Judoën in Pacman-stijl

Henk Grol is onstuimig en eet wel eens een hamburger.

Gisteren behaalde hij judobrons in de categorie tot 100 kilogram.

Grol denkt de finale te hebben bereikt, maar de scheidsrechter denkt er anders over. Foto Bas Czerwinski 14-08-08, Beijing, China. Henk Grol en zijn tegenstander in de halve finale, Askhat Zhitkeyev uit Kazakhstan, denken allebei dat ze gewonnen hebben. Grol verliest. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Voor Henk Grol (23), die gisteren een bronzen olympische medaille won, bestaat de charme van judo uit opjagen en omgooien. Tactiek is hem niet vreemd, maar hij vindt het simpelweg mooier zijn tegenstander zo snel mogelijk hard op de rug te smijten. In april was de weg naar zijn eerste Europese titel bezaaid met ‘ippons’. Het maakte hem zelfs bij scheidsrechters populair. In Peking miste Grol gisteren door zijn aanvallende stijl de finale van de gewichtsklasse tot 100 kilogram. „Ik wilde goud, ik ben een winnaar, maar dit is mijn eigen schuld”, zei hij.

Bij zijn opportunisme op de tatami heeft Grol lak aan reputaties, toonde hij bij zijn vijf partijen in het gymnasium van de Science and Technology University. In de eerste ronde belandde de Braziliaanse wereldkampioen Luciano Correa op zijn rug. En in de kwartfinale tegen de Poolse EK-finalist Przemyslaw Matyjaszek was het opnieuw raak, in Pacman-stijl, zoals hij het zelf noemt. In de halve finales bleef Grol ondanks een voorsprong de Kazak Askhat Zhitkeyev aanvallen. Het kostte hem na scheidsrechtersberaad de finaleplaats. In de partij om het brons versloeg hij wel de Georgiër Levan Zhorzholiani. Zhitkeyev verloor in de finale van Tuvshinbayar Naidan, die de eerste gouden judomedaille voor Mongolië won.

Na afloop van de medailleceremonie in Peking gaf Grol toe in een inschattingsfout te hebben gemaakt in de halve finale. „Ik had moeten verdedigen, maar ik wilde hem werpen. Hij nam de actie van me over en ik ging maar juichen in de hoop dat de scheidsrechters het nog zouden omdraaien. Toen ik het punt tegen kreeg, dacht ik dat mijn wereld instortte. Het enige dat ik wilde was de gouden medaille. Ach, er is niemand dood gegaan. Dan maar over vier jaar. Ik ben pas drieëntwintig. Vroeger heb ik bronzen medailles wel eens weggegooid omdat ik geen goud had, maar deze houd ik wel.”

Na de halve finales wilde Grol volgens bondscoach Maarten Arens meteen met de bus terug naar het olympisch dorp. Het is tekenend voor zijn onstuimigheid, die zich ook buiten de judomat openbaart. Als tiener liep hij voor zichzelf hard en begon hij al met krachttraining. „Ik was best een einzelgänger”, zei hij over zijn jeugd in Veendam. Hij stapte over naar de Haarlemse sportschool Kenamju en trof er gelijkgestemden als Guillaume Elmont en Ruben Houkes. Van die latere wereldkampioenen kreeg hij in het begin een pak slaag, stelde hij.

Begeleid door zijn huidige bondscoach en vertrouweling Maarten Arens behaalde Grol in 2003 de Europese jeugdtitel. Trainer en judoka bouwden sinds die tijd een bijzondere band op. „Maarten heeft me als judoka gevormd. We hebben een gezamenlijk fotografisch judogeheugen en vullen elkaar in kennis aan.”

In overleg met Arens besloot Grol vorig jaar over te stappen naar een andere gewichtsklasse, omdat hij de strijd met judo-icoon Mark Huizinga en met zijn lichaamsgewicht niet kon winnen. Het bleek een gouden greep. Grol won tussen grotere en tragere tegenstanders dan in de klasse tot 90 kilogram twee wereldbekerwedstrijden en de Europese titel. Hij plaatste zich ten koste van Elco van der Geest, de zoon van Kenamju-eigenaar Cor van der Geest, voor de Spelen.

Drie maanden voor zijn olympische debuut veranderde Grol nog doodleuk zijn krachttraining en voedingsschema. „Ik heb nu het gevoel dat ik er nog veel meer kan uithalen”, lichtte hij dat besluit toe. „Ik ben nuchter en niet bang voor verandering. Het is een risico, maar zoals het voorheen ging met voeding was ik zeker fout bezig.”

Grol bleek tot verbazing van zijn krachttrainer niet te weten dat het tegelijk eten van koolhydraten en eiwitten voor een judoka taboe is. De dag voordat hij de Europese titel behaalde, at hij nog een hamburger en ijs. Dat is zeldzaam in een vechtsport waar het slechts voor een enkeling geen crime is op het juiste wedstrijdgewicht te komen. „Ik vind dat je moet doen waar je je lekker bij voelt,” zei Grol. „Ik train me helemaal kapot en als ik daarna een hamburger wil eten, doe ik dat. Ik heb niet het idee dat ik daar minder van word. Nu voel ik me fitter en mentaal vrijer. Ik ga mezelf nooit meer remmen. Als dat inhoudt dat ik straks nog een klasse omhoog moet, doet dat me niks. Dat lijkt me zelfs wel mooi.”