Marie Bonaparte

Recensent Atte Jongstra vraagt in de bespreking van Mary Roachs Bonk, The curious Coupling of Sex and Science (Boeken, 25.07.08) of niet iemand eens een roman moet schrijven over Marie Bonaparte. Vraagt hij niet te veel, vroeg ik me af. Deze achterkleindochter (1882-1962) van een broer van Napoleon, die in 1924 onder het pseudoniem Narjani schreef over anatomische oorzaken van frigiditeit bij de vrouw, en zich zelf enkele jaren later bij herhaling onderwierp aan een operatie van de clitoris, zal als fervente koppelaarster van seksualiteit en wetenschap volmaakt op haar plaats zijn in Roachs boek. Maar de biograaf van Marie Bonaparte, Célia Bertin (La dernière Bonaparte,1982) laat zien wat iedere biograaf van Freud (vooral Jones` Sigmund Freud, Life and Work, drie delen 1956-1958) al had laten zien, dat het om een zeer bijzonder leven gaat. Een prinses die uit het rollenpatroon van de royals stapt en in analyse gaat bij Freud; haar geld, goederen, huwelijk en kinderen in de waagschaal zet om deze vriend te ondersteunen, zodat hij in 1938 veilig naar Engeland kan vertrekken. Dit leven was nogal heftig en groots; tijdgebonden in zijn fenomenen en tijdloos door een overal aanwezige allure, bij Marie zelf, maar ook bij haar tegenspelers. Een leven dat eerder geschikt lijkt voor een roman. Voorlopig moeten we het het in Nederland doen met de schets van haar leven `Marie Bonaparte en haar passie voor de divan`, een opstel van Herman Pleij in diens bundel Helden bestaan! (2008).

    • Hanna Stouten