Hu Jintao bouwt bruggen

Onder Hu Jintao heeft China zijn ideologische veren afgeschud. Onbelast door revolutionaire strijd, gaat het onder Hu om efficiënt landsbestuur.

President Hu Jintao (Foto AFP) Chinese President Hu Jintao (R) meets with his Tajikistan counterpart Emomali Rakhmon at the Great Hall of People in Beijing on August 9, 2008. President Rakhmon attended the opening ceremony of the Beijing 2008 Olympic Games August 8. AFP PHOTO/Guang Niu/POOL AFP

Aernout Bouwman-Sie

Het lied ‘Ode aan het Moederland’, dat Lin Miaoke gekleed in een rood jurkje en met schattige paardestaartjes playbackte tijdens de opening van de Olympische Spelen, was voor de gelegenheid aangepast. Het ging niet meer over de heldhaftige strijd van de Chinese communisten en het uitroeien van de vijand, maar riep op tot vriendschap, hoop en liefde.

President Hu Jintao, die zelf zes jaar oud was toen Mao op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uitriep, vertegenwoordigt de eerste generatie Chinese leiders zonder revolutionair of militair verleden. Voor Hu gaat het niet zo zeer meer om de strijd tegen de Japanse bezetters en de kapitalisten, maar om een zo efficiënt mogelijk bestuur van het land en goede buitenlandse betrekking. De afstand tot het strijdlustige maoïstische verleden is inmiddels zo groot, dat vlak voor het begin van de Olympische Spelen China een bankbiljet van 10 yuan uitbracht waarop niet traditiegetrouw Mao staat afgebeeld maar Het Vogelnest, het stadion in Peking dat het hart is van de Spelen.

Gewelddadige straatrellen maakten Lhasa onveilig toen Hu, die opgroeide in het ten noorden van Shanghai gelegen Taizhou, in 1988 in Tibet als partijsecretaris aantrad. De onrust wakkerde verder aan nadat op 28 januari 1989 de Panchen Lama, een belangrijke geestelijke, overleed. De rust keerde pas weer terug toen Hu begin maart in Tibet de noodtoestand uitriep.

Hu kon niet aarden in Lhasa, waar hij last had van hoogteziekte. De partijsecretaris van Tibet, een van de belangrijkste functies op provinciaal niveau in China, bracht daarom een groot deel van het jaar door in Peking waar hij nauw contact onderhield met zijn beschermheer Song Ping, een conservatieve econoom. Song gaf Hu’s carrière een impuls door hem in 1992 een plek te bezorgen in het dagelijks bestuur van het Politburo, het belangrijkste bestuursorgaan van de communistische partij.

Hu is, net als zijn voorganger Jiang Zemin, president van de Volksrepubliek China én secretaris-generaal van de Communistische Partij. Jiang combineerde de functies na het gewelddadige einde van de studentenprotesten in 1989, die in heel het land plaatsvonden maar op het Tiananmenplein in Peking de meeste internationale aandacht kregen. In de jaren tachtig waren de twee functies gescheiden, wat aan het einde van het decennium de sociale onrust in het land aanwakkerde omdat de partij en de regering het oneens waren over de aanpak van de protesten.

In Peking staat Hu, die samen met zijn twee jongere zussen door zijn grootouders werd opgevoed nadat zijn moeder was overleden, bekend als een bruggenbouwer. Een bestuurder die de facties binnen de partij bij elkaar brengt door goed te luisteren. Grote persoonlijke visies draagt Hu niet uit, wat hem naast een flets imago ook weinig vijanden heeft bezorgd.

    • Aernout Bouwman-Sie