Ik wil niet over de rand gaan

Tanja Lubbers (43) is directeur van omroep Llink.

Zij staat voor een monsterklus: Llink moet voor april 2009 nog ruim 80.000 leden zien te werven.

Foto Mieke Mees Mees, Mieke

Ze maakte een vliegende start, toen ze in maart aantrad als de nieuwe directeur van de idealistische omroep Llink. Tanja Lubbers (43) had immers geen tijd te verliezen: vanaf het begin moest ze vechten voor het bestaan van Llink. De aspirant-omroep, die op dit moment 68.500 leden telt, moet vóór 1 april volgend jaar 150.000 leden hebben. Alleen op die manier kan de omroep de zogeheten B-status in het publieke bestel verwerven en de daarbij behorende extra zendtijd. Als Llink de komende maanden echter niet genoeg leden werft, gaat het beeld op zwart. En dan staat het hele Llink-team, inclusief Tanja Lubbers, op straat.

U staat op z’n zachtst gezegd voor een monster-klus.

„Dat kun je wel zeggen. Vanaf nu is het menens. Llink moet nog ruim 80.000 leden zien te werven. Dat is geen gemakkelijke opdracht, zeker niet in deze tijd waarin mensen niet meer gewend zijn lid te worden van een vereniging.”

U gaat van het positieve scenario uit?

„Ja, anders hou ik het niet vol. Natuurlijk lig ik ’s nachts wel eens wakker, te piekeren. Dan vraag ik mezelf wanhopig af hoe ik het in godsnaam voor elkaar ga krijgen. Maar ik blijf inderdaad positief denken. Ik zou ook geen zestig uur per week kunnen werken als ik het idee had dat het voor niks is.”

Staat nu alles in het teken van die ene doelstelling?

„Het werk is zó leuk. Natuurlijk zit je als directeur veel in overleg en dat is best wel eens saai en taai, maar daarnaast ben ik, behalve met campagne voeren, ook bezig met het creëren van mooie programma’s. Dat geeft veel voldoening. Ik heb het gevoel dat ik bij Llink helemaal op mijn plek zit. Ik kan daadwerkelijk iets bijdragen aan een betere wereld dan waarin we nu leven en tegelijkertijd andere mensen inspireren.”

Zijn er momenten dat u niet aan Llinck denkt?

„Weinig. Iedereen wil continu weten hoe het gaat met de campagne en of het gaat lukken. Soms heb ik helemaal geen zin om daarover te praten, maar ik voel me heel onaardig als ik dat zeg. Daarom vind ik het heerlijk als mensen me niet kennen of niets van m’n werk weten, zoals op vakantie. Dan hoef ik lekker niks uit te leggen. Ik ben net twee weken in m’n eentje naar Sri Lanka geweest. Dat was heerlijk. Laat mij maar mediteren of yogaoefeningen doen op het strand, dan kan ik alles loslaten. Mijn hoofd leegmaken.”

Volgens collega’s kon u het niet laten toch e-mails en sms’jes te sturen.

„Ja, erg hè. Dan zat ik te denken aan Llink en was ik benieuwd of alles goed ging. Als ik dan antwoord had, kon ik me pas weer ontspannen.”

Klinkt als een echte workaholic.

„Dat ben ik ook wel. Ik vind het heel lastig om het werk helemaal uit mijn hoofd te zetten. Af en toe ga ik op een stretcher liggen op mijn balkon. Of ik ga naar de sportschool voor een uurtje spinning of aerobics. Daar moet ik me echt toe zetten. Ik kan ver gaan voor mijn werk, het voelt alsof ik regelmatig langs de afgrond scheer. Maar ik ga nooit over de rand. Soms ben ik bang dat dat nog een keer gebeurt. Een gezin zou me misschien kunnen helpen mijn grenzen te stellen.” Dan, lachend: „Ik heb niemand die mij tegenhoudt als ik ’s avonds laat nog aan het werk ben. Mijn collega’s krijgen op de raarste tijdstippen mailtjes van me.”

Een gezin?

