Roken, drinken en verdwijnen in een tweede leven

Het eerste seizoen van de tv-serie Mad Men is in Nederland alleen op dvd te zien. Hoe in de New Yorkse reclamewereld van 1960 het imago de werkelijkheid vervangt. Maar wat een kijker uit zijn slaap houdt, is iets iets anders.

Jean-Louis Tritignant als Marcello en Stefania Sandrelli als diens echtgenote in Il Conformista Foto Ullstein Szene mit JEAN-LOUIS TRINTIGNANT (Marcello) und STEFANIA SANDRELLI (Giulia). 27455 Ullstein bild

In een flits ziet soldaat Dick Whitman zijn kans. Naast hem ligt de dode luitenant Don Draper, onherkenbaar verminkt door een granaat, die zijn diensttijd in de Koreaanse oorlog er bijna op heeft. Niemand die het ziet, want door organisatorische wanorde in het Amerikaanse leger zijn er maar twee man op deze post. Dit is de kans voor Whitman, te vondeling gelegde hoerenzoon, geadopteerd door een arm boerenechtpaar in de Midwest voor wie hij zich schaamt, om een nieuw leven te beginnen. Hij vist Drapers metalen identiteitsplaatje uit de bloederige massa, en zijn militaire paspoort. Voortaan gaat Whitman als Draper door het leven.

Het is maar een korte flashback in de een na laatste aflevering van het eerste seizoen van Mad Men, de Amerikaanse serie die vorige maand zestien nominaties voor een Emmy Award scoorde. Maar ik zat als aan de sofa genageld.

De nieuwe Don Draper is zelf slechts lichtgewond. Hij krijgt een ‘Purple Heart’, insigne voor heldendaden, en wordt uit actieve dienst ontslagen. Het leger vraagt hem het lijk van zijn kameraad per trein bij diens familie in de VS af te leveren. Draper laat het aan zijn adjudant over om op het perron de kist af te leveren bij Whitmans pleegouders. Draper gluurt vanuit een coupé voor het laatst naar zijn oude leven: pleegouders in zwart naast de kist van hun aangenomen zoon.

Dan zet de trein zich gelukkig in beweging. Er is een aantrekkelijke vrouw, ontroerd door het beeld van de gewonde officier die zijn gesneuvelde kameraad wegbrengt, die de held een borrel in de restauratie aanbiedt. Het nieuwe leven kan beginnen.

Mad men speelt, afgezien van de flashbacks, in 1960, zo’n zes jaar na de transformatie van Whitman tot Draper, op een reclamebureau aan Madison Avenue in Manhattan. Vanaf aflevering één wordt de kijker duidelijk dat er iets vreemds is met de sympathieke Draper, creatief hart van de firma. Als geen ander heeft hij zichzelf voortdurend in de hand, observeert zijn omgeving en is in attitude verheven boven de omgeving van onderling naijverige en in secretaressebillen knijpende copywriters. Wel rookt hij net als iedereen in elke omstandigheid – op kantoor, in het echtelijk bed, overal. Op het werk gaat overal ‘s ochtends al de bourbonfles open.

Maar Draper is bijvoorbeeld de enige

die doorziet dat er in de lelijkste secretaresse een begaafd copywriter schuilt – vrouwelijke werknemers van het reclamebureau zijn verder alleen óf maîtresse van de baas, of gestaag ouder wordende secretaresses die vergeefs blijven hopen dat uit de vrijpartij na het personeelsfeest ooit nog een serieuze relatie zal voortkomen.

Ondanks zijn prachtige carrière is Drapers leven in ontbinding, in meer intieme zin. Zijn lichaamstaal drukt permanent crisis uit, een psychische druk waarvan hij de aard niet kent, ondermijnt hem. Hij verliest het contact met zijn beeldschone, blonde echtgenote, met twee schattige kindertjes weggezet in het steriele bestaan van de suburb, veroordeeld tot perfect moederschap, te veel wijn, gesprekken met andere doodongelukkige huisvrouwen en masturberen tegen de trillende wasmachine.

Vergeefs probeert Draper door maîtresses het ongeluk van zich weg te houden. Eerst met een vrouw uit de New Yorkse bohème, die in de ban raakt van drop out-filosofieën waarin we de voorboden van 1968 herkennen. Dat is voor Draper geen oplossing: wie zichzelf opnieuw heeft uitgevonden, en daardoor van dubbeltje kwartje is geworden, heeft geen behoefte aan een historische omwenteling die zich richt tegen het establishment waartoe hij net is toegetreden.

