‘Kamikazerace’ kost Veldhuis podiumplaats

Marleen Veldhuis ging als een van de favorieten van start op de 100 meter vrije slag. Een weifelende starter bracht haar vanmorgen uit haar evenwicht. „Haar slechtste race ooit.”

Marleen Veldhuis verbijt haar teleurstelling na haar tegenvallende race van vanmorgen in de finale van de 100 meter vrij. (Foto Bas Czerwinski) 15-08-08, Beijing, China. Marleen Veldhuis na haar race op de 100m vrije slag. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Marleen Veldhuis kon vanochtend haar ogen niet geloven toen ze na de finale van de 100 meter vrije slag opkeek naar het scorebord. Daar lichtten achter haar naam de cijfers 54,21 op. Een zesde plaats, ruim een seconde achter de Duitse winnares Britta Steffen (53,12), ging haar voorstellingsvermogen te buiten. „Ik dacht: dit kan niet waar zijn”, hijgde ze kort daarna. „Ik heb hier vier jaar keihard voor gewerkt en wéér lukt het niet. Een tijd van boven de 54 seconden in de olympische finale. Dat kan gewoon niet. Ik was afgeleid door de start, maar dit mag niet gebeuren.”

Alles wat fout kon gaan, ging vanochtend in het olympische zwembad van Peking dan ook fout voor Veldhuis, medaillefavoriete met haar grote rivalen Steffen en de Australische Libby Trickett, die als tweede aantikte. De oud-waterpoloster uit Borne bezegelde haar lot al voordat ze in het water lag. De acht finalisten moesten secondenlang wachten op het verlossende startschot, omdat het publiek maar geen genoeg kon krijgen van het aanmoedigen van de Chinese Zhu Yingwen.

Veldhuis, vorig jaar nog tweede bij de WK in Melbourne, legde de schuld evenwel niet bij de weifelende starter of het rumoerige publiek. „Dit was gewoon heel slecht. Het duurde zo lang, dus ik wilde eigenlijk weer gaan staan. Ik wist van tevoren dat het lang ging duren, omdat er een Chinese mee zwom.” Op het moment dat Veldhuis overeind wilde komen, klonk het startschot. Veldhuis’ trage reactietijd (0,91 seconde) vertelde het verhaal van een kansloze missie.

Ook haar coach Jacco Verhaeren wilde de start niet als excuus aanvoeren. „Ik ben niet op zoek naar excuses, maar het is natuurlijk belachelijk dat het publiek niet even tot stilte wordt gemaand voor het startsignaal.” Verhaeren diende zelfs een klacht in. „Het blijft waanzinnig dat je zo lang moet staan voor de start. Maar alle zwemsters hadden ermee te maken.”

Verhaeren vond dat Veldhuis eigenlijk gediskwalificeerd had moeten worden. „Zo simpel is het. Ze bewoog voor het startsignaal. Door de start was ze uit balans. Daarna was ze te gretig, want ze had iets te corrigeren. Daardoor blies ze zich in de race volkomen op. Het was een kamikazeactie. Dat mag natuurlijk niet gebeuren. Dit was een zeer, zeer zwak optreden.”

Dat wekte vooral bevreemding bij Verhaeren, omdat hij sinds Veldhuis’ overstap naar Eindhoven, nu twee jaar geleden, veel investeerde in het opdoen van wedstrijdervaring. Verhaeren: „Daarom is ze ook terecht boos op zichzelf. Ze heeft wat mij betreft de slechtste race in twee jaar gezwommen. Op een moment dat het effe niet uitkomt.”

Na deze laatste teleurstelling voor de Nederlandse zwemmers neemt het optreden van de ploeg in de zwemtempel van Peking pijnlijke vormen aan. Nadat de vreugde over de indrukwekkende gouden estafetterace van de vrouwenploeg op de 4x100 meter vrije slag van zondag was getemperd, verdween de ene na de andere Nederlandse zwemmer via de zijdeur van de Waterkubus. Dat gebeurde overwegend in de series, zonder persoonlijke records. Vlinderslagspecialiste Inge Dekker haalde nog wel de finale, maar zij zwemt in Peking om raadselachtige redenen langzamer dan in wedstrijden voorafgaand aan de Spelen.

Nationale topzwemmers als Nick Driebergen (rug), Robin van Aggele (school, vlinder en wissel), Thijs en Jolijn van Valkengoed (school), Femke Heemskerk (wissel) en Ranomi Kromowidjojo (vrij) strandden een voor een in de series, al wordt van de laatste twee pas in 2012 verwacht dat zij individueel ook meetellen.

Na al die jaren kon ook de afzwaaiende Pieter van den Hoogenband zijn carrière niet bekronen met een medaille, al schopte hij het wel tot de finale op de 100 meter vrij, die hij bereikte met een verbetering (47,68) van zijn fabelachtige record (47,84) van acht jaar geleden.

Overheersten bij de vijfde plaats van ‘VdH’ nog gevoelens van respect over zijn imposante loopbaan, van kopvrouw Veldhuis werd meer verwacht. Maar op het cruciale moment, de Olympische Spelen, zwom uitgerekend zij waarschijnlijk de zwakste race uit haar carrière. „Het is een teleurstellend toernooi tot nu toe”, zei Verhaeren over de tegenvallende prestaties van de Nederlandse ploeg tot nu toe. „Maar ik vind het te vroeg om nu al conclusies te trekken. Ik wil nog even twee dagen vooruitkijken.”

Vooraf had Verhaeren gerekend op vier medailles. Veldhuis speelde in dat scenario een cruciale rol. De rassprintster heeft nog goede kansen op de 50 vrij, waarvan de finale op zondag wordt gezwommen. Mits zij haar hoofd op orde krijgt na de desastreuze race van vanochtend.

Verhaeren twijfelt daar niet aan. „Dat weet ik zeker. Marleen is een positief mens. Ze baalt enorm, maar dat zal niet heel lang duren. Er is ook maar één weg: vooruitkijken.” Of een zege voor Veldhuis op de 50 vrij het Nederlandse zwemtoernooi kan redden, betwijfelt de technisch directeur van de zwembond. „Dat maakt de prestaties van anderen niet beter. Maar dan sta je er wel iets gekleurder op.”

    • Rob Schoof