„Kijk, ik ben hartstikke gelukkig in mijn eentje, maar soms voelt het wel als een gemis dat ik geen kinderen heb. Maar dat is de werkelijkheid waarmee ik moet leven. Ik heb al zo lang geen partner, dat ik me niet meer kan voorstellen dat dat ooit nog gaat veranderen. Niet dat ik per se geen relatie wil, maar het is goed zo. Mijn moedergevoelens kan ik botvieren op mijn neefjes van 6 en 8. Zij komen regelmatig bij me logeren of ik ga bij ze oppassen in Culemborg. Heerlijk, dan kan ik lekker ontspannen. Gekke tante Tanja uithangen. Ik vertel ze verhaaltjes en ze mogen lekker lang opblijven.”

Is het geloof een inspiratiebron?

„Niet meer. Als kind geloofde ik wel. Ik zat op een katholieke school waar de pastoor regelmatig bijbelverhalen kwam vertellen. Geweldig vond ik dat. Omdat mijn ouders niet gelovig waren, ging ik thuis stiekem bidden. Mijn handen hield ik gevouwen onder tafel. Ik zong in een kerkkoor en ging geregeld met een vriendinnetje naar de kerk. Op mijn twaalfde belandde ik in een soort geloofscrisis. Ik twijfelde of God eigenlijk wel bestond en vroeg hem om een bewijs van zijn bestaan. Toen dat niet kwam, vertelde ik mijn vriendinnetje dat ik niet meer mee zou gaan naar de kerk. Ik zie nog altijd wat mooi is aan het geloof, maar ik geloof simpelweg niet dat God bestaat. Volgens mij zijn er genoeg andere ankers om goed te doen in het leven.”

Dat klinkt idealistisch. Is dat vol te houden?

„Ik ben de idealistische weg ingeslagen toen ik voor Pax Christi ging werken. Ik vertrok voor bijna twee jaar in Macedonië en werkte daar aan de verbetering van interetnische samenwerking en de mensenrechtensituatie. Daarvoor had ik twaalf jaar bij de VPRO gewerkt, onder meer als programmamaker. Het was een moeilijke beslissing weg te gaan, het voelde als een echtscheiding. Maar ik wilde niet langer de cynicus zijn, niet langer toekijken. Ik besloot dat ik een actieve rol wilde vervullen. Ook al wist ik niet of het iets zou opleveren, niets doen was geen optie. Na Pax Christi heb ik bij Care Nederland en Oxfam Novib gewerkt. Ik wil altijd werken bij een organisatie waar ik iets kan betekenen voor de samenleving, daar kies ik bewust voor. Je zult mij niet bij een puur commerciële organisatie of omroep zien werken.”

Bent u een wereldverbeteraar?

„Nee, eerder een praktisch idealist. Ik houd niet van dogma’s, zie mezelf ook niet als een fundamentalistische idealist. Ik wil mijn steentje bijdragen aan een betere wereld, wil me er niet bij neerleggen dat er zoiets als onrecht bestaat. Maar een wereldverbeteraar, dat klinkt zo zwaar. Ik ben nu eenmaal niet heilig. Sinds ik bij Llink zit ben ik wel een stuk bewuster geworden. Ik heb geen auto, doe alles met het openbaar vervoer. Ik eet veel minder vlees, zit minder in bad, gebruik mijn droger amper nog. In huis hangen spaarlampen. Ik doe mijn best, maar je kunt niet altijd álles verantwoord doen.”

Hoe ziet uw toekomst eruit?

„Ik heb niks uitgestippeld. Alles is altijd toevallig op mijn pad gekomen. Ik hoop natuurlijk dat Llink genoeg nieuwe leden werft. Dan heb ik straks mijn droombaan. Ben ik eindelijk verlost van de stress, van ‘gaan we het wel of niet halen?’. Ik zou graag mee willen bouwen aan de verdere ontwikkeling van de omroep en aan de programmering. Verder weet ik het nog niet. Misschien wil ik ooit nog wel eens in Afrika gaan wonen.”

En alles in Nederland opgeven?

„Als ik zou moeten of willen, kan ik razendsnel mijn boeltje inpakken en me ergens anders vestigen. Ik ben niet materialistisch, niet erg gehecht aan mijn spullen. Ik zou best een stapje terug kunnen doen, wat betreft geld, wat betreft status. Het is fijn hoor, dat ik een eigen huis heb, mooie kleren kan kopen en soms lekker uit eten kan gaan. Maar als het ophoudt, houdt het op. Geen probleem.”