Vervolgens probeert Draper het met de Joodse eigenaresse van een warenhuis. Op een moment waarop het ongedefinieerde ongeluk hem te machtig wordt, stelt hij haar voor samen af te reizen naar Latijns-Amerika om daar een nieuw leven te beginnen – een tweede leven in de tweede macht. Ze trapt er niet in en zegt, naar de kijker weet terecht, dat ze iemand voor zich heeft die ze niet kent. Draper vertelt haar wel over zijn afkomst als hoerenzoon, maar laat ook tegenover haar het geheim van de persoonsverwisseling intact.

Waarom heeft Mad Men – eerder dit jaar te zien op BBC 4 – mij zoveel nachten van mijn slaap beroofd? In één magistrale stap je verleden, de beperkingen van je afkomst en opvoeding, eigen feilen en waar je je nog meer voor schaamt van je afzetten – wat een aantrekkingskracht gaat er van die gedachte op mij uit!

Waar komt de fascinatie voor dit fantasme in ‘s hemelsnaam vandaan? Zoals bij veel mensen is het leven tijdens mijn volwassenheid behoorlijk veranderd: andere vrouw, andere stad, ander huis, andere baan, andere vrienden, andere muziek, boeken, belangstellingen – een chaotisch veranderingsproces waarin geen structuur valt te ontdekken.

Maar door een theatrale daad een ander worden? Ben ik ongemerkt zo ongelukkig met mijn leven tot dusver dat ik mij er door een televisieserie van laat overtuigen dat zo’n radicale stap de enige eervolle oplossing is, en mij woelend in bed lig te verwijten dat ik een slappeling ben om maar door te modderen?

Het antwoord op die vraag schoot me te binnen toen ik deze zomer op dvd The pervert’s guide to cinema zag, de vermakelijke inleiding van de Sloveense filosoof en psychoanalyticus Slavoj Zizek op filmkijken. Zizek vindt, in navolging van de Franse denker Jacques Lacan, dat de voornaamste werkelijkheid voor de mens zijn gevoelsleven is – niet het praktische leven in de werkelijke wereld. Grof gezegd verzet Zizek zich tegen de freudiaanse opvatting dat psychische conflicten voortkomen uit de botsing tussen de dictaten van het onderbewuste driftleven en de noodzaak voor het individu om die driften te onderdrukken, omwille van zijn maatschappelijk functioneren.

Het gevoelsleven zelf is de echte werkelijkheid – deze chaotische, heftige wereld van affecties, angsten, associaties, tegenspraken, verlangens en nachtmerries. Voelen moet je leren, een begrippenapparaat en thema’s ontwikkelen aan de hand waarvan je weet te onderscheiden, en eventueel te benoemen, in een levenslange carrousel. Voor de moderne mens, zegt Zizek, is film het instructiemedium bij uitstek – niet voor het dagelijkse leven dus, maar voor de echte werkelijkheid in je hoofd.

Toen wist ik waar Mad Men mij

aan deed denken: aan de film die als geen andere mijn gedachten heeft gevormd, die insloeg als een bom toen ik hem op mijn negentiende zag, en als geen andere structuur heeft gegeven aan mijn werkelijkheid: Il Conformista van Bernardo Bertolucci.

Ook Il Conformista gaat over een man, Marcello, die zich schaamt voor zijn verleden. Hij is de zoon van een libidineuze, non-conformistische moeder en lijdt aan een homo-erotische herinnering: als kind heeft hij, denkt hij, met een pistool de chauffeur van zijn moeder vermoord, nadat deze hem had meegelokt en seks met hem gehad.

De breuk die Marcello organiseert, bestaat eruit dat hij de meest domme, burgerlijke trut trouwt die hij vinden kan. En hij biedt in 1936 het fascistische bewind van Italië aan om, als hij in Parijs op huwelijksreis is, een door hem zeer bewonderde filosofieprofessor te vermoorden, die in ballingschap een verzetsbeweging leidt.

Net als Draper wordt Marcello in zijn opzet ingehaald door een psychische ontwikkeling waarvan hij de aard en structuur niet doorziet en hem de controle over het transformatieproces doet verliezen. Omdat Il Conformista een film is, en geen serie die met behulp van cliffhangerszijn volgende seizoen in moet worden geholpen, kennen we hier de ontknoping. Vlak voordat hij per trein de Italiaans-Franse grens overgaat, moet Marcello zich in Ventimiglia melden in een bordeel, dat als dekmantel van de geheime dienst fungeert en waar hij laatste instructies ontvangt. In dat bordeel heeft hij een toevallige, enkele seconden durende ontmoeting met een prostituee, die hem geheel van zijn stuk brengt.

