dun, te glad om van vlees en bloed te zijn. Maar wat haar het meest ontmenselijkt, is de afwezigheid van haar gezicht. Daar waar het gezicht een mens van het model had kunnen maken, bevindt zich een donkere vlek. Haar hoofd doet denken aan een uit zwart papier geknipt silhouet, zoals het in de achttiende en negentiende eeuw vaak werd gemaakt om tegen een witte achtergrond te worden geplaatst. Het schijnt dat van alle portrethoudingen, een profiel de meeste herkenning geeft. Dat is deze vrouw ontnomen: net niet en profil, en bijna in het duister gehuld, kijkt ze opzij in een onbeduidende witte ruimte. Alleen haar neusgaten en mond zakken net onder de schaduw vandaan. Het is een mond die niets vindt. Niets wil zeggen.

Het is tijd dat ze haar zonnebril afzet en de wereld tegemoet treedt. Ik houd die van mij nog even op.

    • Maria Barnas