Wanneer hij later in Parijs contact

maakt met de professor, identificeert hij diens vrouw met de prostituee. Hij vrijt met haar, en zijn vrouw, die hij heeft onderschat, doet dat ook. Op de autorit waarop hij volgens afspraak de moord zal plegen die zijn leven moet veranderen, gaat de vrouw van de professor onverwachts mee. Marcello kan het niet opbrengen de trekker over te halen en moet aanzien hoe een groepje uit een bos opduikende geheim agenten, voor de zekerheid meegekomen, het echtpaar afslacht.

Mad Men en Il Conformista hebben nog iets gemeen: een zware nadruk op de historische context. Bij Il Conformista is dat de stijl van het Italiaanse fascisme – megalomane, pompeuze overheidsgebouwen en verstikkende, van schaduw vervulde huisinterieurs. In de gelijknamige roman van Alberto Moravia, waarop de film losjes gebaseerd is, wordt Marcello bij een geallieerd bombardement met zijn gezin gedood terwijl hij na de val van fascistenleider Mussolini in 1943 uit Rome vlucht. Bertolucci heeft dat in zijn scenario veranderd in een persoonlijk demasqué: Marcello gaat de straat op, hitst antifascistische demonstranten op tegen een vroegere fascistische vriend en vindt ook nog eens de vermoord gewaande chauffeur terug. Niet alleen heeft hij dus gefaald in zijn transformatie; ook de loop van de geschiedenis maakt zijn meest intieme strevingen belachelijk.

Het tijdsbeeld in Mad Men berust op de verschillen met het huidige culturele patroon: het voortdurend roken en drinken als contrast met de hedendaagse preutsheid op dat gebied, de ondergeschikte rol van vrouwen als secretaresses en huisvrouwen als contrast met de hedendaagse lippendienst aan de rechten van vrouwen. Getoond wordt de moderne consumptiemaatschappij in zijn naïefste vorm, nog zonder verzet of twijfels.

Tegelijkertijd dient zich op het reclamebureau een semiotische verschuiving aan, die we tegenwoordig als heel vanzelfsprekend ervaren: producten worden steeds minder onder verwijzing naar hun kwaliteiten aan de man gebracht (deze poeder wast schoner), maar met een gevoelsmatige associatie (deze diaprojector is een tijdmachine voor contact met een gelukkiger verleden). Die ontwikkeling voltrekt zich ook in de politiek: tot ontzetting van de republikeinsgezinde reclamemannen wint de democraat Kennedy de presidentsverkiezingen van Nixon – niet omdat hij een beter politicus is, maar omdat hij zich beter scheert, en zo’n leuke vrouw heeft.

Die historische context geeft aan de persoonlijke omwenteling van Draper en Marcello, bedoeld als leniging van hun persoonlijk ongenoegen, nog een tweede betekenis. Zij nemen stelling in de geschiedenis en kiezen een plaats aan de kant van de macht, het succes, de heersende ideologie. En mislukken ook daarin. De wereld, eenmaal veroverd, verandert van betekenis en het individu dat zichzelf zo daadkrachtig en radicaal heeft gepositioneerd, blijft betekenisloos achter.

Er is dus sprake van

een dubbele nederlaag voor het individu dat heroïsch de strijd is aangegaan met zijn vorige ik: tegen de geschiedenis én tegen de druk van aanstormende, troebele gevoelens. Maar deze moraal van de nederlaag is aan mij niet besteed geweest, toen ik in 1970 Il Conformista zag, en was dat 38 jaar later nog niet bij het kijken naar een televisieserie met hetzelfde basisgegeven. De historische les is kennelijk een meer verstandelijke overweging – niet iets wat me uit mijn slaap houdt.

Wat zich heeft vastgezet, als zijnde voor mijn werkelijkheid relevant, is alleen de aantrekkingskracht van de radicale omwenteling. Fuck het praktische leven, en het verstand – een man wil, voor zijn gevoel, meer zijn dan een betekenisloze anekdote. Net doen alsof je niet weet dat zoiets slecht afloopt – ook dat leert ons cinema.

    • Raymond van den Boogaard